Implementatieplan

Tabel A: (De-)Implementatietabel met impuls analyse

Aanbeveling – alle aanbevelingen

Gebruik bij voorkeur geen multi-infusie voor infusietherapie voor meerdere geneesmiddelen

 

Indien toediening van geneesmiddelen via multi-infusie noodzakelijk is:

Bepaal op basis van het soort toe te dienen geneesmiddelen en het aantal vrije lumina welke methoden van multi-infusie mogelijk zijn;

 

Weeg de te gebruiken multi-infusie methode voor gelijktijdige toediening van geneesmiddelen af voor elke specifieke situatie. Houd daarbij het einddoel aan dat alle toedieningen effectief, binnen personele capaciteit, veilig en zo comfortabel mogelijk dienen te zijn.

 

Specifiek voor IC patiënten:

      • Bundel waar mogelijk groepen geneesmiddelen op basis van effect, bijv. sedativa, vasopressoren, antibiotica etc. op één lijn of lumen. Vermijd indien mogelijk de toediening van via hetzelfde lumen
      • Dien bij voorkeur de sterkst werkzame geneesmiddelen (o.a. vasopressoren) op het meest distale lumen van de CVK (centraal veneuze katheter) toe, zodat de toediening het dichtst bij het hart plaatsvindt.
      • Gebruik het lokale handboek parenteralia bij het kiezen van de combinaties op hetzelfde lumen om ongewenste combinaties te voorkomen.
      • Houd rekening met toedieneffecten (o.a. verhoging weerstand en effect van compliantie) bij gebruik van Y-stukken en terugslagkleppen in het toedieningssysteem.
      • Voorkom toedieningssnelheid variatie door pompen op een zo gelijk mogelijk niveau te verplaatsen.

 

Specifiek voor neonaten en kinderen:

•    Zorg voor kennis en bewustzijn bij de gebruikers van infusietechnologie over de risico’s van fysisch-chemische incompatibiliteit bij multi-infusie waardoor neonaten en kinderen blootgesteld kunnen worden aan meer deeltjes.

      • Wees bij het gebruik van kleine diameter katheters bedacht op het effect van hoge weerstand en compliantie waardoor de toediening minder gelijkmatig wordt en meer onverwachte variatie kan ontstaan.

 

Borg dat minimaal de volgende essentiële kennis aanwezig is bij het gebruik van multi-infusie:

 

•    Kennis van compatibiliteit van geneesmiddelenmengsels.

•    Kennis van toedieningssystemen inclusief naaldloze connectoren, terugslagkleppen, in-line filters en Y-stukken.

•    Kennis van fysische aspecten zoals toedieningssnelheid variaties, weerstand, en dood volume.

 

Betrek de uitvoerders (zoals verpleegkundigen) bij het opstellen van het beleid, zowel ziekenhuisbreed als bij de individuele patiënt. Overweeg het bespreken van complexe multi-infusie patiënten in een multidisciplinair team met daarin o.a. apotheker, klinisch fysicus, (zaal)arts en verpleegkundige.

 

      1. Wat was het onderliggende probleem om deze uitgangsvraag uit te werken?

 

Ongewenste praktijkvariatie

 

 

Toelichting:

Zie inleiding

    1. Maak een inschatting over hoeveel patiënten het ongeveer gaat waar de aanbeveling betrekking op heeft?

> 40.000

      1. Maakt de aanbeveling deel uit van een set van interventies voor hetzelfde probleem?

 

Ja

 

Toelichting: zie andere SRI richtlijnen vnl. arteriële en intraveneuze katheters waarbij afstemming heeft plaatsgevonden.

 

 

    1. Belemmeringen en kansen op verschillende niveaus voor landelijke toepassing van de aanbeveling:

Voorbeelden

Wat zijn mogelijke belemmerende factoren?

Wat zijn mogelijke bevorderende factoren?

    1. Richtlijn/ klinisch traject (innovatie)

Voortschrijding/vooruitgang in de praktijk, haalbaarheid, geloofwaardigheid, toegankelijkheid, aantrekkelijkheid

Een nieuwe normaal creëren. De implementatie reikwijdte zal per specialisme verschillend zijn.

Multidisciplinaire richtlijn van div. specialismen waarbij alle input samenkomt tot één richtlijn en elkaars kennis benut wordt.

    1. Zorgverleners (artsen en verpleegkundigen)

Bewustzijn, kennis, houding, motivatie om te veranderen, gedragsroutines

 

Complexe materie, ontbrekende kennis bij zorgprofessionals

    1. Patiënt/ cliënt (naasten)

Kennis, vaardigheden, houding, compliance

 

Mogelijk minder incidenten en complicaties/ behandelingen.

    1. Sociale context

Mening van collega’s, cultuur van het netwerk, samenwerking, leiderschap

 

Meer regie en draagvlak bij de uitvoerder cq. verpleegkundige

    1. Organisatorische context

Organisatie van zorgprocessen, personeel, capaciteiten, middelen, structuren

Variatie in werkwijze door verschillende zorgverleners

In complexe gevallen bundeling van kennis door multidisciplinair team met o.a. apotheker, klinisch fysicus, (zaal)arts en verpleegkundige.

Meer regie en draagvlak bij de uitvoerder cq. verpleegkundige

    1. Economische en politieke context

Financiële regelingen, regelgeving, beleid (vergoede zorg, betaaltitel)

In sommige gevallen onverzekerde zorg voor patiënt

De beste zorg voor de patiënt zonder daarbij concessies te doen op kwaliteit i.v.m. kosten.

      1. Welke personen/partijen zijn van belang bij het toepassen van de aanbeveling in de praktijk?

 

Professional

X Zorgverzekeraars/ NZa

      1. Wat zouden deze personen/ partijen moeten veranderen in hun gedrag of organisatie om de aanbeveling toe te passen?

 

Toepassing van leidraad in de praktijk.

Meer gebruik maken van multidisciplinair team met daarin apotheker, klinisch fysicus, (zaal)arts en verpleegkundige.

Meer regie en draagvlak bij de uitvoerder cq. verpleegkundige.

    1. Binnen welk tijdsbestek moet de aanbeveling zijn geïmplementeerd? 

< 1 jaar

 

    1. Conclusie: is er extra aandacht nodig voor implementatie van de aanbeveling (anders dan publicatie van deze module)?

Nee

 

 

*Deze aanbeveling komt in aanmerking voor plaatsing op de Implementatie Agenda van het programma Zorg Evaluatie & Gepast Gebruik (ZE&GG). In het programma ZE&GG werken patiënten, zorgverleners, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en overheid samen aan de bewezen beste zorg voor de patiënt. Daarmee is ZE&GG een programma van alle betrokken partijen in de Medisch Specialistische Zorg. FMS is één van deze betrokken partijen.

De implementatieagenda van ZE&GG bevat onderwerpen over wat de bewezen beste zorg is en die in de dagelijkse zorgpraktijk geïmplementeerd zouden moeten worden.  Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en de Nederlandse Vereniging voor Ziekenhuizen (NVZ) hebben landelijke afspraken gemaakt over de implementatie van de onderwerpen van de implementatieagenda. Deze afspraken zijn onderdeel van de zorginkoopafspraken tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders.

Vanuit FMS worden sterke, goed onderbouwde aanbevelingen, getoetst op de behoefte aan een implementatie impuls aangedragen. Voor de beoordeling van onderwerpen uit richtlijnen wordt gekeken naar bovenstaande tabel voor een inschatting van de implementatie impuls. Met de ingevulde implementatietabel kunnen we vanuit FMS de andere HLA-MSZ partijen goed informeren om zo samen te beslissen of de aanbeveling daadwerkelijk op de implementatie agenda zal worden geplaatst.