Implementatieplan

Implementatietabel

Aanbeveling 1 en 2

 

Aanbeveling 1

Prioriteer anamnese en lichamelijk onderzoek voor diagnosestelling van fasciopathie plantaris bij patiënten met plantaire hielpijn

Aanbeveling 2

Voor het stellen van de diagnose fasciopathie plantaris:

  • Lokaliseer de palpatiepijn plantair, specifieke ter hoogte van de insertie van de fascia plantaris op de mediale tuberkel van de calcaneus, eventueel met versterkte palpatiepijn door passieve dorsoflexie van de grote teen; de palpatie pijn mag ook iets meer naar anterieur zitten en enkele cm’s verwijderd van de insertie.

Vraag patiënt of deze de locatie van de pijn herkent;

  1. Wat was het onderliggende probleem om deze uitgangsvraag uit te werken?

□ Ongewenste praktijkvariatie

 

  1. Maak een inschatting over hoeveel patiënten het ongeveer gaat waar de aanbeveling betrekking op heeft?

 

x 5000-40.000 (ruwe schatting 20000?) (Volgens Crawford et al. (2000) wordt 10% van de bevolking in hun leven geconfronteerd met pijn aan de hiel).

 

  1. Maakt de aanbeveling deel uit van een set van interventies voor hetzelfde probleem?

 

Er zijn meerdere aanbevelingen binnen deze module geformuleerd. De eerste en derde aanbeveling zijn beiden sterk geformuleerd.

 

 

  1. Belemmeringen en kansen op verschillende niveaus voor landelijke toepassing van de aanbeveling:

Voorbeelden

Wat zijn mogelijke belemmerende factoren?

Wat zijn mogelijke bevorderende factoren?

  1. Richtlijn/ klinisch traject (innovatie)

Voortschrijding/vooruitgang in de praktijk, haalbaarheid, geloofwaardigheid, toegankelijkheid, aantrekkelijkheid

Onenigheid tussen beroepsgroepen: radiologen/sportartsen/orthopeden/huisartsen.

Zorgverleners die te veel vertrouwen/steunen op aanvullende diagnostiek.

Autoriteitsdragende instituten (academische centra bijvoorbeeld) die de richtlijn publiek steunen. Publicatie in vakbladen.

  1. Zorgverleners (artsen en verpleegkundigen)

Bewustzijn, kennis, houding, motivatie om te veranderen, gedragsroutines

Onenigheid tussen beroepsgroepen: radiologen/sportartsen/orthopeden/huisartsen.

Zorgverleners die te veel vertrouwen/steunen op aanvullende diagnostiek.

Weerstand tegen verandering.

Gebrek aan kennis en training.

Publicatie in vakbladen specialisten.

Organisatie symposia/congressen

Autoriteitsdragende instituten (academische centra bijvoorbeeld) die de richtlijn publiek steunen.

  1. Patiënt/ cliënt (naasten)

Kennis, vaardigheden, houding, compliance

Onenigheid tussen beroepsgroepen: radiologen/sportartsen/orthopeden/huisartsen.

Er is geen voldoende patiënteninformatie hoe het onderzoek er nu uit ziet.

 

Publicatie van streven naar uniformiteit (via multidisciplinaire richtlijn) in diagnose en behandeling tussen (para)medici in een blad voor leken.

  1. Sociale context

Mening van collega’s, cultuur van het netwerk, samenwerking, leiderschap

Oudere (para)medici die al jaren monodisciplinar werken, en weinig met anderen samenwerken.

(Para)medici die overtuigd zijn van eigen gelijk.

Netwerk met (para)medici die veelvuldig congressen/symposia bezoeken, intercollegiale toetsingsbijeenkomsten hebben.

  1. Organisatorische context

Organisatie van zorgprocessen, personeel, capaciteiten, middelen, structuren

Te weinig tijd ingeruimd voor intercollegiale toetsing of overlegmomenten.

Te weinig tijd om richtlijnen te leren en toe te passen.

Tijd voor intercollegiale toetsing en multidisciplinair overleg op de werkvloer.

  1. Economische en politieke context

Financiële regelingen, regelgeving, beleid (vergoede zorg, betaaltitel)

Niet van toepassing

Niet van toepassing

  1. Welke personen/partijen zijn van belang bij het toepassen van de aanbeveling in de praktijk?

 

x Professional

x Beroepsvereniging

x Ziekenhuis(bestuurder)

 

  1. Wat zouden deze personen/ partijen moeten veranderen in hun gedrag of organisatie om de aanbeveling toe te passen?

 

De professional moet openstaan voor de aanbevelingen van de rchtlijn en deze willen toepassen.

De Beroepsvereniging zal de professionals in moeten lichten via publicatie avn de richtlijn.

Het Ziekenhuisbestuur dient de productiviteit van een afdeling met professionals niet dermate te prioriteren dat dat ten koste gaat van pverlegtijd en mogelijkheden voor intercollegiale toetsing maar ook spreekuurtijd.

7. Binnen welk tijdsbestek moet de aanbeveling zijn geïmplementeerd? 

< 2 jaar

 

 

Conclusie: is er extra aandacht nodig voor implementatie van de aanbeveling (anders dan publicatie van deze richtlijnmodule)?

X Ja*

 

Toelichting: Mogelijk is het ook nuttig om via meerdere platformen deze nieuwe richtlijn te communiceren. Hierbij is het belangrijk dat alle partijen die hier belang bij hebben juist geïnformeerd worden.

 

 

Aanbeveling 3

 

Aanbeveling 3

Voor differentiaal-diagnostische overwegingen:

  • Inspecteer de voet op zwellingen en roodheid op overige plekken op de voet voor differentiatie, (insertie tendinopathie achillespees, retrocalcaneaire bursitis).
  • Onderzoek drukpijn aan plantaire zijde, meer naar achteren dan de mediale tuberkel (fatpad-irritatie).
  • Onderzoek drukpijn aan achterzijde/rondom de hiel (Onderste spronggewricht dysfunctie, insertie tendinopathie achillespees).
  • Onderzoek pijn bij palpatie middenvoetsbeentjes, met eventuele zwelling (stressfractuur).
  • Onderzoek pijn bij palpatie plantaire zijde onder bal van de voet (Morton’s Neuroom).
  • Onderzoek pijn bij palpatie aan achterzijde van de mediale malleolus (Tarsaal Tunnelsyndroom.
  1. Wat was het onderliggende probleem om deze uitgangsvraag uit te werken?

 

□ Ongewenste praktijkvariatie

 

Toelichting:

Veel patiënten komen bij de orthopedisch chirurg terwijl ze op dat moment niet voor tenminste een jaar lang adequaat conservatief behandeld zijn. De werkgroep is van mening dat een jaar lang adequaat behandelen de standaard moet zijn, evenals het bespreken van de relatieve effecten van operatief ingrijpen ten opzichte van andere conservatieve behandelingen.

 

  1. Maak een inschatting over hoeveel patiënten het ongeveer gaat waar de aanbeveling betrekking op heeft?

x 5000-40.000 (zie eerder).

 

  1. Maakt de aanbeveling deel uit van een set van interventies voor hetzelfde probleem?

 

Er zijn meerdere aanbevelingen binnen deze module geformuleerd. De eerste en derde aanbeveling zijn beiden sterk geformuleerd.

 

 

  1. Belemmeringen en kansen op verschillende niveaus voor landelijke toepassing van de aanbeveling:

Voorbeelden

Wat zijn mogelijke belemmerende factoren?

Wat zijn mogelijke bevorderende factoren?

  1. Richtlijn/ klinisch traject (innovatie)

Voortschrijding/vooruitgang in de praktijk, haalbaarheid, geloofwaardigheid, toegankelijkheid, aantrekkelijkheid

Onenigheid tussen beroepsgroepen: radiologen/sportartsen/orthopeden/huisartsen.

 

Autoriteitsdragende instituten (academische centra bijvoorbeeld) die de richtlijn publiek steunen. Publicatie in vakbladen.

  1. Zorgverleners (artsen en verpleegkundigen)

Bewustzijn, kennis, houding, motivatie om te veranderen, gedragsroutines

Onenigheid tussen beroepsgroepen: radiologen/sportartsen/orthopeden/huisartsen.

Zorgverleners die te veel vertrouwen/steunen op aanvullende diagnostiek.

Weerstand tegen verandering.

Gebrek aan kennis en training.

Autoriteitsdragende instituten (academische centra bijvoorbeeld) die de richtlijn publiek steunen. Publicatie in vakbladen.

  1. Patiënt/ cliënt (naasten)

Kennis, vaardigheden, houding, compliance

Onenigheid tussen beroepsgroepen: radiologen/sportartsen/orthopeden/huisartsen.

Publicatie van streven naar uniformiteit (via multidisciplinaire richtlijn) in diagnose en behandeling tussen (para)medici in een blad voor leken. Zorgen dat er in dit stadium voldoende patiënteninformatie voor handen is over hoe het lichamelijk onderzoek er uit ziet. bijvoorbeeld via Thuisarts.nl.

  1. Sociale context

Mening van collega’s, cultuur van het netwerk, samenwerking, leiderschap

Oudere (para)medici die al jaren monodisciplinar werken, en weinig met anderen samenwerken.

(Para)medici die overtuigd zijn van eigen gelijk.

Netwerk met (para)medici die veelvuldig congressen/symposia bezoeken, intercollegiale toetsingsbijeenkomsten hebben.

  1. Organisatorische context

Organisatie van zorgprocessen, personeel, capaciteiten, middelen, structuren

Te weinig tijd ingeruimd voor intercollegiale toetsing of overlegmomenten.

Te weinig tijd om richtlijnen te leren en toe te passen.

Tijd voor intercollegiale toetsing en multidisciplinair overleg op de werkvloer.

  1. Economische en politieke context

Financiële regelingen, regelgeving, beleid (vergoede zorg, betaaltitel)

Niet van toepassing.

Minder kosten ten gevolge van overbodige aanvullende diagnostiek.

  1. Welke personen/partijen zijn van belang bij het toepassen van de aanbeveling in de praktijk?

 

x Professional

x Beroepsvereniging

x Ziekenhuis(bestuurder)

 

  1. Wat zouden deze personen/ partijen moeten veranderen in hun gedrag of organisatie om de aanbeveling toe te passen?

 

De professional moet openstaan voor de aanbevelingen van de rchtlijn en deze willen toepassen.

De Beroepsvereniging zal de professionals in moeten lichten via publicatie van de richtlijn.

Het Ziekenhuisbestuur dient de productiviteit van een afdeling met professionals niet dermate te prioriteren dat dat ten koste gaat van overlegtijd en mogelijkheden voor intercollegiale toetsing maar ook spreekuurtijd.

7. Binnen welk tijdsbestek moet de aanbeveling zijn geïmplementeerd? 

< 3 jaar

 

 

Conclusie: is er extra aandacht nodig voor implementatie van de aanbeveling (anders dan publicatie van deze richtlijnmodule)?

x Ja*

 

Toelichting: Mogelijk is het ook nuttig om via meerdere platformen deze nieuwe richtlijn te communiceren. Hierbij is het belangrijk dat alle partijen die hier belang bij hebben juist geïnformeerd worden.