Implementatieplan

Tabel A: (De-)Implementatietabel met impuls analyse

Aanbeveling – 1 

Denk aan het gebruik van 3D-prints binnen de mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie, specifiek voor de volgende hulpmiddelen:

  • Anatomische modellen
  • Buigmodellen of -mallen
  • Chirurgische mallen
  • Splints
  • Patiëntspecifieke implantaten
  • Scaffolds
  1. Wat was het onderliggende probleem om deze uitgangsvraag uit te werken?

 

□ Ongewenste praktijkvariatie

□ Nieuwe evidentie

X Anders

 

Toelichting:

3D-printen is een nieuwe technologie die steeds vaker klinisch wordt ingezet. Om een eerste indruk te krijgen welke 3D-geprinte hulpmiddelen klinisch (inter)nationaal worden ingezet binnen de mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie is deze uitgangsvraag opgesteld.

  1. Maak een inschatting over hoeveel patiënten het ongeveer gaat waar de aanbeveling betrekking op heeft?

□ < 1000

x < 5000

5000-40.000

> 40.000

 

  1. Maakt de aanbeveling deel uit van een set van interventies voor hetzelfde probleem?

 

□ Ja: hoe verhoudt deze aanbeveling zich tot de andere aanbevelingen uit deze module/ richtlijn of uit andere richtlijnen(modules)? Dient hier rekening mee gehouden te worden bij de implementatie of kan dit worden gezien als een losstaande aanbeveling?

 

Toelichting: [toelichting]

 

x Nee

 

  1. Belemmeringen en kansen op verschillende niveaus voor landelijke toepassing van de aanbeveling:

Voorbeelden

Wat zijn mogelijke belemmerende factoren?

Wat zijn mogelijke bevorderende factoren?

  1. Richtlijn/ klinisch traject (innovatie)

Voortschrijding/vooruitgang in de praktijk, haalbaarheid, geloofwaardigheid, toegankelijkheid, aantrekkelijkheid

Voor enkele toepassingen is het niet bekend of 3D-printing naast verbetering van chirurgische nauwkeurigheid ook meerwaarde voor klinische of patiëntgerapporteerde uitkomsten oplevert

Grotere chirurgische nauwkeurigheid, drijfveer op het gebied van innovatie

  1. Zorgverleners (artsen en verpleegkundigen)

Bewustzijn, kennis, houding, motivatie om te veranderen, gedragsroutines

 

Onbekendheid met de mogelijkheden van 3D-geprinte hulpmiddelen, afhankelijkheid van externe partijen om 3D-geprinte hulpmiddelen te ontwerpen en vervaardigen.

Kennisoverdracht tijdens landelijke en internationale wetenschappelijke meetings 

  1. Patiënt/ cliënt (naasten)

Kennis, vaardigheden, houding, compliance

Onbekendheid met de toegevoegde waarde van een 3D-geprinte hulpmiddel  

Informatievoorziening en voorlichting

  1. Sociale context

Mening van collega’s, cultuur van het netwerk, samenwerking, leiderschap

Mogelijkheid van conservatieve houding m.b.t. de gebruikte hulpmiddelen. 

Samenwerking tussen afdelingen binnen Nederland en internationaal. 

 

Het gebruik van 3D-geprinte hulpmiddelen komt steeds meer ter sprake op congressen.

  1. Organisatorische context

Organisatie van zorgprocessen, personeel, capaciteiten, middelen, structuren

Financiële middelen om 3D-prints te (laten) fabriceren. 

Personele capaciteit om 3D-print proces te faciliteren.

 

Ondersteunen en faciliteren van innovaties zoals 3D-printen in zorginstelling

  1. Economische en politieke context

Financiële regelingen, regelgeving, beleid (vergoede zorg, betaaltitel)

Vergoeding van 3D-geprinte hulpmiddelen door zorgverlener

Kosteneffectievere behandeling

  1. Welke personen/partijen zijn van belang bij het toepassen van de aanbeveling in de praktijk?

 

Patiënt/ cliënt (naaste)

x Professional

x Beroepsvereniging

x Ziekenhuis(bestuurder)

x Zorgverzekeraars/ NZa

□ Zorginstituut [duiding nodig]

□  …………………………………… (graag aanvullen met alle relevante partijen, e.g., industrie)

 

  1. Wat zouden deze personen/ partijen moeten veranderen in hun gedrag of organisatie om de aanbeveling toe te passen?

 

Professionals zouden op de hoogte moeten zijn en zich verder verdiepen in de mogelijkheden en mogelijk toegevoegde waarde van het gebruik 3D-prints binnen de MKA voor hun werkwijze en voor de patiënt met een specifieke aandoening en behandeling. De beroeps(wetenschappelijke)verenigingen kunnen zorgen voor het bundelen en verspreiden van deze kennis. Dit kan o.a. m.b.v. werkgroepen of lezingen.

Het ziekenhuisbestuur moet zich open opstellen voor het gebruik van 3D-geprinte hulpmiddelen binnen de MKA-chirurgie en – bij grotere volumes – overwegen het proces tot vervaardigen van 3D-prints in-huis te faciliteren met een 3D-lab.

De zorgverzekeraar moet overwegen om 3D-geprinte hulpmiddelen zelf én het proces tot vervaardiging van 3D-geprinte hulpmiddelen te vergoeden binnen de klinische praktijk van de MKA. 

  1. Binnen welk tijdsbestek moet de aanbeveling zijn geïmplementeerd? 

< 1 jaar

□ < 2 jaar

x < 3 jaar

 

[toelichting]

 

  1. Conclusie: is er extra aandacht nodig voor implementatie van de aanbeveling (anders dan publicatie van deze richtlijnmodule)?
 

Aanbeveling – 2 

Denk aan het gebruik van 3D-prints binnen de mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie in de volgende deelgebieden:

  • Implantologie
  • Orthognathe chirurgie
  • Oncologie
  • Aangezichtstraumatologie
  • Botaugmentatie
  1. Wat was het onderliggende probleem om deze uitgangsvraag uit te werken?

 

□ Ongewenste praktijkvariatie

□ Nieuwe evidentie

X Anders

 

Toelichting:

3D-printen is een nieuwe technologie die steeds vaker klinisch wordt ingezet. Om een eerste indruk te krijgen welke 3D-geprinte hulpmiddelen klinisch (inter)nationaal worden ingezet binnen de mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie is deze uitgangsvraag opgesteld.

  1. Maak een inschatting over hoeveel patiënten het ongeveer gaat waar de aanbeveling betrekking op heeft?

□ < 1000

x < 5000

5000-40.000

> 40.000

  1. Maakt de aanbeveling deel uit van een set van interventies voor hetzelfde probleem?

 

□ Ja: hoe verhoudt deze aanbeveling zich tot de andere aanbevelingen uit deze module/ richtlijn of uit andere richtlijnen(modules)? Dient hier rekening mee gehouden te worden bij de implementatie of kan dit worden gezien als een losstaande aanbeveling?

 

Toelichting: [toelichting]

 

x Nee

  1. Belemmeringen en kansen op verschillende niveaus voor landelijke toepassing van de aanbeveling:

Voorbeelden

Wat zijn mogelijke belemmerende factoren?

Wat zijn mogelijke bevorderende factoren?

  1. Richtlijn/ klinisch traject (innovatie)

Voortschrijding/vooruitgang in de praktijk, haalbaarheid, geloofwaardigheid, toegankelijkheid, aantrekkelijkheid

Voor enkele 3D-geprinte hulpmiddelen is het niet bekend of deze naast verbetering van chirurgische nauwkeurigheid ook meerwaarde voor klinische of patiëntgerapporteerde uitkomsten oplevert

 

Grotere chirurgische nauwkeurigheid, drijfveer op het gebied van innovatie

  1. Zorgverleners (artsen en verpleegkundigen)

Bewustzijn, kennis, houding, motivatie om te veranderen, gedragsroutines

Onbekendheid met de mogelijkheden van 3D-geprinte hulpmiddelen, afhankelijkheid van externe partijen om 3D-geprinte hulpmiddelen te ontwerpen en vervaardigen.

Kennisoverdracht tijdens landelijke en internationale wetenschappelijke meetings 

  1. Patiënt/ cliënt (naasten)

Kennis, vaardigheden, houding, compliance

Onbekendheid met de toegevoegde waarde van een 3D-geprinte hulpmiddel  

Informatievoorziening en voorlichting

  1. Sociale context

Mening van collega’s, cultuur van het netwerk, samenwerking, leiderschap

Mogelijkheid van conservatieve houding m.b.t. de gebruikte hulpmiddelen. 

Samenwerking tussen afdelingen binnen Nederland en internationaal. 

 

Het gebruik van 3D-geprinte hulpmiddelen komt steeds meer ter sprake op congressen.

  1. Organisatorische context

Organisatie van zorgprocessen, personeel, capaciteiten, middelen, structuren

Financiële middelen om 3D-prints te (laten) fabriceren. 

Personele capaciteit om 3D-print proces te faciliteren.

 

Ondersteunen en faciliteren van innovaties zoals 3D-printen in zorginstelling

  1. Economische en politieke context

Financiële regelingen, regelgeving, beleid (vergoede zorg, betaaltitel)

Vergoeding van 3D-geprinte hulpmiddelen door zorgverlener

Kosteneffectievere behandeling

  1. Welke personen/partijen zijn van belang bij het toepassen van de aanbeveling in de praktijk?

 

Patiënt/ cliënt (naaste)

x Professional

x Beroepsvereniging

x Ziekenhuis(bestuurder)

x Zorgverzekeraars/ NZa

□ Zorginstituut [duiding nodig]

□  …………………………………… (graag aanvullen met alle relevante partijen, e.g., industrie)

  1. Wat zouden deze personen/ partijen moeten veranderen in hun gedrag of organisatie om de aanbeveling toe te passen?

 

Professionals zouden op de hoogte moeten zijn en zich verder verdiepen in de mogelijkheden en mogelijk toegevoegde waarde van het gebruik 3D-prints binnen de MKA voor hun werkwijze en voor de patiënt met een specifieke aandoening en behandeling.

De beroeps(wetenschappelijke)verenigingen kunnen zorgen voor het bundelen en verspreiden van deze kennis. Dit kan o.a. m.b.v. werkgroepen of lezingen.

Het ziekenhuisbestuur moet zich open opstellen voor het gebruik van 3D-geprinte hulpmiddelen binnen de MKA-chirurgie en – bij grotere volumes – overwegen het proces tot vervaardigen van 3D-prints in-huis te faciliteren met een 3D-lab.

De zorgverzekeraar moet overwegen om 3D-geprinte hulpmiddelen zelf én het proces tot vervaardiging van 3D-geprinte hulpmiddelen te vergoeden binnen de klinische praktijk van de MKA.  

  1. Binnen welk tijdsbestek moet de aanbeveling zijn geïmplementeerd? 

< 1 jaar

□ < 2 jaar

x < 3 jaar

 

[toelichting]

  1. Conclusie: is er extra aandacht nodig voor implementatie van de aanbeveling (anders dan publicatie van deze richtlijnmodule)?
 

Aanbeveling – 3

Denk aan 3D-prints bij reconstructie van het cranium of neus, genioplastiek of TMJ-gewrichtsprothesevervanging.

  1. Wat was het onderliggende probleem om deze uitgangsvraag uit te werken?

 

□ Ongewenste praktijkvariatie

□ Nieuwe evidentie

X Anders

 

Toelichting:

3D-printen is een nieuwe technologie die steeds vaker klinisch wordt ingezet. Om een eerste indruk te krijgen welke 3D-geprinte hulpmiddelen klinisch (inter)nationaal worden ingezet binnen de mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie is deze uitgangsvraag opgesteld.

  1. Maak een inschatting over hoeveel patiënten het ongeveer gaat waar de aanbeveling betrekking op heeft?

□ < 1000

x < 5000

5000-40.000

> 40.000

  1. Maakt de aanbeveling deel uit van een set van interventies voor hetzelfde probleem?

 

□ Ja: hoe verhoudt deze aanbeveling zich tot de andere aanbevelingen uit deze module/ richtlijn of uit andere richtlijnen(modules)? Dient hier rekening mee gehouden te worden bij de implementatie of kan dit worden gezien als een losstaande aanbeveling?

 

Toelichting: [toelichting]

 

x Nee

  1. Belemmeringen en kansen op verschillende niveaus voor landelijke toepassing van de aanbeveling:

Voorbeelden

Wat zijn mogelijke belemmerende factoren?

Wat zijn mogelijke bevorderende factoren?

  1. Richtlijn/ klinisch traject (innovatie)

Voortschrijding/vooruitgang in de praktijk, haalbaarheid, geloofwaardigheid, toegankelijkheid, aantrekkelijkheid

Minder literatuur beschikbaar. Doordat het in veel gevallen recente toepassingen betreft, is de meerwaarde nog niet grondig vastgesteld in de literatuur.

Eerste resultaten in de literatuur lijken te duiden op verbetering van de zorg voor deze specifieke toepassingen.

  1. Zorgverleners (artsen en verpleegkundigen)

Bewustzijn, kennis, houding, motivatie om te veranderen, gedragsroutines

Nog onvoldoende kennis over de klinische meerwaarde van deze toepassingen in vergelijk met andere toepassingen binnen de MKA-chirurgie.

Eenvoudigere instap in hoogcomplexe zorg voor minder ervaren specialisten op deze specifieke complexe subgebieden. 

  1. Patiënt/ cliënt (naasten)

Kennis, vaardigheden, houding, compliance

Onbekendheid met de toegevoegde waarde van een 3D-geprinte hulpmiddel  

Informatievoorziening en voorlichting

  1. Sociale context

Mening van collega’s, cultuur van het netwerk, samenwerking, leiderschap

Mogelijkheid van conservatieve houding m.b.t. de gebruikte hulpmiddelen. 

Samenwerking tussen afdelingen binnen Nederland en internationaal.

Het gebruik van 3D-geprinte hulpmiddelen komt steeds meer ter sprake op congressen.

  1. Organisatorische context

Organisatie van zorgprocessen, personeel, capaciteiten, middelen, structuren

Financiële middelen om 3D-prints te (laten) fabriceren. 

Personele capaciteit om 3D-print proces te faciliteren.

Ondersteunen en faciliteren van innovaties zoals 3D-printen in zorginstelling.

  1. Economische en politieke context

Financiële regelingen, regelgeving, beleid (vergoede zorg, betaaltitel)

Vergoeding van 3D-geprinte hulpmiddelen door zorgverlener

Kosteneffectievere behandeling

  1. Welke personen/partijen zijn van belang bij het toepassen van de aanbeveling in de praktijk?

 

Patiënt/ cliënt (naaste)

x Professional

x Beroepsvereniging

x Ziekenhuis(bestuurder)

x Zorgverzekeraars/ NZa

□ Zorginstituut [duiding nodig]

□  …………………………………… (graag aanvullen met alle relevante partijen, e.g., industrie)

  1. Wat zouden deze personen/ partijen moeten veranderen in hun gedrag of organisatie om de aanbeveling toe te passen?

 

Professionals zouden op de hoogte moeten zijn en zich verder verdiepen in de mogelijkheden en mogelijk toegevoegde waarde van het gebruik 3D-prints binnen de MKA voor hun werkwijze en voor de patiënt met een specifieke aandoening en behandeling.

De beroeps(wetenschappelijke)verenigingen kunnen zorgen voor het bundelen en verspreiden van deze kennis. Dit kan o.a. m.b.v. werkgroepen of lezingen.

Het ziekenhuisbestuur moet zich open opstellen voor het gebruik van 3D-geprinte hulpmiddelen binnen de MKA-chirurgie en – bij grotere volumes – overwegen het proces tot vervaardigen van 3D-prints in-huis te faciliteren met een 3D-lab.

De zorgverzekeraar moet overwegen om 3D-geprinte hulpmiddelen zelf én het proces tot vervaardiging van 3D-geprinte hulpmiddelen te vergoeden binnen de klinische praktijk van de MKA.  

  1. Binnen welk tijdsbestek moet de aanbeveling zijn geïmplementeerd? 

< 1 jaar

□ < 2 jaar

x < 3 jaar

(toelichting]

  1. Conclusie: is er extra aandacht nodig voor implementatie van de aanbeveling (anders dan publicatie van deze richtlijnmodule)?

□ Ja* x Nee

 

Toelichting:

De kennisoverdracht vindt al tussen de instituten en de wetenschappelijke verenigingen plaats.

*Deze aanbeveling komt in aanmerking voor plaatsing op de Implementatie Agenda van het programma Zorg Evaluatie & Gepast Gebruik (ZE&GG). In het programma ZE&GG werken patiënten, zorgverleners, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en overheid samen aan de bewezen beste zorg voor de patiënt. Daarmee is ZE&GG een programma van alle betrokken partijen in de Medisch Specialistische Zorg. FMS is één van deze betrokken partijen. 

De implementatieagenda van ZE&GG bevat onderwerpen over wat de bewezen beste zorg is en die in de dagelijkse zorgpraktijk geïmplementeerd zouden moeten worden.  Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en de Nederlandse Vereniging voor Ziekenhuizen (NVZ) hebben landelijke afspraken gemaakt over de implementatie van de onderwerpen van de implementatieagenda. Deze afspraken zijn onderdeel van de zorginkoopafspraken tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders. 

Vanuit FMS worden sterke, goed onderbouwde aanbevelingen, getoetst op de behoefte aan een implementatie impuls aangedragen. Voor de beoordeling van onderwerpen uit richtlijnen wordt gekeken naar bovenstaande tabel voor een inschatting van de implementatie impuls. Met de ingevulde implementatietabel kunnen we vanuit FMS de andere HLA-MSZ partijen goed informeren om zo samen te beslissen of de aanbeveling daadwerkelijk op de implementatie agenda zal worden geplaatst.