Implementatieplan

Implementatietabel

Aanbeveling 2: Pas autologe bloed injecties niet toe voor patiënten met fasciopathie plantaris.

Bespreek met de patiënt het beperkte bewijs dat ABI niet effectief is en de onbekende risico’s van een autologe bloed injectie.

  1. Wat was het onderliggende probleem om deze uitgangsvraag uit te werken?

 

Ongewenste praktijkvariatie

 

Toelichting:

 

Het onderliggende probleem is de ongewenste praktijkvariatie in de behandeling van fasciopathie plantaris, waarbij autologe bloedinjecties (ABI) nog steeds worden toegepast ondanks het gebrek aan wetenschappelijk bewijs voor effectiviteit. Dit leidt tot onnodige behandelingen, mogelijke risico’s voor patiënten en ondoelmatige financiële uitgaven voor de patiënt.

  1. Maak een inschatting over hoeveel patiënten het ongeveer gaat waar de aanbeveling betrekking op heeft?

5000-40.000

  1. Maakt de aanbeveling deel uit van een set van interventies voor hetzelfde probleem?

 

Ja: hoe verhoudt deze aanbeveling zich tot de andere aanbevelingen uit deze module/ richtlijn of uit andere richtlijnen(modules)? Dient hier rekening mee gehouden te worden bij de implementatie of kan dit worden gezien als een losstaande aanbeveling?

 

Toelichting: het betreft een losstaande aanbeveling. ABI blijkt niet effectief terwijl de alternatieven dat mogelijk wel zijn. 

  1. Belemmeringen en kansen op verschillende niveaus voor landelijke toepassing van de aanbeveling:

Voorbeelden

Wat zijn mogelijke belemmerende factoren?

Wat zijn mogelijke bevorderende factoren?

  1. Richtlijn/ klinisch traject (innovatie)

Voortschrijding/vooruitgang in de praktijk, haalbaarheid, geloofwaardigheid, toegankelijkheid, aantrekkelijkheid

ABI is eenvoudig te bereiden

ABI is een lichaamseigen product

Mogelijk bestaande protocollen die ABI nog als optie noemen.

Gewenning aan het gebruik van injectiebehandelingen in de praktijk.

Een injectiebehandeling wordt geassocieerd met risico’s, waardoor er een zekere terughoudendheid is

Toename van wetenschappelijk bewijs tegen de effectiviteit van ABI

  1. Zorgverleners (artsen en verpleegkundigen)

Bewustzijn, kennis, houding, motivatie om te veranderen, gedragsroutines

Ervaring en voorkeur van zorgverleners die ABI als een mogelijke behandeling zien.

Onvoldoende kennis over de ineffectiviteit van ABI

Beperkt aanbod van alternatieve evidence-based behandelingen

 Opleidingen en nascholing die de ineffectiviteit van ABI benadrukken

Toename van focus op conservatieve behandelingen zonder injectie

  1. Patiënt/ cliënt (naasten)

Kennis, vaardigheden, houding, compliance

Patiënten die actief zoeken naar injectiebehandelingen als snelle oplossing

Geloof dat het lichaamseigen bloed een helende werking heeft. Misvattingen over de effectiviteit van lichaamseigen bloed

Verwachtingen op basis van anekdotisch bewijs of eerdere ervaringen

Terughoudendheid voor injectie behandeling wegens risico’s

Goede voorlichting over de ineffectiviteit en onbekende risico’s van ABI

Vergroting van de bewustwording over veiligere en effectievere behandelingen

  1. Sociale context

Mening van collega’s, cultuur van het netwerk, samenwerking, leiderschap

Gebruik van ABI door collega’s of in andere instellingen kan druk geven om het toch toe te passen

Associatie van ABI met PRP kan het moeilijk maken om zorgverleners te overtuigen van de verschillen

Leiderschap binnen vakgroepen die het belang van evidence-based practice benadrukken

Bespreking in multidisciplinaire overleggen om richtlijnconform te handelen

  1. Organisatorische context

Organisatie van zorgprocessen, personeel, capaciteiten, middelen, structuren

Huidige infrastructuur en routine waarin ABI eenvoudig kan worden toegepast

Mogelijke weerstand binnen instellingen als ABI een gevestigde behandeling is

Betere implementatie van de aanbeveling doordat er geen extra materialen voor bloedafname en injectie nodig zijn

Opname van de richtlijn in zorgprotocollen van ziekenhuizen en klinieken

  1. Economische en politieke context

Financiële regelingen, regelgeving, beleid (vergoede zorg, betaaltitel)

Mogelijke financiële prikkels voor zorgverleners om ABI aan te blijven bieden

Geen extra kosten voor dure apparatuur en materialen zoals PRP-kits

Patiënten die bereid zijn om zelfstandig de kosten te dragen

Beleidsmatige besluiten om ABI niet als verzekerde zorg te vergoeden

  1. Welke personen/partijen zijn van belang bij het toepassen van de aanbeveling in de praktijk?

 

Patiënt/ cliënt (naaste)

Professional

Beroepsvereniging 

  1. Wat zouden deze personen/ partijen moeten veranderen in hun gedrag of organisatie om de aanbeveling toe te passen?

 

 

Om de aanbeveling succesvol te implementeren, moeten verschillende personen en partijen hun gedrag of organisatie aanpassen. Hieronder volgen de belangrijkste veranderingen per groep:

 

a) Zorgverleners (artsen en verpleegkundigen)

  • Stoppen met aanbieden van ABI als behandelingsoptie voor fasciopathie plantaris.
  • Bij- en nascholing volgen over de nieuwste richtlijnen en het gebrek aan effectiviteit van ABI.
  • Actief informeren en overtuigen van collega’s die nog vasthouden aan ABI als behandeling.
  • Patiënten goed voorlichten over de ineffectiviteit en de onbekende risico’s van ABI.
  • Alternatieve behandelingen aanbieden en patiënten daarin begeleiden.

b) Patiënten en hun naasten

  • Geen ABI verwachten of eisen bij fasciopathie plantaris.
  • Openstaan voor evidence-based behandelopties die volgens de richtlijn worden geadviseerd.
  • Kritischer kijken naar niet-wetenschappelijk onderbouwde behandelingen en niet afgaan op anekdotisch bewijs of online informatie zonder wetenschappelijke basis.

c)  Wetenschappelijke en professionele verenigingen (zoals de VSG)

  • Actief uitdragen van de richtlijn en de bijbehorende wetenschappelijke onderbouwing.
  • Organiseren van symposia, webinars en publicaties om zorgverleners bewust te maken van de nieuwe aanbeveling.
  • Monitoren en evalueren van de implementatie om te kijken of ABI daadwerkelijk minder wordt toegepast.
  1. Binnen welk tijdsbestek moet de aanbeveling zijn geïmplementeerd? 

< 2 jaar 

 

  1. Conclusie: is er extra aandacht nodig voor implementatie van de aanbeveling (anders dan publicatie van deze richtlijnmodule)?

Ja*

 

Toelichting:

De implementatie kan worden bevorderd door nascholing en training voor zorgverleners, zodat zij goed geïnformeerd zijn over de ineffectiviteit en risico’s van ABI. Aanpassing van richtlijnen en protocollen binnen ziekenhuizen en beroepsverenigingen helpt om de aanbeveling breed te verankeren. Patiëntenvoorlichting via folders, websites en consultgesprekken zorgt ervoor dat patiënten realistische verwachtingen hebben over behandelingen.

*Deze aanbeveling komt in aanmerking voor plaatsing op de Implementatie Agenda van het programma Zorg Evaluatie & Gepast Gebruik (ZE&GG). In het programma ZE&GG werken patiënten, zorgverleners, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en overheid samen aan de bewezen beste zorg voor de patiënt. Daarmee is ZE&GG een programma van alle betrokken partijen in de Medisch Specialistische Zorg. FMS is één van deze betrokken partijen. 

De implementatieagenda van ZE&GG bevat onderwerpen over wat de bewezen beste zorg is en die in de dagelijkse zorgpraktijk geïmplementeerd zouden moeten worden.  Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en de Nederlandse Vereniging voor Ziekenhuizen (NVZ) hebben landelijke afspraken gemaakt over de implementatie van de onderwerpen van de implementatieagenda. Deze afspraken zijn onderdeel van de zorginkoopafspraken tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders. 

Vanuit FMS worden sterke, goed onderbouwde aanbevelingen, getoetst op de behoefte aan een implementatie impuls aangedragen. Voor de beoordeling van onderwerpen uit richtlijnen wordt gekeken naar bovenstaande tabel voor een inschatting van de implementatie impuls. Met de ingevulde implementatietabel kunnen we vanuit FMS de andere HLA-MSZ partijen goed informeren om zo samen te beslissen of de aanbeveling daadwerkelijk op de implementatie agenda zal worden geplaatst.