Implementatietabel

Tabel A: (De-)Implementatietabel met impuls analyse

Aanbeveling 1

 

 

 



(Sub) Aanbeveling – 2


(Sub) Aanbeveling – 3

(Sub) Aanbeveling – 4

Beslis samen met de patiënt met chronische hoest of een (proef)behandeling met astmamedicatie ingezet wordt. Bespreek de onzekerheden van het wetenschappelijke bewijs voor de effectiviteit van astmamedicatie bij patiënten met chronische hoesten. Bespreek tevens de voordelen (potentieel vermindering van hoestklachten na een aantal weken) en nadelen om samen tot een goed onderbouwde keuze voor de behandeling te komen (shared decision making).
- Start bij voorkeur met inhalatiemedicatie met anti-inflammatoire werking (ICS, eventueel in combinatie met een bronchusverwijder).


Kies samen met de patiënt op basis van individuele factoren uit de verschillende beschikbare medicamenten. Hiervoor verwijzen we naar een eigen regionale formularium.

 

Zorg voor duidelijke en beschikbare instructies over inhalatietechniek.

Informeer de patiënt over onaanvaardbare bijwerkingen en stoppen van de medicatie bij deze bijwerkingen of bij uitblijven van effect na 4-8 weken na adequaat gebruik en inhalatietechniek. In het geval van effect kan samen beslist worden of afbouwen van astmamedicatie wenselijk is. 

 

  1. Wat was het onderliggende probleem om deze uitgangsvraag uit te werken?

 

Ongewenste praktijkvariatie

Nieuwe evidentie

 

Toelichting: Er bestonden nog geen aanbeveling over het gebruik van astmamedicatie bij chronische hoest, terwijl er wel onduidelijkheid was over de inzetbaarheid hiervan.

 

  1. Maak een inschatting over hoeveel patiënten het ongeveer gaat waar de aanbeveling betrekking op heeft?

> 40.000

Toelichting: Ongeveer 2 % van Nederland heeft last van chronische hoest waarvan mogelijk 30-40% binnen de OCH/RCH groep

 

  1. Maakt de aanbeveling deel uit van een set van interventies voor hetzelfde probleem?

 

Ja: hoe verhoudt deze aanbeveling zich tot de andere aanbevelingen uit deze module/ richtlijn of uit andere richtlijnen(modules)? Dient hier rekening mee gehouden te worden bij de implementatie of kan dit worden gezien als een losstaande aanbeveling?

 

Toelichting: Dit zijn praktische aanbevelingen om samen met de patiënt te bepalen, ondanks de beperkte bewijzen, wat het beste is rondom de inzet van astmamedicatie.

 

 

 

  1. Belemmeringen en kansen op verschillende niveaus voor landelijke toepassing van de aanbeveling:

Voorbeelden

Wat zijn mogelijke belemmerende factoren?

Wat zijn mogelijke bevorderende factoren?

  1. Richtlijn/ klinisch traject (innovatie)

Voortschrijding/vooruitgang in de praktijk, haalbaarheid, geloofwaardigheid, toegankelijkheid, aantrekkelijkheid

Vooruitgang in de praktijk: er zijn weinig kwalitatief goede studies naar astmamedicatie beschikbaar. Daarnaast hebben deze studies een korte follow-up periode. Het helpt ook als er een betere afbakening van de studie populaties is (duidelijk chronische hoest patiënten zonder andere comorbiditeiten)

 

  1. Zorgverleners (artsen en verpleegkundigen)

Bewustzijn, kennis, houding, motivatie om te veranderen, gedragsroutines

 

 

 

 

Samen beslissen als standaard onderdeel van het consult (bespreek altijd met patiënt). Ook belangrijk om aan verwachtingsmanagement te doen.

Meegeven en het beschikbaar maken van duidelijk inhalatie-instructies. Duidelijke afspraken maken met andere zorgverleners zodat de patiënt op tijd wordt gecontroleerd op juiste gebruik van inhalatiemedicatie.

Kennis en gedragsroutine: bij geen goed gebruik op tijd stoppen van het voorschrijven van pufjes met dosis-aerosolen i.v.m. milieuoverwegingen. Brede kennis onder longartsen van de Transmurale leidraad klimaatbewust voorschrijven.

 

 

 

  1. Patiënt/ cliënt (naasten)

Kennis, vaardigheden, houding, compliance

Vaardigheden/Compliance: Patiënten houden zich niet altijd aan de voorgeschreven inhalatietechnieken

Toegang tot informatie over duidelijke inhalatie instructies. Eventueel de mogelijkheid om laagdrempelig contact op te kunnen nemen met zorgverleners.

  1. Sociale context

Mening van collega’s, cultuur van het netwerk, samenwerking, leiderschap

 

Samenwerking tussen patiënt en arts.

  1. Organisatorische context

Organisatie van zorgprocessen, personeel, capaciteiten, middelen, structuren

 

Wellicht uitgebreidere consult en daarmee meer tijd van de arts om tot een gepersonaliseerde behandeling te komen.

Goede samenwerking is nodig met andere zorgverleners die kunnen ondersteunen in het uitleggen van inhalatietechnieken en kunnen helpen in het versterken van de therapietrouw van patiënten.

  1. Economische en politieke context

Financiële regelingen, regelgeving, beleid (vergoede zorg, betaaltitel)

 

Astmamedicatie wordt vergoed

  1. Welke personen/partijen zijn van belang bij het toepassen van de aanbeveling in de praktijk?

 

Patiënt/ cliënt (naaste)

Professional

  1. Wat zouden deze personen/ partijen moeten veranderen in hun gedrag of organisatie om de aanbeveling toe te passen?

 

Samen beslissen zou geïntegreerd moeten worden in het consult. Dit betekent dat er meer tijd voor de eerste consulten uitgetrokken zou moeten worden. Meer tijd voor consulten betekend een systematischere veranderingen.

  1. Binnen welk tijdsbestek moet de aanbeveling zijn geïmplementeerd? 

< 2 jaar

 

  1. Conclusie: is er extra aandacht nodig voor implementatie van de aanbeveling (anders dan publicatie van deze richtlijnmodule)?

Nee

 

 

*Deze aanbeveling komt in aanmerking voor plaatsing op de Implementatie Agenda van het programma Zorg Evaluatie & Gepast Gebruik (ZE&GG). In het programma ZE&GG werken patiënten, zorgverleners, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en overheid samen aan de bewezen beste zorg voor de patiënt. Daarmee is ZE&GG een programma van alle betrokken partijen in de Medisch Specialistische Zorg. FMS is één van deze betrokken partijen.

 

De implementatieagenda van ZE&GG bevat onderwerpen over wat de bewezen beste zorg is en die in de dagelijkse zorgpraktijk geïmplementeerd zouden moeten worden.  Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en de Nederlandse Vereniging voor Ziekenhuizen (NVZ) hebben landelijke afspraken gemaakt over de implementatie van de onderwerpen van de implementatieagenda. Deze afspraken zijn onderdeel van de zorginkoopafspraken tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders.

 

Vanuit FMS worden sterke, goed onderbouwde aanbevelingen, getoetst op de behoefte aan een implementatie impuls aangedragen. Voor de beoordeling van onderwerpen uit richtlijnen wordt gekeken naar bovenstaande tabel voor een inschatting van de implementatie impuls. Met de ingevulde implementatietabel kunnen we vanuit FMS de andere HLA-MSZ partijen goed informeren om zo samen te beslissen of de aanbeveling daadwerkelijk op de implementatie agenda zal worden geplaatst.