Implementatietabel

Tabel A: (De-)Implementatietabel met impuls analyse

Aanbeveling – 1

Voer niet routinematig een CT-scan van de thorax uit bij patiënten met chronische hoest en een normale X-thorax en anamnese, zonder alarmsymptomen.

  1. Wat was het onderliggende probleem om deze uitgangsvraag uit te werken?

 

Ongewenste praktijkvariatie

 

Toelichting:

Bij patiënten met abnormaliteiten en lang aanhoudende hoest kan CT-thorax op indicatie gebruikt worden. Er zit echter praktijkvariatie in het wel of niet routinematig toepassen van CT-thorax door zorgverleners.

  1. Maak een inschatting over hoeveel patiënten het ongeveer gaat waar de aanbeveling betrekking op heeft?

5000-40.000


Toelichting
Casus Isala waarbij adherentie 600.000 mensen is. Bij een prevalentie van 10%) zouden er 60.000 hoesters moeten zijn. Hiervan worden er 400 per jaar naar de poli verwezen, wat neerkomt op ongeveer 0,01%. Bij extrapolatie van de Isala gegevens naar de landelijke situatie van 20 miljoen inwoners, zou dat betekenen dat er jaarlijks ongeveer 13000 mensen naar de 2e lijn verwezen worden voor hoest.

  1. Maakt de aanbeveling deel uit van een set van interventies voor hetzelfde probleem?

 

□ Ja: hoe verhoudt deze aanbeveling zich tot de andere aanbevelingen uit deze module/ richtlijn of uit andere richtlijnen(modules)? Dient hier rekening mee gehouden te worden bij de implementatie of kan dit worden gezien als een losstaande aanbeveling?

 

Toelichting: CT-thorax wordt op indicatie uitgeschreven wanneer bij chronische hoest patiënt een abnormale x thorax en lichamelijke anamnese blijkt. Het is daarmee onderdeel van een diagnostisch traject.

  1. Belemmeringen en kansen op verschillende niveaus voor landelijke toepassing van de aanbeveling:

Voorbeelden

Wat zijn mogelijke belemmerende factoren?

Wat zijn mogelijke bevorderende factoren?

  1. Richtlijn/ klinisch traject (innovatie)

Voortschrijding/vooruitgang in de praktijk, haalbaarheid, geloofwaardigheid, toegankelijkheid, aantrekkelijkheid

Vooruitgang in de praktijk: er zijn geen kwalitatief goede studies naar gebruik van CT-thorax bij patiënten met chronische hoest beschikbaar. De impact op uiteindelijke behandelkeuze bij wel/geen gebruik CT-thorax is onduidelijk.

Patiënten worden blootgesteld aan straling en lopen daarmee risico indien verder onderzoek naar CT-thorax plaatsvindt.

-

  1. Zorgverleners (artsen en verpleegkundigen)

Bewustzijn, kennis, houding, motivatie om te veranderen, gedragsroutines

 

Niet routinematig inzetten van CT-thorax zonder verdere indicatie, en daarbij ook kennis over wanneer de CT-thorax wél in te zetten (bij abnormaliteiten in x thorax en bij fysieke anamnese). Hiervoor is kennis van het algehele diagnostisch traject ook gewenst (zie implementatie tabel 2 en Flowdiagram).

  1. Patiënt/ cliënt (naasten)

Kennis, vaardigheden, houding, compliance

-

-

  1. Sociale context

Mening van collega’s, cultuur van het netwerk, samenwerking, leiderschap

-

Meer kennis over wanneer CT-scan wél in te zetten vermindert wellicht de angst bij zorgverleners en patiënt om iets te missen.

  1. Organisatorische context

Organisatie van zorgprocessen, personeel, capaciteiten, middelen, structuren

-

-

  1. Economische en politieke context

Financiële regelingen, regelgeving, beleid (vergoede zorg, betaaltitel)

-

-

  1. Welke personen/partijen zijn van belang bij het toepassen van de aanbeveling in de praktijk?

 

Patiënt/ cliënt (naaste)

Professional

Beroepsvereniging

Ziekenhuis(bestuurder)

  1. Wat zouden deze personen/ partijen moeten veranderen in hun gedrag of organisatie om de aanbeveling toe te passen?

Het niet routinematig toepassen van CT-thorax behoeft kennis onder de zorgverleners over het diagnostische traject, en over wanneer er wél doorverwezen dient te worden voor CT-thorax op indicatie.

  1. Binnen welk tijdsbestek moet de aanbeveling zijn geïmplementeerd? 

< 1 jaar

 

  1. Conclusie: is er extra aandacht nodig voor implementatie van de aanbeveling (anders dan publicatie van deze richtlijnmodule)?

Nee

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(Sub) Aanbeveling – 1

(Sub) Aanbeveling – 2


Zorg voor een zorgvuldige anamnese en lichamelijk onderzoek bij patiënten die binnenkomen met chronisch hoesten. Vraag o.a. naar alarmsymptomen.

Voer de volgende tests standaard uit:

  • X-thorax
  • Longfunctie: Spirometrie en reversibiliteit/responsiviteit
  • Fractional Exhaled Nitric Oxide (FeNO) test
  • Lab: eosinofiele granulocyten
  • Screening inhalatieallergenen of huidtest

Voer de volgende tests op indicatie:

  • Hoge resolutie CT-scan (HRCT)
  • Methacholine- of histamineprovocatietest

1. Wat was het onderliggende probleem om deze uitgangsvraag uit te werken?

 

Ongewenste praktijkvariatie

 

Toelichting:

Er is praktijkvariatie geconstateerd in de toepassing van diagnostisch onderzoek in het diagnostische traject voor patiënten met chronische hoest.

2. Maak een inschatting over hoeveel patiënten het ongeveer gaat waar de aanbeveling betrekking op heeft?

> 40.000

 

Toelichting:
Ongeveer 2 % van Nederland heeft last van chronische hoest waarvan mogelijk 30-40% binnen de OCH/RCH groep.

3. Maakt de aanbeveling deel uit van een set van interventies voor hetzelfde probleem?

 

□ Ja: hoe verhoudt deze aanbeveling zich tot de andere aanbevelingen uit deze module/ richtlijn of uit andere richtlijnen(modules)? Dient hier rekening mee gehouden te worden bij de implementatie of kan dit worden gezien als een losstaande aanbeveling?

 

Toelichting: De sub aanbevelingen gaan over het gehele diagnostische traject. 

4. Belemmeringen en kansen op verschillende niveaus voor landelijke toepassing van de aanbeveling:

Voorbeelden

Wat zijn mogelijke belemmerende factoren?

Wat zijn mogelijke bevorderende factoren?

  1. Richtlijn/ klinisch traject (innovatie)

Voortschrijding/vooruitgang in de praktijk, haalbaarheid, geloofwaardigheid, toegankelijkheid, aantrekkelijkheid

-

Algehele bekendheid onder zorgverleners van het diagnostisch traject. Visualisatie van het diagnostische en behandel traject middels een flowdiagram helpt hier wellicht bij. Dit zou al vroeg tijdens de opleiding van medisch specialisten of tijdens stages benoemd kunnen worden.

  1. Zorgverleners (artsen en verpleegkundigen)

Bewustzijn, kennis, houding, motivatie om te veranderen, gedragsroutines

Angst voor onder diagnostiek waardoor zorgverleners liever wel vroegtijdig en routinematig CT-thorax inzetten.

 

  1. Patiënt/ cliënt (naasten)

Kennis, vaardigheden, houding, compliance

-

-

  1. Sociale context

Mening van collega’s, cultuur van het netwerk, samenwerking, leiderschap

-

-

  1. Organisatorische context

Organisatie van zorgprocessen, personeel, capaciteiten, middelen, structuren

-

Diagnostisch flow integreren in ziekenhuizen helpt wellicht om minder praktijkvariatie te krijgen.

  1. Economische en politieke context

Financiële regelingen, regelgeving, beleid (vergoede zorg, betaaltitel)

-

-

5. Welke personen/partijen zijn van belang bij het toepassen van de aanbeveling in de praktijk?

 

Patiënt/ cliënt (naaste)

Professional

Beroepsvereniging

Ziekenhuis(bestuurder)

6. Wat zouden deze personen/ partijen moeten veranderen in hun gedrag of organisatie om de aanbeveling toe te passen?

Het niet routinematig toepassen van CT-thorax behoeft kennis onder de zorgverleners over het diagnostische traject, en over wanneer er wél doorverwezen dient te worden voor CT-thorax op indicatie.

7. Binnen welk tijdsbestek moet de aanbeveling zijn geïmplementeerd? 

< 1 jaar

 

8. Conclusie: is er extra aandacht nodig voor implementatie van de aanbeveling (anders dan publicatie van deze richtlijnmodule)?

Nee

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

*Deze aanbeveling komt in aanmerking voor plaatsing op de Implementatie Agenda van het programma Zorg Evaluatie & Gepast Gebruik (ZE&GG). In het programma ZE&GG werken patiënten, zorgverleners, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en overheid samen aan de bewezen beste zorg voor de patiënt. Daarmee is ZE&GG een programma van alle betrokken partijen in de Medisch Specialistische Zorg. FMS is één van deze betrokken partijen.

 

De implementatieagenda van ZE&GG bevat onderwerpen over wat de bewezen beste zorg is en die in de dagelijkse zorgpraktijk geïmplementeerd zouden moeten worden.  Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en de Nederlandse Vereniging voor Ziekenhuizen (NVZ) hebben landelijke afspraken gemaakt over de implementatie van de onderwerpen van de implementatieagenda. Deze afspraken zijn onderdeel van de zorginkoopafspraken tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders.

 

Vanuit FMS worden sterke, goed onderbouwde aanbevelingen, getoetst op de behoefte aan een implementatie impuls aangedragen. Voor de beoordeling van onderwerpen uit richtlijnen wordt gekeken naar bovenstaande tabel voor een inschatting van de implementatie impuls. Met de ingevulde implementatietabel kunnen we vanuit FMS de andere HLA-MSZ partijen goed informeren om zo samen te beslissen of de aanbeveling daadwerkelijk op de implementatie agenda zal worden geplaatst.