Kennisvragen

Tijdens de ontwikkeling van deze module is systematisch naar onderzoeken gezocht die de zoekvraag kunnen beantwoorden. Door gebruik te maken van een systematische literatuuranalyse met beoordeling van de bewijskracht is duidelijk geworden dat er binnen deze module nog kennisvragen bestaan. De werkgroep meent dat (vervolg)onderzoek wenselijk is om in de toekomst een duidelijker antwoord te kunnen geven op vragen uit de praktijk. 

Kennisvraag 1:

Wat is de toegevoegde diagnostische waarde van neurofilament light chain (NfL) in bloed of cerebrospinaal vocht boven op de standaard diagnostische stappen (klinische beoordeling, heteroanamnese, cognitieve testen en beeldvorming) voor het vaststellen of uitsluiten van dementie bij patiënten met een bipolaire stoornis en verdenking op cognitieve achteruitgang?

Toelichting:

Direct, populatiespecifiek bewijs voor NfL bij bipolaire stoornis ontbreekt en bestaande studies zijn heterogeen in populatie en afkappunten, waardoor de klinische toepasbaarheid onduidelijk is. Een prospectieve, multicentrische, geblindeerde cohortstudie is nodig waarin NfL (serum/plasma en zo mogelijk CSF; leeftijds- en nierfunctiegecorrigeerd) wordt toegevoegd aan een pre-gespecificeerd basisdiagnostisch model (kliniek, NPO, MRI) om de incrementele waarde te toetsen (ΔAUC, NRI/IDI, besluitcurve-analyse). Primaire uitkomst is de klinische diagnose dementie (DSM/ICD/NIA-AA) tijdens follow-up (bijv. 18–24 maanden); secundair: herclassificatie, testbelasting en (on)gewenste consequenties van (mis)classificatie. Deze opzet maakt onderbouwde besluitvorming mogelijk over wel/niet inzetten van NfL in het diagnostisch traject bij deze doelgroep.

Kennisvraag 2:

Wat is de toegevoegde diagnostische waarde van geavanceerde MRI-technieken (zoals volumetrie, diffusie-tensor imaging [DTI] of functionele MRI) boven op de standaard diagnostische stappen (klinische beoordeling, heteroanamnese, cognitieve testen en conventionele beeldvorming) voor het vaststellen of uitsluiten van dementie bij patiënten met een bipolaire stoornis en verdenking op cognitieve achteruitgang?

Toelichting:

Er is beperkt en indirect bewijs dat MRI met aanvullende kwantitatieve of functionele analyses kan helpen bij het onderscheiden van neurodegeneratieve dementie en cognitieve stoornissen bij bipolaire stoornis, maar de klinische waarde hiervan is nog onbekend. Een prospectieve, multicentrische diagnostische accuratesse- of prognosestudie is wenselijk, waarin geavanceerde MRI-parameters worden toegevoegd aan een bestaand diagnostisch model (kliniek, neuropsychologisch onderzoek, standaard MRI). De uitkomstmaat is de multidisciplinaire diagnose dementie (DSM/ICD/NIA-AA) tijdens follow-up (bijv. 18–24 maanden), met evaluatie van incrementele testwaarde (ΔAUC, NRI, IDI) en interbeoordelaarsbetrouwbaarheid. Deze opzet maakt het mogelijk te bepalen of toepassing van geavanceerde MRI-technieken diagnostisch zinvol is en kosteneffectief kan worden geïntegreerd in het routinematige diagnostische traject.