Kennisvragen

  1. Wat is de opbrengst van IHC MMR analyse (dan wel MSI-onderzoek) in darmkanker (CRC), baarmoederkanker (EC), dunne darmkanker (SBA), niet-sereus epitheliaal eierstokkanker (EOC), urotheelcel carcinoom van de hogere urinewegen (UTUC), talgkliertumoren (SGT) boven de 70 jaar, wat is de kans op somatisch verlies van het MMR-systeem en wat is de kans op een erfelijke aanleg? Wat is het percentage per gen? Zouden patiënten ook vanwege hun voorgeschiedenis dan wel familieanamnese verwezen zijn?
  2. Wat is de betrouwbaarheid en opbrengst van standaard IHC MMR onderzoek (dan wel MSI-onderzoek) in andere tumoren dan CRC en EC?

Toelichting:

Op dit moment is nog niet goed bekend hoe vaak somatisch MMR-deficiëntie dan wel Lynch syndroom voorkomt in patiënt en met verschillende tumoren in verschillende leeftijdscategorieën. Het is van belang hier onderzoek naar te doen om te weten of we met het voorgestelde beleid/aanbeveling niet te veel Lynch syndroom patiënt en/ families missen. Aan de andere kant is het van belang om te weten of het voorgestelde beleid doelmatig en kosteneffectief is of verder geoptimaliseerd kan worden.

 

  1. Hoe vaak komt er kiembaan (mozaïek) MLH1-PM of een onderliggend kiembaan MMR-defect (PV) en somatisch MLH1-PM voor in patiënten met CRC, EC en andere Lynch gerelateerde tumoren? Is de leeftijdgrens 50 jaar sensitief genoeg of moet deze omhoog? In hoeverre kan BRAF V600E mutatie aanwezigheid een onderliggend kiembaan/ MLH1-PM onwaarschijnlijk maken?

Toelichting:

Er zijn weinig studies naar het voorkomen van MLH1-PM in mensen met CRC, EC en andere Lynch gerelateerde tumoren onder de 50 en 60 jaar en wat de frequentie van een MLH1 kiembaan (mozaïek) PM is of een ander onderliggend MMR-defect. Dit is belangrijk om te weten voor de criteria wanneer verder onderzoek te doen, wanneer dit kosteneffectief is en gevolgen heeft voor de adviezen voor controle vanwege een mogelijk verhoogd risico op nogmaals kanker bij de patiënt of kanker bij familieleden.