Kennislacunes

Inleiding

Tijdens de ontwikkeling van de richtlijn/module ‘Nazorg/follow-up en ziekte-specifieke revalidatie bij hoofd-halstumoren’ is systematisch gezocht naar onderzoeksbevindingen die nuttig konden zijn voor het beantwoorden van de uitgangsvragen. Een deel (of een onderdeel) van de hiervoor opgestelde zoekvragen is met het resultaat van deze zoekacties te beantwoorden, een groot deel echter niet. Door gebruik te maken van de evidence-based methodiek (EBRO) is duidelijk geworden dat er nog kennislacunes bestaan. De richtlijnwerkgroep is van mening dat (vervolg)onderzoek wenselijk is om in de toekomst een duidelijker antwoord te kunnen geven op vragen uit de praktijk. Om deze reden heeft de richtlijnwerkgroep per module aangegeven op welke vlakken nader onderzoek gewenst is.

What are the risks and benefits of placing implants during surgery compared to placing implants after surgery (before and after radiotherapy) in patients with head and neck cancer?

De bewijslast voor het moment van plaatsing van intra- en extra orale implantaten ontbreekt en de richtlijnwerkgroep kan op basis van de huidige literatuur geen conclusies trekken over de impact van het tijdstip van implantatie op de verschillende uitkomstmaten en dit voor de verschillende oncologische behandelmodaliteiten of combinaties van modaliteiten. Het is essentieel om te onderzoeken of implantatie tijdens de oncologische chirurgie (inclusief panendoscopie) voordelen biedt t.o.v. implantatie na de chirurgie voor met name de intra-orale implantaten. Hierbij dient in de analysen rekening te worden gehouden met het tijdstip van de postoperatieve (chemo)radiotherapie.

Ook het tijdstip van plaatsing i.g.v. primaire (chemo)radiotherapie zonder chirugische interventie lijkt voor de hand liggend, maar de bewijslast hiervoor ontbreekt.