Kennislacunes

Inleiding

Tijdens de ontwikkeling van de richtlijn/module ‘Nazorg/follow-up en ziekte-specifieke revalidatie bij hoofd-halstumoren’ is systematisch gezocht naar onderzoeksbevindingen die nuttig konden zijn voor het beantwoorden van de uitgangsvragen. Een deel (of een onderdeel) van de hiervoor opgestelde zoekvragen is met het resultaat van deze zoekacties te beantwoorden, een groot deel echter niet. Door gebruik te maken van de evidence-based methodiek (EBRO) is duidelijk geworden dat er nog kennislacunes bestaan. De richtlijnwerkgroep is van mening dat (vervolg)onderzoek wenselijk is om in de toekomst een duidelijker antwoord te kunnen geven op vragen uit de praktijk. Om deze reden heeft de richtlijnwerkgroep per module aangegeven op welke vlakken nader onderzoek gewenst is.

De bewijskracht met betrekking tot het optimale tijdstip voor het starten van orale vocht- en voedingsinname (voor of na de vijfde postoperatieve dag) is zeer laag voor zowel onderzoeksvraag 1 als 2.

Op basis van de beschikbare literatuur kan tevens geen uitspraak worden gedaan over de meest geschikte wijze van opbouw van de orale inname, bijvoorbeeld van dun vloeibare consistenties (IDDSI 0) naar vaste voeding (IDDSI 7).

De meeste geïncludeerde studies betroffen een homogene populatie van voornamelijk patiënten die een primaire laryngectomie ondergingen.

Er is onvoldoende inzicht in de mogelijke invloed van andere indicaties voor laryngectomie, zoals een functionele laryngectomie wegens ernstige dysfagie na eerdere (chemo)radiotherapie, of van uitgebreidere ingrepen zoals een buismaagreconstructie. Ook het effect van voorafgaande radiotherapie op de uitkomsten is onduidelijk. Eveneens kan op basis van de huidige literatuur geen conclusie worden getrokken over de impact van verschillende lapreconstructies op het optreden van complicaties of het herstel van de slikfunctie.