Implementatieplan

Tabel A: (De-)Implementatietabel met impulsanalyse

Aanbeveling – 1

 

  1. Wat was het onderliggende probleem om deze uitgangsvraag uit te werken?

 

Ongewenste praktijkvariatie

Nieuwe evidentie

□ Anders

 

Toelichting:

Er zijn verschillende methoden om zowel de stem- als spraakfunctie te rehabiliteren bij patiënten met hoofd-halskanker. De kwaliteit van het wetenschappelijke bewijs dat deze methoden ondersteunt, varieert sterk, en niet alle methoden zijn gevalideerd voor deze specifieke patiëntengroep. Bovendien is het bewijs voor prehabilitatie van de stem- en spraakfunctie onduidelijk. Dit gebrek aan bewijs leidt tot aanzienlijke, ongewenste praktijkvariatie.

  1. Maak een inschatting over hoeveel patiënten het ongeveer gaat waar de aanbeveling betrekking op heeft?

□ < 1000

< 5000

5000-40.000

> 40.000

 

In Nederland worden jaarlijks ongeveer 3.000 nieuwe gevallen van hoofd-halskanker vastgesteld.

  1. Maakt de aanbeveling deel uit van een set van interventies voor hetzelfde probleem?

 

Ja: hoe verhoudt deze aanbeveling zich tot de andere aanbevelingen uit deze module/ richtlijn of uit andere richtlijnen(modules)? Dient hier rekening mee gehouden te worden bij de implementatie of kan dit worden gezien als een losstaande aanbeveling?

 

Toelichting: Voor de aanbeveling dat patiënten die in hun voorgeschiedenis behandeld zijn voor hoofd-halskanker en symptomen of aanwijzingen voor belastende (late) gevolgen van (substitutie) stem- en/of spraakproblemen laten zien (psychosociale gevolgen, moeilijkheden met re-integratie, etc.), wordt verwezen voor nadere diagnostiek en behandeladvies naar de betreffende zorgprofessional(s) (MMW – psycholoog, bedrijfsarts, etc.) in de 2e of 3e lijn met een link naar Module 1 en Module 11.

 

□ Nee

  1. Belemmeringen en kansen op verschillende niveaus voor landelijke toepassing van de aanbeveling:

Voorbeelden van factoren

Wat zijn mogelijke belemmerende factoren?

Wat zijn mogelijke bevorderende factoren?

  1. Richtlijn/ klinisch traject (innovatie)

Voortschrijding/vooruitgang in de praktijk, haalbaarheid, geloofwaardigheid, toegankelijkheid, aantrekkelijkheid

Op dit moment is het bewijsniveau voor (p)rehabilitatie van stem- en spraakfunctie bij patiënten met hoofd-halskanker zeer laag. Er zijn geen studies beschikbaar over interventies voor stem- en/of spraakrevalidatie voor patiënten met hoofd-halskanker en status na een operatieve oncologische behandeling.

 
  1. Zorgverleners (artsen en verpleegkundigen)

Bewustzijn, kennis, houding, motivatie om te veranderen, gedragsroutines

Veel paramedische zorgverleners binnen het eerstelijns gezondheidsnetwerk niet voldoende zijn opgeleid om stem- en spraakrevalidatie voor deze patiëntengroep te bieden.

  • Bewustwording hoofd-hals chirurgen en radiotherapeuten van de tekenen, symptomen en gevolgen van belastende stem- en/of spraakproblemen bij patiënten met hoofd-halskanker voor vroege identificatie en daaropvolgende verwijzing naar (para)medische zorgverleners
  • Bewustwording van logopedisten en KNO-artsen dat stem- en/of spraakproblemen veelvoorkomende gevolgen zijn van hoofd-halskanker en de behandeling ervan.
  • Kennis van logopedisten en KNO-artsen van de juiste diagnostische beoordeling en behandelmethoden voor deze patiëntengroep.
  1. Patiënt/ cliënt (naasten)

Kennis, vaardigheden, houding, compliance

Verwijzingen naar universiteitsziekenhuizen voor stem- en spraakrevalidatie zijn nodig (zie ook bij organisatorische context). Dit kan echter gepaard gaan met uitdagingen als beperkte gezondheidsgeletterdheid en de voorkeur van patiënten om in hun lokale eerstelijns gezondheidsnetwerk behandeld te worden.

Het (ook) instrueren van de mantelzorgers van de patiënt kan een positieve invloed hebben op de motivatie van de patiënt en op de effectiviteit van de behandeling.

  1. Sociale context

Mening van collega’s, cultuur van het netwerk, samenwerking, leiderschap

 

 

  1. Organisatorische context

Organisatie van zorgprocessen, personeel, capaciteiten, middelen, structuren

Stem- en spraakrevalidatie dient bij voorkeur te worden uitgevoerd binnen een interdisciplinair hoofd-halsteam of door een ervaren paramedische zorgverlener binnen het eerstelijns gezondheidsnetwerk. Deze specifieke zorg is niet in elk ziekenhuisaanwezig en niet elk ziekenhuis beschikt over voldoende geschoold personeel.

 

Verwijzingen naar universiteitsziekenhuizen voor stem- en spraakrevalidatie zijn daarom nodig. Dit kan echter gepaard gaan met barrières gerelateerd aan reistijd, kosten en logistieke uitdagingen.

Revalidatieteams met expertise in hoofd-halskanker zijn beschikbaar in alle Nederlandse universiteitsziekenhuizen en in enkele algemene ziekenhuizen die verbonden zijn aan een universiteitsziekenhuis.

  1. Economische en politieke context

Financiële regelingen, regelgeving, beleid (vergoede zorg, betaaltitel)

 

 

5. Welke personen/partijen zijn van belang bij het toepassen van de aanbeveling in de praktijk?

 

Patiënt/ cliënt (naaste) inclusief mantelzorger

Professional

□ Beroepsvereniging – ook deze partij omdat de NVLF deze specifieke expertise meer zou kunnen ondersteunen

Ziekenhuis(bestuurder) – deze partij ook, in meeste ziekenhuizen is fte logopedie erg krap.

□ Zorgverzekeraars/ NZa

□ Zorginstituut [duiding nodig]

Anders: onderzoeksinstellingen

6. Wat zouden deze personen/ partijen moeten veranderen in hun gedrag of organisatie om de aanbeveling toe te passen?

 

Om de aanbeveling toe te passen, moeten de betrokken personen en partijen hun gedrag en organisatie op de volgende manieren aanpassen:

 

Hoofd-halschirurgen en radiotherapeuten

Moeten zich meer bewust worden van de impact van stem- en/of spraakproblemen bij hoofd-halskankerpatiënten en het belang van vroege signalering en doorverwijzing naar logopedisten en KNO-artsen. Zij kunnen hieraan bijdragen door standaard screening op stem- en spraakproblemen op te nemen in de oncologische follow-up.

 

Huisartsen en KNO-artsen

  • Moeten beter worden geïnformeerd over de mogelijke langetermijngevolgen van hoofd-halskanker op stem- en spraakfunctie, zodat zij tijdig doorverwijzen naar gespecialiseerde logopedisten (na uitsluiten recidief).
  • De KNO-arts moet diagnostische methoden, zoals videolaryngoscopie, inzetten om de ernst van de problematiek te beoordelen en verdere behandelopties te overwegen.

 

Logopedisten

  • Moeten zich specialiseren in stem- en spraakrevalidatie bij hoofd-halskanker en werken binnen een interdisciplinair team.
  • Zij moeten rekening houden met de specifieke kenmerken van de patiënt, zoals de belastbaarheid en motivatie voor therapie, en hun aanpak hierop afstemmen.
  • Zij moeten toegang hebben tot interdisciplinair overleg met de hoofd-halschirurg of laryngoloog voor complexe gevallen en therapieresistente problemen.

 

Ziekenhuizen en revalidatiecentra

  • Moeten investeren in het trainen van logopedisten en andere zorgverleners in de gespecialiseerde revalidatie van hoofd-halskankerpatiënten.
  • Interdisciplinaire samenwerking tussen oncologen, chirurgen, radiotherapeuten, KNO-artsen en logopedisten moet worden versterkt.

 

Onderzoeksinstellingen en beleidsmakers

  • Moeten zich inzetten voor financiering en ondersteuning van gerandomiseerde gecontroleerde studies (RCT’s) naar prehabilitatie en revalidatie van stem- en spraakfunctie bij deze patiëntengroep om de kennislacune te verkleinen.
  • Zouden kunnen bijdragen aan de ontwikkeling en validatie van nieuwe diagnostische en behandelingsmethoden, zoals patiënt-specifieke zelfrapportagevragenlijsten.

 

Patiënten en mantelzorgers

  • Moeten goed geïnformeerd worden over de voor- en nadelen van stem- en spraakrevalidatie, inclusief de verwachte uitkomsten, zodat zij actief kunnen deelnemen aan de besluitvorming over hun behandeling.
  • Mantelzorgers kunnen worden betrokken bij de therapie om het succes ervan te vergroten.

7. Binnen welk tijdsbestek moet de aanbeveling zijn geïmplementeerd?

< 1 jaar

< 2 jaar

□ < 3 jaar

8. Conclusie: is er extra aandacht nodig voor implementatie van de aanbeveling (anders dan publicatie van deze richtlijnmodule)?

□ Ja* Nee

 

Toelichting:

Er is geen implementatie-impuls nodig. Het onder de aandacht brengen van deze module kan bijdragen aan betere implementatie door:

 

  •  Bewustwording en kennisdeling onder zorgverleners, zodat zij beter op de hoogte zijn van revalidatiemogelijkheden.
  • Stimuleren van samenwerking tussen hoofd-halsteams, logopedisten en andere specialisten voor een geïntegreerde aanpak.
  • Verbetering van verwijzingsroutes en diagnostische procedures, zodat patiënten sneller en gerichter hulp krijgen.

*Deze aanbeveling komt in aanmerking voor plaatsing op de Implementatie Agenda van het programma Zorg Evaluatie & Gepast Gebruik (ZE&GG). In het programma ZE&GG werken patiënten, zorgverleners, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en overheid samen aan de bewezen beste zorg voor de patiënt. Daarmee is ZE&GG een programma van alle betrokken partijen in de Medisch Specialistische Zorg. FMS is één van deze betrokken partijen. De implementatieagenda van ZE&GG bevat onderwerpen over wat de bewezen beste zorg is en die in de dagelijkse zorgpraktijk geïmplementeerd zouden moeten worden.Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en de Nederlandse Vereniging voor Ziekenhuizen (NVZ) hebben landelijke afspraken gemaakt over de implementatie van de onderwerpen van de implementatieagenda. Deze afspraken zijn onderdeel van de zorginkoopafspraken tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders. Vanuit FMS worden sterke, goed onderbouwde aanbevelingen, getoetst op de behoefte aan een implementatie impuls aangedragen. Voor de beoordeling van onderwerpen uit richtlijnen wordt gekeken naar bovenstaande tabel voor een inschatting van de implementatie impuls. Met de ingevulde implementatietabel kunnen we vanuit FMS de andere HLA-MSZ partijen goed informeren om zo samen te beslissen of de aanbeveling daadwerkelijk op de implementatie agenda zal worden geplaatst.