Kennisvragen

Tijdens de ontwikkeling van deze module is gebleken dat er binnen deze module nog te weinig bewijs is voor de onderbouwing van de aanbeveling en dus kennisvragen bestaan. De werkgroep meent dat (vervolg)onderzoek wenselijk is om in de toekomst een duidelijker antwoord te kunnen geven op vragen uit de praktijk.

 

• Kennisvraag 1:

Effect op lange termijn: Leidt de toevoeging van eHealth aan GLI op de lange duur (minimaal 12 maanden) tot duurzame gedragsverandering en gewichtsverlies?

Toelichting:

Momenteel is onduidelijk of digitale feedbackmechanismen blijvende leefstijlveranderingen ondersteunen. Lange-termijn RCT’s ontbreken om dit te bevestigen.

 

• Kennisvraag 2:

Kwaliteit van leven en self-efficacy: Wat is het effect van eHealth op patient-reported outcomes zoals kwaliteit van leven, zelfmanagement en maatschappelijke participatie?

Toelichting:

Geen van de geïncludeerde studies heeft deze uitkomstmaten gerapporteerd, waardoor de impact op psychosociaal welzijn onbekend is.

 

• Kennisvraag 3

Differentiatie naar subgroep: Welke subgroepen profiteren wel of niet van eHealth? Mogelijk reageren adolescenten anders dan jongere kinderen, of hebben meisjes andere voorkeuren dan jongens – dit is nog onvoldoende onderzocht. Eveneens is niet bekend of co-morbiditeiten (zoals autismespectrum, ADHD, et cetera) de geschiktheid van eHealth beïnvloeden. Daarnaast is er mogelijk een verschil in interventies waarbij vooral de ouders/verzorgers betrokken worden of interventies waarbij de vooral het kind/de jongere zelf betrokken wordt.

 

• Kennisvraag 4

Optimale vorm en inhoud van eHealth: Hoe moet een eHealth-interventie voor deze doelgroep worden vormgegeven om wél klinisch relevant effect te sorteren?

Toelichting:

Huidige toepassingen lieten geen meerwaarde zien, maar misschien zijn er andere functionaliteiten (e.g. intensievere coaching, virtual reality, serious gaming) die effectiever zijn. Verder onderzoek moet uitwijzen welke componenten (frequentie van contact, type feedback, gamification) het meest bijdragen aan succes.

 

• Kennisvraag 5

Acceptatie en therapietrouw: Welke factoren bepalen of jongeren en ouders een eHealth-tool daadwerkelijk blijven gebruiken volgens protocol?

Toelichting:

Er is nauwelijks onderzoek naar de gebruiksvriendelijkheid, gebruikerservaring en acceptatiegraad van bestaande tools in deze populatie. Inzicht in drempels (technische, emotionele, sociale) is nodig om eHealth beter af te stemmen en uitval te voorkomen.

 

• Kennisvraag 6

Health equity oplossingen: Hoe kunnen we voorkomen dat eHealth inzet bepaalde groepen uitsluit?

Toelichting:

Hoewel bekend is dat lage digitale vaardigheden een barrière vormen, is onduidelijk welke interventies (bv. digitale bijscholing, vereenvoudiging apps) het meest effectief zijn om deze kloof te dichten. Onderzoek hiernaar ontbreekt.

 

• Kennisvraag 7

Kosten-batenanalyse: Wat is de (maatschappelijke) kosteneffectiviteit van eHealth als toevoeging op GLI, zowel op korte termijn als over meerdere jaren?

Toelichting:

Tot dusver zijn kostenvoordelen niet aangetoond, maar gerichte economische evaluaties voor deze context ontbreken. Deze kennis zou belangrijk zijn voor toekomstige besluitvorming door verzekeraars en beleidsmakers.

 

• Kennisvraag 8

Veiligheid en ethiek van apps: In hoeverre zijn de talloze beschikbare gezondheidsapps daadwerkelijk veilig en effectief voor kinderen?

Toelichting:

Er is behoefte aan onderzoek naar kwaliteitscriteria of keurmerken voor eHealth, zodat zorgverleners een beter onderbouwde keuze kunnen maken (nu gebeurt implementatie regelmatig zonder harde evidence).

Ook ethische vragen bijvoorbeeld rond datagebruik of impact op zelfbeeld verdienen nader onderzoek in deze populatie.

 

Bovenstaande kennisvragen geven richting aan toekomstige studies. Het huidige gebrek aan degelijk bewijs (GRADE zeer laag voor de meeste uitkomsten) impliceert dat nieuwe, goed opgezette onderzoeken nodig zijn alvorens eHealth breed in de kindergeneeskundige obesitaszorg te implementeren.