Kennisvragen

Tijdens de ontwikkeling van deze module is systematisch naar onderzoeken gezocht die de zoekvraag kunnen beantwoorden. Door gebruik te maken van een systematische literatuuranalyse met beoordeling van de bewijskracht is duidelijk geworden dat er binnen deze module nog kennisvragen bestaan. De werkgroep meent dat (vervolg)onderzoek wenselijk is om in de toekomst een duidelijker antwoord te kunnen geven op vragen uit de praktijk. 

Kennisvraag:

Wat is de toegevoegde diagnostische waarde van de t-tau/p-tau-ratio, in combinatie met RT-QuIC, MRI en EEG, vergeleken met een diagnostisch traject zonder gebruik van de t-tau/p-tau-ratio, voor het stellen of uitsluiten van de ziekte van Creutzfeldt-Jakob bij patiënten met snel progressieve dementie?

Toelichting:

De t-tau/p-tau-ratio (eventueel aangevuld met amyloid beta40/42 eiwitten) wordt in de klinische praktijk frequent gebruikt als onderdeel van het diagnostisch traject bij snel progressieve dementie, maar de incrementele waarde ten opzichte van andere diagnostische modaliteiten (RT-QuIC, MRI, EEG) is onvoldoende onderzocht (Skillback, 2014).
Er is met name behoefte aan inzicht in de mate waarin toevoeging van de t-tau/p-tau-ratio aan een bestaand diagnostisch algoritme de sensitiviteit, specificiteit of voorspellende waarde verbetert, en of dit leidt tot een aantoonbaar betere differentiaaldiagnose tussen CJD en andere aandoeningen (zoals de ziekte van Alzheimer of auto-immuun encefalitis).

Het cluster acht vervolgonderzoek wenselijk naar de diagnostische accuratesse en kosteneffectiviteit van een geïntegreerde strategie mét en zonder de t-tau/p-tau-ratio.
Een prospectief, multicenter diagnostisch accuratesseonderzoek waarin beide strategieën systematisch worden vergeleken, zou moeten worden uitgevoerd om de plaats van de t-tau/p-tau-ratio binnen de diagnostische keten te bepalen en toekomstige richtlijnaanbevelingen te kunnen versterken.