Implementatieplan

Tabel A: (De-)Implementatietabel met impuls analyse 

Aanbeveling – 1

 

  1. Wat was het onderliggende probleem om deze uitgangsvraag uit te werken?

 

Ongewenste praktijkvariatie

□ Nieuwe evidentie

□ Anders

 

Toelichting:

Er is onvoldoende uniformiteit in de wijze waarop laboratoriumonderzoek bij verdenking op OHSS wordt uitgevoerd. Klinieken verschillen in beleid; sommige verrichten beperkt onderzoek bij milde verdenking, terwijl andere uitgebreider testen. Er is geen gouden standaard en literatuur hierover is schaars, wat leidt tot praktijkvariatie. Uniformering is gewenst voor betere risicostratificatie en communicatie, zeker met het oog op potentieel ernstige complicaties.

  1. Maak een inschatting over hoeveel patiënten het ongeveer gaat waar de aanbeveling betrekking op heeft?

□ < 1000

< 5000

5000-40.000

> 40.000

 

  1. Maakt de aanbeveling deel uit van een set van interventies voor hetzelfde probleem?

 

Ja: hoe verhoudt deze aanbeveling zich tot de andere aanbevelingen uit deze module/ richtlijn of uit andere richtlijnen(modules)? Dient hier rekening mee gehouden te worden bij de implementatie of kan dit worden gezien als een losstaande aanbeveling?

 

Toelichting: De aanbeveling is onderdeel van een bredere richtlijnmodule over diagnostiek en behandeling van OHSS.

 

□ Nee

 

  1. Belemmeringen en kansen op verschillende niveaus voor landelijke toepassing van de aanbeveling:

Voorbeelden

Wat zijn mogelijke belemmerende factoren?

Wat zijn mogelijke bevorderende factoren?

  1. Richtlijn/ klinisch traject (innovatie)

Voortschrijding/vooruitgang in de praktijk, haalbaarheid, geloofwaardigheid, toegankelijkheid, aantrekkelijkheid

Variatie in bestaande praktijk; geen gouden standaard; beperkte literatuur

Sluit aan bij bestaande praktijken in fertiliteitscentra; versterkt standaardisatie

  1. Zorgverleners (artsen en verpleegkundigen)

Bewustzijn, kennis, houding, motivatie om te veranderen, gedragsroutines

Onbekendheid met waarde van labonderzoek bij OHSS; gewoonte om klinisch te beoordelen

Herkenning van de risico’s van OHSS; wens tot betere classificatie

  1. Patiënt/ cliënt (naasten)

Kennis, vaardigheden, houding, compliance

Onwetendheid over nut van aanvullend onderzoek

Betere uitleg over veiligheid en risico’s leidt tot meer begrip en compliance

  1. Sociale context

Mening van collega’s, cultuur van het netwerk, samenwerking, leiderschap

Variatie tussen ziekenhuizen of IVF-centra

Interdisciplinaire afstemming binnen fertiliteitsteams

  1. Organisatorische context

Organisatie van zorgprocessen, personeel, capaciteiten, middelen, structuren

Logistiek rond snelle labafname en interpretatie in kleinere centra

Standaard labbepalingen zijn goed beschikbaar in vrijwel alle ziekenhuizen

  1. Economische en politieke context

Financiële regelingen, regelgeving, beleid (vergoede zorg, betaaltitel)

Extra kosten bij volledige labset, zeker bij milde casus

Geen dure testen, vallen binnen basispakket en bestaande ziekenhuiszorg

  1. Welke personen/partijen zijn van belang bij het toepassen van de aanbeveling in de praktijk?

 

Patiënt/ cliënt (naaste)

☑ Professional

□ Beroepsvereniging

□ Ziekenhuis(bestuurder)

□ Zorgverzekeraars/ NZa

□ Zorginstituut [duiding nodig]

□  …………………………………… (graag aanvullen met alle relevante partijen, e.g., industrie)

 

  1. Wat zouden deze personen/ partijen moeten veranderen in hun gedrag of organisatie om de aanbeveling toe te passen?

 

 Zouden routinematig labonderzoek moeten aanvragen bij verdenking op OHSS, met afweging van ernst. Scholing of opfrismaterialen kunnen helpen.

  1. Binnen welk tijdsbestek moet de aanbeveling zijn geïmplementeerd? 

< 1 jaar

□ < 2 jaar

□ < 3 jaar

 

Gezien het feit dat de bepaling van de genoemde laboratoriumwaarden reeds standaard beschikbaar is in de Nederlandse ziekenhuizen, is implementatie technisch snel uitvoerbaar. Het vraagt vooral om protocollaire en gedragsmatige afstemming binnen fertiliteitsteams.

  1. Conclusie: is er extra aandacht nodig voor implementatie van de aanbeveling (anders dan publicatie van deze richtlijnmodule)?

□ Ja* Nee

 

Toelichting:

[toelichting]

 

*Deze aanbeveling komt in aanmerking voor plaatsing op de Implementatie Agenda van het programma Zorg Evaluatie & Gepast Gebruik (ZE&GG). In het programma ZE&GG werken patiënten, zorgverleners, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en overheid samen aan de bewezen beste zorg voor de patiënt. Daarmee is ZE&GG een programma van alle betrokken partijen in de Medisch Specialistische Zorg. FMS is één van deze betrokken partijen. 

De implementatieagenda van ZE&GG bevat onderwerpen over wat de bewezen beste zorg is en die in de dagelijkse zorgpraktijk geïmplementeerd zouden moeten worden.  Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en de Nederlandse Vereniging voor Ziekenhuizen (NVZ) hebben landelijke afspraken gemaakt over de implementatie van de onderwerpen van de implementatieagenda. Deze afspraken zijn onderdeel van de zorginkoopafspraken tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders. 

Vanuit FMS worden sterke, goed onderbouwde aanbevelingen, getoetst op de behoefte aan een implementatie impuls aangedragen. Voor de beoordeling van onderwerpen uit richtlijnen wordt gekeken naar bovenstaande tabel voor een inschatting van de implementatie impuls. Met de ingevulde implementatietabel kunnen we vanuit FMS de andere HLA-MSZ partijen goed informeren om zo samen te beslissen of de aanbeveling daadwerkelijk op de implementatie agenda zal worden geplaatst.

Aanbeveling – 2

 

  1. Wat was het onderliggende probleem om deze uitgangsvraag uit te werken?

 

Ongewenste praktijkvariatie

□ Nieuwe evidentie

□ Anders

 

Toelichting:

In de klinische praktijk ontbreekt een gestandaardiseerde methode voor het classificeren van de ernst van OHSS. Dit leidt tot verschillen in interpretatie en beleid tussen ziekenhuizen en fertiliteitsklinieken. Een uniforme classificatie is nodig voor eenduidige communicatie, risicostratificatie, behandelbeleid en wetenschappelijke onderbouwing van zorgbesluiten.

  1. Maak een inschatting over hoeveel patiënten het ongeveer gaat waar de aanbeveling betrekking op heeft?

□ < 1000

< 5000

5000-40.000

> 40.000

 

  1. Maakt de aanbeveling deel uit van een set van interventies voor hetzelfde probleem?

 

Ja: hoe verhoudt deze aanbeveling zich tot de andere aanbevelingen uit deze module/ richtlijn of uit andere richtlijnen(modules)? Dient hier rekening mee gehouden te worden bij de implementatie of kan dit worden gezien als een losstaande aanbeveling?

 

Toelichting: Deze aanbeveling ondersteunt de aanbeveling over laboratoriumonderzoek (Aanbeveling 1) en maakt deel uit van het diagnostisch en behandeltraject van OHSS. De classificatie is essentieel voor klinische besluitvorming zoals opname-indicatie, monitoring en risicocommunicatie.

 

□ Nee

 

  1. Belemmeringen en kansen op verschillende niveaus voor landelijke toepassing van de aanbeveling:

Voorbeelden

Wat zijn mogelijke belemmerende factoren?

Wat zijn mogelijke bevorderende factoren?

  1. Richtlijn/ klinisch traject (innovatie)

Voortschrijding/vooruitgang in de praktijk, haalbaarheid, geloofwaardigheid, toegankelijkheid, aantrekkelijkheid

Nog geen breed geaccepteerde indeling; geen gevalideerde 'gouden standaard'

Deze tabel maakt uniformering mogelijk; praktijkgericht

  1. Zorgverleners (artsen en verpleegkundigen)

Bewustzijn, kennis, houding, motivatie om te veranderen, gedragsroutines

Onbekendheid of onwennigheid met de voorgestelde indeling

Handvat voor beslisondersteuning en betere communicatie tussen disciplines

  1. Patiënt/ cliënt (naasten)

Kennis, vaardigheden, houding, compliance

Begrip van classificatieniveau en implicaties

Eenduidige uitleg over risico’s en behandeling op basis van classificatie is mogelijk

  1. Sociale context

Mening van collega’s, cultuur van het netwerk, samenwerking, leiderschap

Variatie in teamafspraken of interpretatie

Verbetering van interdisciplinaire samenwerking door gezamenlijke terminologie

  1. Organisatorische context

Organisatie van zorgprocessen, personeel, capaciteiten, middelen, structuren

Verwerking in bestaande protocollen en EPD’s vereist

Gemakkelijk integreerbaar als beslisboom of scoringskaart in EPD

  1. Economische en politieke context

Financiële regelingen, regelgeving, beleid (vergoede zorg, betaaltitel)

Geen directe impact op bekostiging

Indirecte winst door betere risicostratificatie en passende inzet van zorgmiddelen

  1. Welke personen/partijen zijn van belang bij het toepassen van de aanbeveling in de praktijk?

 

Patiënt/ cliënt (naaste)

☑ Professional

□ Beroepsvereniging

□ Ziekenhuis(bestuurder)

□ Zorgverzekeraars/ NZa

□ Zorginstituut [duiding nodig]

□  …………………………………… (graag aanvullen met alle relevante partijen, e.g., industrie)

 

  1. Wat zouden deze personen/ partijen moeten veranderen in hun gedrag of organisatie om de aanbeveling toe te passen?

 

 Zouden de classificatie actief moeten gebruiken bij elke verdenking op OHSS en opnemen in verslaglegging en communicatie.

  1. Binnen welk tijdsbestek moet de aanbeveling zijn geïmplementeerd? 

< 1 jaar

□ < 2 jaar

□ < 3 jaar

 

De classificatie is direct toepasbaar en vraagt vooral om instructie en inbedding in klinische protocollen en EPD-systemen. Door de eenvoud en aansluiting bij bestaande parameters is implementatie snel mogelijk.

 

  1. Conclusie: is er extra aandacht nodig voor implementatie van de aanbeveling (anders dan publicatie van deze richtlijnmodule)?

□ Ja* Nee

 

Toelichting:

[toelichting]

 

*Deze aanbeveling komt in aanmerking voor plaatsing op de Implementatie Agenda van het programma Zorg Evaluatie & Gepast Gebruik (ZE&GG). In het programma ZE&GG werken patiënten, zorgverleners, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en overheid samen aan de bewezen beste zorg voor de patiënt. Daarmee is ZE&GG een programma van alle betrokken partijen in de Medisch Specialistische Zorg. FMS is één van deze betrokken partijen. 

De implementatieagenda van ZE&GG bevat onderwerpen over wat de bewezen beste zorg is en die in de dagelijkse zorgpraktijk geïmplementeerd zouden moeten worden.  Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en de Nederlandse Vereniging voor Ziekenhuizen (NVZ) hebben landelijke afspraken gemaakt over de implementatie van de onderwerpen van de implementatieagenda. Deze afspraken zijn onderdeel van de zorginkoopafspraken tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders. 

Vanuit FMS worden sterke, goed onderbouwde aanbevelingen, getoetst op de behoefte aan een implementatie impuls aangedragen. Voor de beoordeling van onderwerpen uit richtlijnen wordt gekeken naar bovenstaande tabel voor een inschatting van de implementatie impuls. Met de ingevulde implementatietabel kunnen we vanuit FMS de andere HLA-MSZ partijen goed informeren om zo samen te beslissen of de aanbeveling daadwerkelijk op de implementatie agenda zal worden geplaatst.