Kennisvragen

Tijdens de ontwikkeling van deze modules is systematisch naar onderzoeken gezocht die de zoekvraag kunnen beantwoorden. Door gebruik te maken van een systematische literatuuranalyse met beoordeling van de bewijskracht is duidelijk geworden dat er binnen deze module nog kennisvragen bestaan. De werkgroep meent dat (vervolg)onderzoek wenselijk is om in de toekomst een duidelijker antwoord te kunnen geven op vragen uit de praktijk.

  1. Welk antistollingsbeleid dient te worden gevolgd rondom de behandeling van een cardiomyopathie (in het bijzonder gedilateerde cardiomyopathie (DCM), hypertrofe cardiomyopathie (HCM), non compaction cardiomyopathie (NCCM) en restrictieve cardiomyopathie (RCM)) ter voorkoming van trombose?
  2. Bij welke ejectiefractie/verkortingsfractie is behandeling met antistollingsmedicatie geïndiceerd bij kinderen met een cardiomyopathie?
  3. Wat is de effectiviteit van primaire preventie van trombose bij kinderen met een cardiomyopathie van ascetylsalicylzuur versus behandeling met DOAC?