Implementatieplan

Inleiding

Dit plan is opgesteld ter bevordering van de implementatie van de richtlijn Chronische Urticaria. Voor het opstellen van dit plan is een inventarisatie gedaan van de mogelijk bevorderende en belemmerende factoren voor het naleven van de aanbevelingen. Daarbij heeft de richtlijnwerkgroep een advies uitgebracht over het tijdspad voor implementatie, de daarvoor benodigde randvoorwaarden en de acties die door verschillende partijen ondernomen dienen te worden.

 

Werkwijze

Om tot dit plan te komen heeft de werkgroep per aanbeveling in de richtlijn nagedacht over:

• Het tijdstip waarop de aanbeveling de implementatie gerealiseerd zou moeten zijn;

• De verwachte impact van implementatie van de aanbeveling op de zorgkosten;

• Randvoorwaarden om de aanbeveling te kunnen implementeren;

• Mogelijk barrières om de aanbeveling te kunnen implementeren;

• Mogelijke acties om de implementatie van de aanbeveling te bevorderen;

• Welke partijen aan zet zijn.

 

Lezers van dit implementatieplan dienen rekening te houden met het feit dat er verschillen zijn tussen ‘sterke aanbevelingen’ en ‘zwakke aanbevelingen’. In het eerste geval doet de richtlijncommissie een duidelijke uitspraak over iets dat wel of niet gedaan moet worden. In het tweede geval wordt de aanbeveling minder zeker gesteld en spreekt de werkgroep haar voorkeur of advies uit, maar laat zij meer ruimte voor alternatieven. Een reden hiervoor is bijvoorbeeld dat er onvoldoende wetenschappelijk bewijs is om de aanbeveling te onderbouwen. Een zwakke aanbeveling is te herkennen aan de formulering en begint bijvoorbeeld met ‘Overweeg om…’. Zowel voor de sterke als voor de zwakke aanbevelingen heeft de werkgroep nagedacht over de implementatie. Alleen voor sterk geformuleerde aanbevelingen worden implementatietermijnen gegeven.

 

Implementatietermijnen 

Voor de volgende aanbevelingen geldt dat implementatie op korte termijn gerealiseerd zou moeten worden. In de meeste gevallen geldt hiervoor de termijn van 1-3 jaar. In onderstaande aanbeveling is dat 1 jaar:

Aanbeveling

Toelichting

Module: behandeling van volwassenen met CU

 

Start de behandeling van CU met de geregistreerde dosis tweede generatie H1-antihistaminica. Evalueer het effect na 2-4 weken. In het geval van onvoldoende effect of bijwerkingen kan overwogen worden om eerst te switchen van antihistaminicum alvorens op te doseren.

 

Er wordt geen impact op zorgkosten verwacht.

Verhoog bij onvoldoende effect de dosering tot maximaal viermaal de standaarddosering van tweede generatie H1-antihistaminica (bij voorkeur in twee giften). Evalueer het effect na 2-4 weken, tevens na elke verhoging. Houd rekening met kans op spontane remissie.

Dit is een nieuwe aanbeveling, maar dit wordt in de praktijk reeds toegepast. Er wordt geen impact op zorgkosten verwacht.

Overweeg bij patiënten met CSU én relevante comorbiditeiten waarvoor dupilumab een geregistreerde behandeling is, die onvoldoende reageren op opgehoogde H1-anthistaminica en nog geen behandeling middels omalizumab hebben gehad, behandeling met dupilumab te starten

Dit is een nieuwe aanbeveling, maar dit wordt in de praktijk reeds toegepast. Er wordt geen impact op zorgkosten verwacht.

Overweeg een lage dosering ciclosporine toe te voegen bij partiële responders of trage responders van omalizumab/dupilumab in combinatie met opgehoogde dosering H1-antihistaminica. Evalueer het effect na 4-12 weken.

 

Dit is een nieuwe aanbeveling, maar dit wordt in de praktijk reeds toegepast. Er wordt geen impact op zorgkosten verwacht.

Overweeg te switchen naar ciclosporine in combinatie met opgehoogde dosering H1-antihistaminica bij patiënten die geen relevante klinische verbetering ervaren (volledige non-responders) of relevante bijwerkingen hebben van omalizumab of dupilumab.

 

Dit is een nieuwe aanbeveling, maar dit wordt in de praktijk reeds toegepast. Er wordt geen impact op zorgkosten verwacht.

Overweeg een korte kuur van maximaal 7 dagen met orale corticosteroïden bij exacerbaties van CU om ziekteduur en -activiteit te verminderen.

 

Dit is een nieuwe aanbeveling, maar dit wordt in de praktijk reeds toegepast. Er wordt geen impact op zorgkosten verwacht.

Voor sommige aanbevelingen geldt echter dat zij niet direct overal kunnen worden ingevoerd, bijvoorbeeld vanwege een gebrek aan middelen, expertise of de juiste organisatievormen. In sommige gevallen dient ook rekening te worden gehouden met een leercurve. Daarnaast kan de aanwezigheid van personeel of faciliteiten of de afstemming tussen professionals een belemmering zijn om de aanbevelingen op korte termijn in te voeren. Voor de volgende aanbevelingen geldt daarom een implementatietermijn van één tot drie jaar:

Aanbeveling

Toelichting

 

 Overweeg bij complete ziektecontrole gedurende minimaal 3 maanden onder behandeling met dupilumab het behandelinterval te verlengen naar 4 tot 6 weken

Momenteel is er geen vergoedingsstatus voor dit geneesmiddel (dupilumab). Daardoor kan een volledige implementatie van deze aanbeveling langer duren dan 1 jaar.

 

Mogelijk dalen zorgkosten doordat patiënten minder injecties per jaar nodig zullen hebben.

Overweeg bij patiënten met behandelindicatie voor dupilumab (zoals atopisch eczeem of eosinofiele oesofagitis) om direct voor dupilumab als add-on bij opgehoogde dosering H1-antihistaminica te kiezen in plaats van omalizumab. Evalueer het effect na 3-6 maanden.

 

Dit is een nieuwe aanbeveling, maar dit wordt in de praktijk reeds toegepast. Er wordt geen impact op zorgkosten verwacht.

Impact op zorgkosten

Veel aanbevelingen brengen geen of nauwelijks gevolgen met zich mee voor de zorgkosten. Een aantal aanbevelingen doet dit echter wel. In onderstaande tabel wordt per module beschreven welke aanbevelingen volgens de richtlijncommissie een belangrijk effect met zich meebrengen op de zorgkosten en welk effect dit is.

Aanbeveling

Toelichting

 

 n.v.t.

 

Te ondernemen acties per partij

Hieronder wordt per partij toegelicht welke acties zij volgens de richtlijncommissie zouden moeten ondernemen om de implementatie van de richtlijn te bevorderen.

Alle direct betrokken wetenschappelijk verenigingen/beroepsorganisaties:

Bekend maken van de richtlijn onder de leden;

Initiatief nemende wetenschappelijke vereniging (NVDV)

De lokale vakgroepen/individuele medisch professionals

De systeemstakeholders (onder andere zorgverzekeraars, NZA, (koepelorganisaties van) ziekenhuisbestuurders)

Van zorgverzekeraars wordt verwacht dat zij ter mede toezien op implementatie van de zorg die in deze richtlijn wordt aanbevolen. Over het algemeen is het waarschijnlijk dat noodzakelijke investeringen voor de baat uit gaan. De ‘sterk geformuleerde aanbevelingen’ in deze richtlijn kunnen, na verloop van de aangegeven implementatietermijnen door zorgverzekeraars worden gebruikt voor de inkoop van zorg.

 

Wetenschappers en subsidieverstrekkers

Het Kennisinstituut van Medisch Specialisten