Kennisvragen

Tijdens de ontwikkeling van deze module is gebleken dat er binnen deze module nog te weinig bewijs is voor de onderbouwing van de aanbeveling en dus kennisvragen bestaan. De werkgroep meent dat (vervolg)onderzoek wenselijk is om in de toekomst een duidelijker antwoord te kunnen geven op vragen uit de praktijk.

 

Kennisvraag:

Toelichting:

Er is behoefte aan onderzoek dat aantoont of en welke componenten van multidisciplinaire behandelprogramma’s leiden tot betere uitkomsten op fysieke en psychische symptoomlast, functioneren, kwaliteit van leven en patiënttevredenheid zonder ongewenste complicaties bij mensen met een somatisch-symptoomstoornis of functioneel-neurologisch-symptoomstoornis.

 

Vergelijkend onderzoek is nodig naar groeps- versus individuele multidisciplinaire behandelprogramma’s en naar ambulant, deeltijd of klinische varianten, om vast te stellen welke organisatievorm de beste balans biedt tussen effectiviteit, haalbaarheid en kosteneffectiviteit.

Er is onvoldoende bekend welke patiëntkenmerken (zoals duur, ernst en type van klachten, comorbiditeit, verwachtingen of sociale context) samenhangen met effectiviteit van multidisciplinaire behandeling.

 

Gerandomiseerde gecontroleerde studies naar multidisciplinaire behandeling zijn zelden haalbaar of informatief voor het beantwoorden van de kennisvragen. De patiëntenpopulatie is heterogeen in ernst, comorbiditeit en beïnvloedende biopsychosociale factoren, terwijl multidisciplinaire behandelingen per definitie adaptief en contextgebonden zijn. Randomisatie of vergaande standaardisatie van interventie-onderdelen zou de klinische validiteit verminderen en is ethisch moeilijk te verantwoorden bij patiënten met ernstige lijdensdruk of langdurige beperkingen.
Om die reden is het meest realistisch dat kennis over (kosten)effectiviteit en werkzame elementen vooral wordt verkregen uit prospectieve cohortstudies, pragmatische evaluaties en mixed-methods-onderzoek, waarin zowel uitkomstmaten als proces- en patiëntperspectieven worden meegenomen. Een voorbeeld hiervan zijn (gerepliceerde) single-case experimental designs (SCEDs), die bij uitstek geschikt zijn om individuele veranderingsprocessen en werkzame elementen te onderzoeken.