Implementatieplan

Implementatietabel

Vraag

Antwoord:

Kruis aan en licht toe/ beschrijf

Toelichting keuze:

I1. Wat was het onderliggende probleem om deze uitgangsvraag uit te werken?

 

 

Ongewenste praktijkvariatie

 

x

Nieuwe evidentie

Met name de toename in prevalentie van progressieve myopie op de kinderleeftijd heeft ertoe geleid dat het wetenschappelijk onderzoek naar myopie de laatste jaren in een stroomversnelling is geraakt. De uitkomsten van dit onderzoek zijn niet altijd eenduidig en vertaling naar de klinische praktijk blijkt lastig. Het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (NOG) heeft geconstateerd dat er bij zorgverleners onvoldoende duidelijkheid bestaat over de aanpak van progressieve myopie bij kinderen.

 

Anders

 

I2. Maak een inschatting over hoeveel patiënten het ongeveer gaat waar de aanbeveling betrekking op heeft?

 

< 1000

 

< 5000

x

5000-40.000

 

> 40.000

I3. Is de aanbeveling onderdeel van een bredere set interventies of verwant aan andere richtlijnen of modules? Zo ja, hoe verhoudt zij zich daartoe en moet hiermee rekening worden gehouden bij de implementatie, of kan de aanbeveling als losstaand worden beschouwd?

x

Ja

Deze aanbeveling sluit aan bij modules over optische interventies en atropine bij myopiecontrole.

 

Nee

 

I4. Belemmeringen en kansen op verschillende niveaus voor landelijke toepassing van de aanbeveling:

 

Belemmerende factoren

Bevorderende factoren/ kansen

Richtlijn/ klinisch traject (innovatie)

 

 

Beperkt bewijs (lage kwaliteit, kleine studies), gebrek aan vergelijkende onderzoeken, korte follow-up.

Toenemende aandacht voor myopieremming; bestaande infrastructuur voor atropine en optische interventies.

Zorgverleners (artsen, optometristen en orthoptisten)

 

 

Onzekerheid over effectiviteit multi-modale myopieremming, onbekendheid met indicaties voor “non-responders”.

Groeiende kennis en bewustwording over progressieve myopie; bereidheid tot multidisciplinaire samenwerking.

Patiënt/ cliënt (naasten)

 

 

Interventieduur, kosten, therapietrouw bij druppels en lenzen.

Ouderlijke motivatie om progressie te remmen; goede uitleg en gezamenlijke besluitvorming.

Sociale context

 

 

Verschillen in ervaring tussen praktijken; beperkte samenwerking tussen disciplines.

Steun van beroepsverenigingen en groeiende publieke aandacht voor myopiepreventie

Organisatorische context

 

 

Toename zorgvraag, beperkte capaciteit in oogzorg, gebrek aan protocollen.

Myopie-zorg al deels ingebed in standaardpraktijk; bestaande logistiek voor atropine-verstrekking.

Financiële en juridische context

 

 

Geen vergoeding voor optische middelen ter beperking van myopie, hogere kosten bij multi-modale myopieremming.

Atropine valt binnen basisverzekering; beleid gericht op preventieve oogzorg in ontwikkeling.

I5. A) Welke personen/partijen zijn van belang bij het toepassen van de aanbeveling in de praktijk? (kruis aan)

 

B) Wat is er nodig van deze personen/partijen om de aanbeveling in de praktijk te kunnen brengen? Denk aan aanpassingen in gedrag, werkwijzen, beleid, samenwerking of andere randvoorwaarden.

 

A

B

x

Patiënt/ cliënt (naaste)

verbeteren therapietrouw, bereidheid tot langdurige interventie.

x

Professional

Werken conform de richtlijn. Signaleren van snelle progressie, bespreken van overstap of multi-modale aanpak met ouders, volgen van scholing over indicatiestelling. 

x

Beroepsvereniging, nl

De richtlijn onder de aandacht brengen van alle zorgprofessionals.

x

Ziekenhuis (raad van bestuur/UMCNL (voorheen NFU)/NVZ) en zelfstandige klinieken

Faciliteren van multidisciplinaire samenwerking (oogarts, orthoptist, optometrist).

 

Ondersteunen van scholing en besluitvorming bij complexe casuïstiek.

x

Zorgverzekeraars/ NZa

Overwegen van (gedeeltelijke) vergoeding van optische middelen ter beperking van progressieve myopie. 

x

Zorginstituut [duiding nodig]

Het ontbreken van passende vergoeding voor middelen ter beperking van myopie zijn een belangrijk belemmering voor implementatie van de aanbevelingen.

x

Anders 

Leveranciers van optische middelen ter beperking van myopie en apotheek.

I6. Binnen welk tijdsbestek moet de aanbeveling zijn geïmplementeerd? 

 

x

< 1 jaar

Aansluiting bij bestaande zorgstructuren is aanwezig, maar scholing, bewustwording en vergoeding vereisen tijd.

 

binnen 2-3 jaar

 

 

I7. Conclusie: is er extra actie en/of ondersteuning nodig voor implementatie van de aanbeveling?

De reguliere implementatieroutes (publicatie en disseminatie via officiele kanalen, opname in professionele standaarden, scholing en nascholing, gebruik van bestaande ICT systemen, audits en visitaties) van de richtlijnmodule alleen is onvoldoende.

x

Ja

• Communicatie en scholing van zorgverleners over non-responders en multi-modale aanpak. 
• Afstemming met verzekeraars over vergoeding. 
• Patiëntenvoorlichting over interventiemogelijkheden, therapietrouw en financiële implicaties.

 

Nee

 

I8. Plaatsing op de Landelijke Implementatieagenda Medisch Specialistische zorg is gewenst. Het gaat om zorg die (grotendeels) wordt uitgevoerd binnen de ziekenhuismuren. Succesvolle implementatie vraagt om actieve betrokkenheid en samenwerking van meerdere relevante partijen binnen de zorgpraktijk.

x

Ja *

Dit zal bijdragen aan het betrekken van alle verschillende partijen om zo de implementatie te bevorderen.

 

Nee

 

*Deze aanbeveling komt mogelijk in aanmerking voor plaatsing op de Landelijke Implementatieagenda van het programma Zorg Evaluatie & Gepast Gebruik (ZE&GG), waarin alle betrokken partijen in de medisch-specialistische zorg samenwerken aan de implementatie van bewezen beste zorg. De Federatie levert namens het veld goed onderbouwde aanbevelingen aan, die zijn getoetst op de behoefte aan een implementatie-impuls. De onderwerpen op de Implementatieagenda zijn onderdeel van landelijke zorginkoopafspraken tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders. Voor de beoordeling van aanbevelingen uit richtlijnen wordt gebruikgemaakt van de implementatietabel. Op basis hiervan kunnen we de andere partijen goed informeren en gezamenlijk besluiten of plaatsing op de Implementatieagenda passend is.