Implementatietabel

(Sub)aanbeveling

 

Sterkte van de aanbeveling

Bewijskracht per uitkomstmaat

Verkeerslicht per (sub)aanbeveling

 

Aanbeveling 1:

Verricht niet standaard kiembaan DNA-onderzoek bij patiënten met SPS.

 

Overweeg bij patiënten met een hoger CRC-risicoprofiel wel kiembaan DNA-onderzoek bij SPS indien:

    • De diagnose SPS is gesteld voor het 50e levensjaar en/of
    • SPS komt voor bij een of meerdere familieleden en/of
    • Een eerstegraads familielid CRC heeft ontwikkeld voor het 50e levensjaar.

 

Bij twijfel: na overleg met de klinische genetica.

X Sterk (doe/ gebruik)/

□ Zwak (overweeg)

Overall bewijskracht

□ H □ M □ L □ VL X NG

 

 

 

ROOD: vul tabel A in

 

X LICHT ROOD: vul tabel A in

 

ORANJE: gebruik tabel B

 

LICHT GROEN: vul tabel A in

 

GROEN: vul tabel A in

Aanbeveling 2:

Surveillance voor patiënten met SPS:

  • Verricht endoscopische clearing van alle poliepen ≥5 mm, alsmede alle adenomen en sessiel serrated poliepen met verdenking op dysplasie.
  • Verricht surveillance coloscopie (met verwijdering van bovenstaande type poliepen) 1x per 1-2 jaar, afhankelijk van aantal en type poliepen bij laatste scopie
  • Overweeg preventieve chirurgische resectie indien endoscopische clearing in een expertisecentrum niet mogelijk wordt geacht.

 

Surveillance voor eerstegraads familieleden van SPS-patiënten:

  • Verricht coloscopie met een interval van 5 jaar, te starten vanaf de leeftijd van 45 jaar, of vanaf 5 jaar vóór de jongste leeftijd waarop de diagnose is gesteld in de familie bij eerstegraads familieleden van patiënten met SPS.
  • Overweeg te stoppen met coloscopie surveillance aan familieleden van patiënt en met SPS vanaf de leeftijd van 60 jaar na 2-3 coloscopieën zonder afwijkingen.

 

X Sterk (doe/ gebruik)/

□ Zwak (overweeg)

Overall bewijskracht

□ H □ M □ L □ VL X NG

 

 

 

ROOD: vul tabel A in

 

LICHT ROOD: vul tabel A in

 

ORANJE: gebruik tabel B

 

X LICHT GROEN: vul tabel A in

 

GROEN: vul tabel A in

 

Implementatietabel

Tabel A: (De-)Implementatietabel met impuls analyse

Aanbeveling – 1 & 2

 

  1. Wat was het onderliggende probleem om deze uitgangsvraag uit te werken?

 

X Ongewenste praktijkvariatie

□ Nieuwe evidentie

X Anders

 

Toelichting:

Er bestond ongewenste praktijkvariatie in erfelijkheidsonderzoek bij SPS door mogelijk variërende richtlijnen en expert opinies. Nieuwe studies tonen aan dat de opbrengst van kiembaan-DNA-onderzoek laag is en weinig klinische implicaties heeft. Deze uitgangsvraag helpt een eenduidig beleid te formuleren en de focus te leggen op effectieve surveillance.

 

  1. Maak een inschatting over hoeveel patiënten het ongeveer gaat waar de aanbeveling betrekking op heeft?

□ < 1000

X < 5000

5000-40.000

> 40.000

 

  1. Maakt de aanbeveling deel uit van een set van interventies voor hetzelfde probleem?

 

X Ja: hoe verhoudt deze aanbeveling zich tot de andere aanbevelingen uit deze (sub-) module/ richtlijn of uit andere richtlijnen(modules)? Dient hier rekening mee gehouden te worden bij de implementatie of kan dit worden gezien als een losstaande aanbeveling?

 

Toelichting: Deze aanbeveling is gerelateerd aan andere aanbevelingen in dezelfde (sub-) module over surveillance bij SPS-patiënten en hun familieleden. De implementatie van deze aanbeveling kan niet los worden gezien van adviezen over surveillance, aangezien patiënten die niet genetisch worden getest wel endoscopische surveillance ondergaan.

 

□ Nee

 

  1. Belemmeringen en kansen op verschillende niveaus voor landelijke toepassing van de aanbeveling:

Voorbeelden

Wat zijn mogelijke belemmerende factoren?

Wat zijn mogelijke bevorderende factoren?

  1. Richtlijn/ klinisch traject (innovatie)

Voortschrijding/vooruitgang in de praktijk, haalbaarheid, geloofwaardigheid, toegankelijkheid, aantrekkelijkheid

Onzekerheid bij zorgverleners over criteria voor genetisch onderzoek bij SPS.

Duidelijke richtlijn die aangeeft in welke gevallen DNA-onderzoek wel of niet zinvol is.

Duidelijke richtlijn die surveillance-intervallen, startleeftijden en criteria voor duur interval beschijt (bijv. op basis van polieplast) expliciet beschrijft.

  1. Zorgverleners (artsen en verpleegkundigen)

Bewustzijn, kennis, houding, motivatie om te veranderen, gedragsroutines

Gebrek aan kennis over SPS en het lage nut van kiembaanonderzoek.

Gebrek aan kennis over de specifieke surveillance-adviezen bij SPS en de noodzaak van frequente controles.

Informatie en bewustwording over het beperkte bewijs en de duidelijke richtlijn.

Training en scholing voor MDL-artsen en verpleegkundigen over de richtlijn en de rol van surveillance

  1. Patiënt/ cliënt (naasten)

Kennis, vaardigheden, houding, compliance

Verwachting dat DNA-onderzoek standaard wordt uitgevoerd, wat teleurstelling kan veroorzaken.

 

Patiënten en hun naasten kunnen de belasting van regelmatige coloscopieën als groot ervaren, wat kan leiden tot een verminderde therapietrouw.

 

 

Goede communicatie over de lage opbrengst en alternatieve vormen van zorg.

Goede communicatie over het belang van surveillance voor het verlagen van het CRC-risico, en het betrekken van patiënten in het proces van samen beslissen over de zorg.

  1. Sociale context

Mening van collega’s, cultuur van het netwerk, samenwerking, leiderschap

Wisselende opvattingen binnen multidisciplinaire teams (klinisch genetici vs. MDL-artsen).

Consensus binnen de beroepsgroepen ondersteunt uniforme toepassing.

  1. Organisatorische context

Organisatie van zorgprocessen, personeel, capaciteiten, middelen, structuren

n.v.t.

Betere planning en toewijzing van middelen, zoals gespecialiseerde centra en ervaren endoscopisten, om de efficiëntie van surveillance-programma’s te vergroten.

  1. Economische en politieke context

Financiële regelingen, regelgeving, beleid (vergoede zorg, betaaltitel)

Surveillance op lange termijn kan als kostbaar worden beschouwd, vooral bij patiënten met lage polieplast of zonder geavanceerde laesies.

Kostenbesparing doordat onnodig genetisch onderzoek wordt vermeden, met een gunstige impact op zorgbudgetten. Dit kan leiden tot meer efficiënte toewijzing van middelen aan andere diagnostische en preventieve zorgtrajecten.

Surveillance op lange termijn wordt als standaardzorg beschouwd in Nederland en is kosteneffectief vanwege het voorkomen van CRC en de daarmee gepaard gaande behandelingskosten. De toepassing van gepersonaliseerde surveillance protocollen zullen deze kosten nog verder doen verminderen.

  1. Welke personen/partijen zijn van belang bij het toepassen van de aanbeveling in de praktijk?

 

X Patiënt/ cliënt (naaste)

X Professional

X Beroepsvereniging

□ Ziekenhuis(bestuurder)

X Zorgverzekeraars/ NZa

□ Zorginstituut [duiding nodig]

…………………………………… (graag aanvullen met alle relevante partijen, e.g., industrie)

 

  1. Wat zouden deze personen/ partijen moeten veranderen in hun gedrag of organisatie om de aanbeveling toe te passen?

 

Patiënten: Begrijpen dat standaard genetisch onderzoek geen toegevoegde waarde heeft in de meeste gevallen van SPS, en accepteren dat de focus ligt op surveillance.

Professionals: Het niet verrichten van genetisch onderzoek bij SPS.

Beroepsverenigingen: Moeten deze aanbeveling opnemen in hun richtlijnen?

Zorgverzekeraars: Overwegen aanpassing van vergoedingscriteria zodat alleen indicatie-gebaseerd genetisch onderzoek wordt gefinancierd.

  1. Binnen welk tijdsbestek moet de aanbeveling zijn geïmplementeerd?

X < 1 jaar

□ < 2 jaar

□ < 3 jaar

 

Omdat deze aanbeveling niet gericht is op nieuwe technieken of complex beleid, maar juist een reductie van routinematige genetische testen betreft, kan implementatie snel plaatsvinden.

  1. Conclusie: is er extra aandacht nodig voor implementatie van de aanbeveling (anders dan publicatie van deze richtlijnmodule)?

□ Ja X Nee

 

Toelichting:

[Toelichting]

 

*Deze aanbeveling komt in aanmerking voor plaatsing op de Implementatie Agenda van het programma Zorg Evaluatie & Gepast Gebruik (ZE&GG). In het programma ZE&GG werken patiënten, zorgverleners, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en overheid samen aan de bewezen beste zorg voor de patiënt. Daarmee is ZE&GG een programma van alle betrokken partijen in de Medisch Specialistische Zorg. FMS is één van deze betrokken partijen.

 

De implementatieagenda van ZE&GG bevat onderwerpen over wat de bewezen beste zorg is en die in de dagelijkse zorgpraktijk geïmplementeerd zouden moeten worden. Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en de Nederlandse Vereniging voor Ziekenhuizen (NVZ) hebben landelijke afspraken gemaakt over de implementatie van de onderwerpen van de implementatieagenda. Deze afspraken zijn onderdeel van de zorginkoopafspraken tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders.

 

Vanuit FMS worden sterke, goed onderbouwde aanbevelingen, getoetst op de behoefte aan een implementatie impuls aangedragen. Voor de beoordeling van onderwerpen uit richtlijnen wordt gekeken naar bovenstaande tabel voor een inschatting van de implementatie impuls. Met de ingevulde implementatietabel kunnen we vanuit FMS de andere HLA-MSZ partijen goed informeren om zo samen te beslissen of de aanbeveling daadwerkelijk op de implementatie agenda zal worden geplaatst.