Implementatieplan

Implementatietabel

De implementatietabel brengt in kaart welke factoren de uitvoering van een aanbeveling bevorderen of belemmeren, en welke aanvullende acties nodig zijn voor succesvolle invoering. De adviseur en (cluster)werkgroep vullen de tabel in op basis van gerichte vragen over het onderliggende probleem, relevante randvoorwaarden en mogelijke knelpunten. Op basis hiervan wordt geconcludeerd of een extra implementatie-impuls wenselijk is.

Vraag

Antwoord:

Kruis aan en licht toe/ beschrijf

Toelichting keuze:

I1. Wat was het onderliggende probleem om deze uitgangsvraag uit te werken?

 

x

Ongewenste praktijkvariatie

Er bestaat praktijkvariatie in de besluitvorming rond operatief versus niet-operatief management (NOM) bij zeer kwetsbare heupfractuurpatiënten. Daarnaast is er nieuwe (aanpalende) evidentie, waaronder prospectieve studies (o.a. FRAIL-hip), die richting geven aan selectiecriteria en het “samen beslissen”-proces.

x

Nieuwe evidentie

 

Anders

 

I2. Maak een inschatting over hoeveel patiënten het ongeveer gaat waar de aanbeveling betrekking op heeft?

 

< 1000

x

< 5000

Hoewel heupfracturen frequent voorkomen, betreft deze aanbeveling een selecte subgroep van zeer kwetsbare, geïnstitutionaliseerde patiënten (>70 jaar) met beperkte levensverwachting. Dit betreft naar verwachting minder dan 5000 patiënten per jaar in Nederland.

 

5000-40.000

 

> 40.000

I3. Is de aanbeveling onderdeel van een bredere set interventies of verwant aan andere richtlijnen of modules? Zo ja, hoe verhoudt zij zich daartoe en moet hiermee rekening worden gehouden bij de implementatie, of kan de aanbeveling als losstaand worden beschouwd?

x

Ja

De aanbeveling is onderdeel van de bredere heupfractuurrichtlijn en raakt aan:

  • Geriatrische medebehandeling
  • Proactieve zorgplanning
  • Palliatieve zorg
  • Implementatie van “samen beslissen”
    Bij implementatie moet aansluiting worden gezocht bij bestaande zorgpaden (SEH, orthopedie/traumatologie, geriatrie, verpleeghuiszorg).

 

 

Nee

 

I4. Belemmeringen en kansen op verschillende niveaus voor landelijke toepassing van de aanbeveling:

 

Belemmerende factoren

Bevorderende factoren/ kansen

Richtlijn/ klinisch traject (innovatie)

 

 

Gebrek aan harde prognostische modellen; tijdsdruk op SEH

Duidelijke selectiecriteria; bestaande heupfractuurzorgpaden

Zorgverleners (artsen en verpleegkundigen)

 

 

Onzekerheid over selectie; emotionele belasting gesprek; beperkte ervaring met NOM

Toenemende aandacht voor samen beslissen; geriatrische expertise beschikbaar

Patiënt/ cliënt (naasten)

 

 

Emotionele impact; cognitieve beperkingen; beperkte gezondheidsvaardigheden

Toenemende aandacht voor kwaliteit van leven en comfort; betrokkenheid vertegenwoordigers

Sociale context

 

 

Culturele verschillen in besluitvorming rond levenseinde

Meer aandacht voor cultuursensitieve zorg

Organisatorische context

 

 

Logistieke druk op SEH; beperkte toegang tot pijnblokkades buiten ziekenhuis

Mini-MDO mogelijk; bestaande multidisciplinaire samenwerking

Financiële en juridische context

 

 

Bekostiging van consulttijd en pijninterventies buiten OK

NOM geassocieerd met lagere zorgkosten; passend binnen palliatieve zorgkaders

I5. A) Welke personen/partijen zijn van belang bij het toepassen van de aanbeveling in de praktijk? (kruis aan)

 

B) Wat is er nodig van deze personen/partijen om de aanbeveling in de praktijk te kunnen brengen? Denk aan aanpassingen in gedrag, werkwijzen, beleid, samenwerking of andere randvoorwaarden.

 

A

B

x

Patiënt/ cliënt (naaste)

Actieve deelname aan samen beslissen; bespreekbaar maken behandelwensen.

x

Professional

Scholing in samen beslissen en palliatieve benadering; tijdige geriatrische consultatie; correcte patiëntselectie.

x

Beroepsvereniging, nl

Opname in richtlijnen, scholing en nascholing faciliteren.

x

Ziekenhuis (raad van bestuur/UMCNL (voorheen NFU)/NVZ)

Faciliteren mini-MDO; organisatorische ruimte voor besluitvorming op SEH; infrastructuur voor pijninterventies.

x

Zorgverzekeraars/ NZa

Passende bekostiging multidisciplinair overleg en palliatieve zorg.

 

Zorginstituut [duiding nodig]

 

x

Anders, verpleeghuizen / VVT-organisaties

Implementatie proactieve zorgplanning; toegang tot adequate pijnbestrijding.

I6. Binnen welk tijdsbestek moet de aanbeveling zijn geïmplementeerd? 

 

 

< 1 jaar

 

x

binnen 2-3 jaar

 

Implementatie vraagt aanpassing van zorgpaden, scholing en organisatorische borging van samen beslissen en pijnbehandeling.

I7. Conclusie: is er extra actie en/of ondersteuning nodig voor implementatie van de aanbeveling?

De reguliere implementatieroutes (publicatie en disseminatie via officiele kanalen, opname in professionele standaarden, scholing en nascholing, gebruik van bestaande ICT systemen, audits en visitaties) van de richtlijnmodule alleen is onvoldoende.

x

Ja

Alleen publicatie is onvoldoende. Extra ondersteuning is nodig in de vorm van:

  • Scholing samen beslissen
  • Multidisciplinaire implementatie-afspraken
  • Organisatie van pijninterventies buiten OK
  • Borging in audits en kwaliteitsindicatoren

 

 

Nee

 

I8. Plaatsing op de Landelijke Implementatieagenda Medisch Specialistische zorg is gewenst. Het gaat om zorg die (grotendeels) wordt uitgevoerd binnen de ziekenhuismuren. Succesvolle implementatie vraagt om actieve betrokkenheid en samenwerking van meerdere relevante partijen binnen de zorgpraktijk.

x

Ja *

De besluitvorming vindt grotendeels plaats in het ziekenhuis (SEH, opname, operatiebesluit). Succesvolle implementatie vereist multidisciplinaire samenwerking (traumatologie/orthopedie, anesthesie, SEH, geriatrie, VVT) en bestuurlijke betrokkenheid.

 

Nee