Implementatieplan

(Sub)aanbeveling

 

Sterkte van de aanbeveling

Bewijskracht per uitkomstmaat

Verkeerslicht per (sub)aanbeveling

 

Aanbeveling

(module Verwijzing naar derde lijn bij uveitis)

Verwijzing naar de derde lijn

 

X  Sterk (doe/ gebruik) /

□ Zwak (overweeg)

Overall bewijskracht

□ H  □ M  □ L  □ VL     □ NG

 

Range bewijskracht van alle uitkomstmaten

□ H  □ M  □ L  □ VL     □ NG

 

OF

 

X voor de (sub)uitgangsvraag is geen systematische literatuur analyse uitgevoerd

 

 

ROOD: vul tabel A in

 

LICHT ROOD: vul tabel A in

 

ORANJE: gebruik tabel B

 

LICHT GROEN: vul tabel A in

 

GROEN: vul tabel A in

         

Implementatietabel

Tabel A: (De-)Implementatietabel met impuls analyse

Aanbeveling – 1

 

  1. Wat was het onderliggende probleem om deze uitgangsvraag uit te werken?

 

X  Ongewenste praktijkvariatie

□ Nieuwe evidentie

□ Anders

 

Toelichting:

In specifieke gevallen kan gekozen worden voor behandeling in shared care, waarbij de patiënt naast de bezoeken aan de algemene oogarts ook onder behandeling blijft in het academische centrum. Dit betreft vaak complexere pathologie waarbij patiënt, algemeen en academische oogarts nauwe betrokkenheid van het academisch centrum noodzakelijk achten vanwege specifieke expertise of diagnostische mogelijkheden. De frequentie van de bezoeken aan het academische centrum zijn afhankelijk van de specifieke situatie en pathologie.

  1. Maak een inschatting over hoeveel patiënten het ongeveer gaat waar de aanbeveling betrekking op heeft?

□ < 1000

□ < 5000

X 5000-40.000

> 40.000

 

  1. Maakt de aanbeveling deel uit van een set van interventies voor hetzelfde probleem?

 

□ Ja: hoe verhoudt deze aanbeveling zich tot de andere aanbevelingen uit deze module/ richtlijn of uit andere richtlijnen(modules)? Dient hier rekening mee gehouden te worden bij de implementatie of kan dit worden gezien als een losstaande aanbeveling?

 

X Nee: de aanbevelingen zijn in deze tabel als 1 set geinterpreteerd. Implementatie- barrieres – kansen en acties worden in zijn geheel geinterpreteerd.

 

  1. Belemmeringen en kansen op verschillende niveaus voor landelijke toepassing van de aanbeveling:

Voorbeelden

Wat zijn mogelijke belemmerende factoren?

Wat zijn mogelijke bevorderende factoren?

  1. Richtlijn/ klinisch traject (innovatie)

Voortschrijding/vooruitgang in de praktijk, haalbaarheid, geloofwaardigheid, toegankelijkheid, aantrekkelijkheid

Er is meer afstemming nodig tussen zorgverleners.

Multidisciplinaire samenwerking – waar mogelijk dichtbij huis - zorgt voor een adequate en veiligere behandeling van de patiënt.

  1. Zorgverleners (artsen en verpleegkundigen)

Bewustzijn, kennis, houding, motivatie om te veranderen, gedragsroutines

Het kan voor zorgverleners in de periferie aantrekkelijker zijn om te continueren hoe zorg momenteel wordt geleverd mogelijk ook vanwege onzekerheid over de behandeling

Multidisciplinaire samenwerking zorgt voor een adequate behandeling van de patiënt en de patiënt hoeft minder te reizen voor controles die dichtbij huis kunnen.

Door een deel van de verplaatsing van zorg terug naar de 2e lijn zal er mogelijk minder druk komen op de tertiare zorg.

  1. Patiënt/ cliënt (naasten)

Kennis, vaardigheden, houding, compliance

De patiënt kan voor de behandeling mogelijk in contact komen met meerdere behandelaren, en eventueel meer ziekenhuisbezoeken. Er kan verwarring ontstaan bij wie de patiënt met welke vraag terecht kan.

De patiënt hoeft voor zekere onderzoeken minder ver te reizen 

  1. Sociale context

Mening van collega’s, cultuur van het netwerk, samenwerking, leiderschap

Geen.

Geen.

  1. Organisatorische context

Organisatie van zorgprocessen, personeel, capaciteiten, middelen, structuren

Te weinig tijd voor MDO’s, afstemming, ingewikkelde systemen om gegevens te delen.

In sommige regio’s zijn de structuren al goed ingericht op deze samenwerking. Deze kunnen als voorbeeld dienen.

  1. Economische en politieke context

Financiële regelingen, regelgeving, beleid (vergoede zorg, betaaltitel)

Er kan onduidelijkheid bestaan over wie van de behandelaren welke DBC opent.

Dit past bij passende zorg – dichtbij waar het kan, ver weg waar het moet.

  1. Duurzaamheid

 

Geen.

De patiënt zal minder hoeven te reizen wat leidt tot een lagere CO2 uitstoot voor de zorggerelateerde activiteiten.

 

  1. Welke personen/partijen zijn van belang bij het toepassen van de aanbeveling in de praktijk?

 

x Patiënt/ cliënt (naaste)

x Professional

x Beroepsvereniging

x Ziekenhuis(bestuurder)

□ Zorgverzekeraars/ NZa

□ Zorginstituut [duiding nodig]

□  …………………………………… (graag aanvullen met alle relevante partijen, e.g., industrie)

 

  1. Wat zouden deze personen/ partijen moeten veranderen in hun gedrag of organisatie om de aanbeveling toe te passen?

 

Patiënten dienen zich ervan bewust te zijn wie de regiebehandelaar is en zich laten informeren bij wie ze met welke vragen terecht kunnen.

Professionals dienen ervan op de hoogte te zijn welke taken bij welke behandelaren thuishoren.

De beroepsverenigingen dienen de leden te informeren over de aanbevelingen in de richtlijn.

Ziekenhuisbestuurders dienen op de hoogte te zijn van deze samenwerking en dienen deze samenwerking te faciliteren door o.a. MDO’s, mogelijkheid tot overdracht / inzien van noodzakelijke gegevens. 

  1. Binnen welk tijdsbestek moet de aanbeveling zijn geïmplementeerd? 

< 1 jaar

X  < 2 jaar

□ < 3 jaar

 

[toelichting]

 

  1. Conclusie: is er extra aandacht nodig voor implementatie van de aanbeveling (anders dan publicatie van deze richtlijnmodule)?

□ Ja* x Nee

 

Toelichting:

[toelichting]

 

*Deze aanbeveling komt in aanmerking voor plaatsing op de Implementatie Agenda van het programma Zorg Evaluatie & Gepast Gebruik (ZE&GG). In het programma ZE&GG werken patiënten, zorgverleners, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en overheid samen aan de bewezen beste zorg voor de patiënt. Daarmee is ZE&GG een programma van alle betrokken partijen in de Medisch Specialistische Zorg. FMS is één van deze betrokken partijen.

 

De implementatieagenda van ZE&GG bevat onderwerpen over wat de bewezen beste zorg is en die in de dagelijkse zorgpraktijk geïmplementeerd zouden moeten worden.  Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en de Nederlandse Vereniging voor Ziekenhuizen (NVZ) hebben landelijke afspraken gemaakt over de implementatie van de onderwerpen van de implementatieagenda. Deze afspraken zijn onderdeel van de zorginkoopafspraken tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders.

 

Vanuit FMS worden sterke, goed onderbouwde aanbevelingen, getoetst op de behoefte aan een implementatie impuls aangedragen. Voor de beoordeling van onderwerpen uit richtlijnen wordt gekeken naar bovenstaande tabel voor een inschatting van de implementatie impuls. Met de ingevulde implementatietabel kunnen we vanuit FMS de andere HLA-MSZ partijen goed informeren om zo samen te beslissen of de aanbeveling daadwerkelijk op de implementatie agenda zal worden geplaatst.