Implementatieplan

Tabel A: (De-)Implementatietabel met impuls analyse

(Sub)aanbeveling – 1

Geef niet standaard preventieve corticosteroïden aan patiënten met stabiele en/of milde astma/COPD en/of patiënten die een procedure ondergaan met een laag risico op postoperatieve pulmonale complicaties. Hiermee wordt longschema A dus verlaten.

 

  1. Wat was het onderliggende probleem om deze uitgangsvraag uit te werken?

 

☑ Ongewenste praktijkvariatie

□ Nieuwe evidentie

□ Anders

 

Toelichting:

In de studie van Miggelbrink et al. bleek de implementatie van de vorige richtlijn laag. In internationale richtlijnen wordt het perioperatief gebruik van corticosteroïden bij patiënten met longlijden die geopereerd worden niet als behandeloptie beschreven.

 

  1. Maak een inschatting over hoeveel patiënten het ongeveer gaat waar de aanbeveling betrekking op heeft?

□ < 1000

□ < 5000

5000-40.000

> 40.000

 

  1. Maakt de aanbeveling deel uit van een set van interventies voor hetzelfde probleem?

 

☑ Ja: Dit is in lijn met aanbeveling 2 en 3 over perioperatief gebruik van corticosteroïden

 

Toelichting: [toelichting]

 

□ Nee

 

  1. Belemmeringen en kansen op verschillende niveaus voor landelijke toepassing van de aanbeveling:

Voorbeelden

Wat zijn mogelijke belemmerende factoren?

Wat zijn mogelijke bevorderende factoren?

  1. Richtlijn/ klinisch traject (innovatie)

Voortschrijding/vooruitgang in de praktijk, haalbaarheid, geloofwaardigheid, toegankelijkheid, aantrekkelijkheid

 

Het beleid is simpeler geworden. Minder patiënten zullen medicatie krijgen.

Beleid past beter bij lage bewijskracht van de literatuur

  1. Zorgverleners (artsen en verpleegkundigen)

Bewustzijn, kennis, houding, motivatie om te veranderen, gedragsroutines

Onvoldoende tijd om nieuwe richtlijnen te lezen. Het geven van een medicijn bij pulmonaal belaste patiënten kan het gevoel geven ‘zorg te verbeteren’

Er hoeven minder medicijnen gegeven te worden

  1. Patiënt/ cliënt (naasten)

Kennis, vaardigheden, houding, compliance

 

Patiënt hoeft minder medicatie in te nemen

  1. Sociale context

Mening van collega’s, cultuur van het netwerk, samenwerking, leiderschap

 

 

  1. Organisatorische context

Organisatie van zorgprocessen, personeel, capaciteiten, middelen, structuren

 

Goedkopere zorg door geven van minder medicatie

  1. Economische en politieke context

Financiële regelingen, regelgeving, beleid (vergoede zorg, betaaltitel)

 

Goedkopere zorg door geven van minder medicatie

  1. Welke personen/partijen zijn van belang bij het toepassen van de aanbeveling in de praktijk?

 

Patiënt/ cliënt (naaste)

Professional

Beroepsvereniging

Ziekenhuis(bestuurder)

□ Zorgverzekeraars/ NZa

□ Zorginstituut [duiding nodig]

□  …………………………………… (graag aanvullen met alle relevante partijen, e.g., industrie)

 

  1. Wat zouden deze personen/ partijen moeten veranderen in hun gedrag of organisatie om de aanbeveling toe te passen?

 

Vooral zorgverleners moeten kennis nemen van deze richtlijn en praktijk veranderen naar ‘minder medicatie geven’

  1. Binnen welk tijdsbestek moet de aanbeveling zijn geïmplementeerd? 

< 1 jaar

< 2 jaar

□ < 3 jaar

 

[toelichting]

 

  1. Conclusie: is er extra aandacht nodig voor implementatie van de aanbeveling (anders dan publicatie van deze richtlijnmodule)?

□ Ja* ☑ Nee

 

Toelichting:

[toelichting]

 

*Deze aanbeveling komt in aanmerking voor plaatsing op de Implementatie Agenda van het programma Zorg Evaluatie & Gepast Gebruik (ZE&GG). In het programma ZE&GG werken patiënten, zorgverleners, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en overheid samen aan de bewezen beste zorg voor de patiënt. Daarmee is ZE&GG een programma van alle betrokken partijen in de Medisch Specialistische Zorg. FMS is één van deze betrokken partijen. 

De implementatieagenda van ZE&GG bevat onderwerpen over wat de bewezen beste zorg is en die in de dagelijkse zorgpraktijk geïmplementeerd zouden moeten worden.  Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en de Nederlandse Vereniging voor Ziekenhuizen (NVZ) hebben landelijke afspraken gemaakt over de implementatie van de onderwerpen van de implementatieagenda. Deze afspraken zijn onderdeel van de zorginkoopafspraken tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders. 

Vanuit FMS worden sterke, goed onderbouwde aanbevelingen, getoetst op de behoefte aan een implementatie impuls aangedragen. Voor de beoordeling van onderwerpen uit richtlijnen wordt gekeken naar bovenstaande tabel voor een inschatting van de implementatie impuls. Met de ingevulde implementatietabel kunnen we vanuit FMS de andere HLA-MSZ partijen goed informeren om zo samen te beslissen of de aanbeveling daadwerkelijk op de implementatie agenda zal worden geplaatst.

(Sub)aanbeveling – 3

Continueer altijd de eigen (inhalatie)medicatie van de patiënt, in het bijzonder de inhalatie corticosteroïd. Bij twijfel over correct gebruik in de perioperatieve fase kan dit vervangen worden door een dosisaerosol via een voorzetkamer met de vijf teugmethode.

 

  1. Wat was het onderliggende probleem om deze uitgangsvraag uit te werken?

 

☑ Ongewenste praktijkvariatie

□ Nieuwe evidentie

□ Anders

 

Toelichting:

Binnen de werkgroep leden werd ervaren dat niet alle anesthesiologen zich bewust zijn van positieve effect van goede inname van eigen inhalatiemedicatie.

 

  1. Maak een inschatting over hoeveel patiënten het ongeveer gaat waar de aanbeveling betrekking op heeft?

□ < 1000

□ < 5000

5000-40.000

> 40.000

 

  1. Maakt de aanbeveling deel uit van een set van interventies voor hetzelfde probleem?

 

☑ Ja: Dit is in lijn met aanbeveling 2 en 3 over perioperatief gebruik van corticosteroïden

 

Toelichting: [toelichting]

 

□ Nee

 

  1. Belemmeringen en kansen op verschillende niveaus voor landelijke toepassing van de aanbeveling:

Voorbeelden

Wat zijn mogelijke belemmerende factoren?

Wat zijn mogelijke bevorderende factoren?

  1. Richtlijn/ klinisch traject (innovatie)

Voortschrijding/vooruitgang in de praktijk, haalbaarheid, geloofwaardigheid, toegankelijkheid, aantrekkelijkheid

 

Het beleid is simpeler geworden. Minder patiënten zullen vernevelingen uit het ziekenhuis krijgen.

  1. Zorgverleners (artsen en verpleegkundigen)

Bewustzijn, kennis, houding, motivatie om te veranderen, gedragsroutines

Anesthesiologen hebben meer vertrouwen in medicatie die toegediend wordt door verpleegkundige of hunzelf dan in eigen inhalatie medicatie

 

  1. Patiënt/ cliënt (naasten)

Kennis, vaardigheden, houding, compliance

 

 

  1. Sociale context

Mening van collega’s, cultuur van het netwerk, samenwerking, leiderschap

Anesthesiologen hebben meer vertrouwen in iv medicatie en eigen vernevelingsapparatuur

Gebruik van patiënts eigen medicatie is simpeler

  1. Organisatorische context

Organisatie van zorgprocessen, personeel, capaciteiten, middelen, structuren

 

Goedkopere zorg door geven van minder medicatie

  1. Economische en politieke context

Financiële regelingen, regelgeving, beleid (vergoede zorg, betaaltitel)

 

Goedkopere zorg door geven van minder medicatie

  1. Welke personen/partijen zijn van belang bij het toepassen van de aanbeveling in de praktijk?

 

Patiënt/ cliënt (naaste)

Professional

Beroepsvereniging

Ziekenhuis(bestuurder)

□ Zorgverzekeraars/ NZa

□ Zorginstituut [duiding nodig]

□  …………………………………… (graag aanvullen met alle relevante partijen, e.g., industrie)

 

  1. Wat zouden deze personen/ partijen moeten veranderen in hun gedrag of organisatie om de aanbeveling toe te passen?

 

Bewustwording van richtlijn en uitdragen dat patiënten eigen inhalatoren goed moeten innemen

  1. Binnen welk tijdsbestek moet de aanbeveling zijn geïmplementeerd? 

< 1 jaar

< 2 jaar

□ < 3 jaar

 

[toelichting]

 

  1. Conclusie: is er extra aandacht nodig voor implementatie van de aanbeveling (anders dan publicatie van deze richtlijnmodule)?

□ Ja* ☑ Nee

 

Toelichting:

[toelichting]

 

         

*Deze aanbeveling komt in aanmerking voor plaatsing op de Implementatie Agenda van het programma Zorg Evaluatie & Gepast Gebruik (ZE&GG). In het programma ZE&GG werken patiënten, zorgverleners, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en overheid samen aan de bewezen beste zorg voor de patiënt. Daarmee is ZE&GG een programma van alle betrokken partijen in de Medisch Specialistische Zorg. FMS is één van deze betrokken partijen. 

De implementatieagenda van ZE&GG bevat onderwerpen over wat de bewezen beste zorg is en die in de dagelijkse zorgpraktijk geïmplementeerd zouden moeten worden.  Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en de Nederlandse Vereniging voor Ziekenhuizen (NVZ) hebben landelijke afspraken gemaakt over de implementatie van de onderwerpen van de implementatieagenda. Deze afspraken zijn onderdeel van de zorginkoopafspraken tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders. 

Vanuit FMS worden sterke, goed onderbouwde aanbevelingen, getoetst op de behoefte aan een implementatie impuls aangedragen. Voor de beoordeling van onderwerpen uit richtlijnen wordt gekeken naar bovenstaande tabel voor een inschatting van de implementatie impuls. Met de ingevulde implementatietabel kunnen we vanuit FMS de andere HLA-MSZ partijen goed informeren om zo samen te beslissen of de aanbeveling daadwerkelijk op de implementatie agenda zal worden geplaatst. 

 

Tabel B: Implementatietabel 

(Sub)aanbeveling 2:

Overweeg in overleg met de patiënt een kortdurende behandeling met corticosteroïden van ten minste 3 dagen bij patiënten met astma en COPD die een procedure ondergaan met een hoge kans op PPC’s. Start een dag voor de ingreep en indien na 2 dagen geen pulmonale complicaties optreden, dan kan corticosteroïdbehandeling gestaakt worden. Dit vervangt longschema B.

 

Ten aanzien van de preventie van PPC’s is er een lichte voorkeur voor prednisolon als corticosteroïd. De keuze voor het type corticosteroïd kan gebaseerd worden op andere indicaties voor corticosteroïden, zoals pijn, PONV of chirurgische indicaties.

 

Gebruik ter preventie van PPC’s maximaal één soort corticosteroïd per patiënt in een dosering die overeenkomt met minimaal 40 mg prednisolon oraal.

Op basis van de beschikbare evidentie en ervaring uit de praktijk kon er onvoldoende richting aan de besluitvorming worden gegeven. Om die reden is er geen beschrijving van belemmeringen en kansen voor implementatie van de aanbeveling toegevoegd. Disseminatie van de kennis in deze module verloopt via de standaard route. De module wordt gepubliceerd op de Richtlijnendatabase.