Kennisvragen

Tijdens de ontwikkeling van deze submodule is systematisch naar onderzoeken gezocht die de zoekvraag kunnen beantwoorden. Door gebruik te maken van een systematische literatuuranalyse met beoordeling van de bewijskracht is duidelijk geworden dat er binnen deze submodule nog kennisvragen bestaan. De werkgroep meent dat (vervolg)onderzoek wenselijk is om in de toekomst een duidelijker antwoord te kunnen geven op vragen uit de praktijk.

 

Kennisvraag:

Er zijn prospectieve cohortstudies nodig om de associatie van aanpasbare risicofactoren en het risico op kanker bij het Lynch syndroom te analyseren. De meeste studies tot nu toe zijn retrospectief in methodologie, een studieopzet die onderhevig is aan recall bias, vooral omdat veel risicofactoren zelf werden gerapporteerd.

 

Ten tweede beoordeelden bestaande studies MMR-mutatie niet afzonderlijk en in veel gevallen werden de mutaties samengevoegd. Dit betekent dat niet werd onderzocht hoe verschillende risicofactoren interageren met de verschillende genotypen van het Lynch syndroom. Het onderliggende gen (MLH1, MSH2, MSH6 of PMS2) moet dus in toekomstige studies in overweging worden genomen.

 

Ten derde is verder onderzoek naar de risicofactoren voor endometriumkanker bij personen met het Lynch syndroom nodig, aangezien de huidige studies beperkt zijn. Leefstijlfactoren hebben een grote invloed op endometriumkanker in de algemene bevolking. Onderzoek moet zich richten op de vraag of deze risicofactoren voor leefstijl ook van toepassing zijn op patiënten met het Lynch syndroom en onderzoeken hoe gen-omgeving en omgeving-omgevingsinteracties het risico op kanker beïnvloeden.

Ook ontbreken er leefstijl studies naar andere carcinomen die zijn geassocieerd met Lynch syndroom.

Helaas zijn er nog geen studies die laten zien wat het effect is van interventie, zoals gewichtsreductie en meer bewegen, op het risico op darmkanker of endometiumkanker bij Lynch syndroom of in de algemene populatie.

 

Tenslotte kan nog worden genoemd dat prospectieve cohortstudies nodig zijn om de meest effectieve methoden van gezondheids- en gedragsinterventies bij Lynch syndroom te onderzoeken.

 

Toelichting:

Advies over aanpasbare risicofactoren (roken, gewicht etc.) zijn van belang voor de klinische -genetische en MDL- praktijk aangezien dit vrij laagdrempelig onderdeel kan worden van adviezen die worden gegeven aan patiënten met Lynch syndroom en kan worden verwerkt in bestaand schriftelijke (ook online) informatie over Lynch syndroom zoals die uitgegeven door de VKGN. Ook patiënten hebben hier vaak vragen over.

Het risico op kanker bij het Lynch syndroom wordt beïnvloed door specifieke gen varianten, zoals MLH1 en MSH2, die een hogere penetrantie hebben. Studies suggereren dat bepaalde leefstijlfactoren, zoals obesitas, het kankerrisico van specifieke mutaties kunnen beïnvloeden, maar er is meer onderzoek nodig om gen specifieke kankerpreventiestrategieën te bepalen. Bovendien moet de interactie tussen genetische en niet-genetische factoren, zoals obesitas en aspirinegebruik, verder worden bestudeerd. Onderzoek suggereert bijvoorbeeld dat aspirine bij patiënten met Lynch syndroom en obesitas het risico door obesitas sterk kan verminderen, wat het potentieel benadrukt voor gepersonaliseerde kankerpreventiestrategieën op basis van zowel genetische als leefstijlfactoren.