Implementatieplan

Tabel A: (De-)Implementatietabel met impuls analyse

Aanbeveling – 1

Alle aanvragend artsen consulteren een reguliere SCEN-arts. Dit alleen nadat er een second opinion heeft plaatsgevonden door een onafhankelijk psychiater conform module “Second opinion door onafhankelijk psychiater” (NVvP, 2025).   

   

 Informeer de patiënt (en eventueelen met toestemming van patient diens naasten) over het doel van de consultatie en over de verhouding tussen het oordeel van de SCEN-arts en uw eigen besluit.

 

 Informeer de SCEN-arts over de in de beoordelingsfase uitgevoerde second opinion door een onafhankelijk psychiater.

 

 Heroverweeg bij fundamenteel verschil van mening met de SCEN-arts of tot inwilliging van het verzoek van de patiënt kan worden overgegaan en schakel bij twijfel een andere SCEN-arts in.

  1. Wat was het onderliggende probleem om deze uitgangsvraag uit te werken?

 

□ Ongewenste praktijkvariatie

□ Nieuwe evidentie

x Anders

 

Toelichting:

Haalbaarheid van de oude aanbeveling, hierin moest in sommige gevallen de beoordeling door een ‘SCEN-arts die tevens psychiater is’ worden gedaan. Dit bleek in de praktijk niet haalbaar en er waren aanwijzingen dat de inbreng van psychiatrische expertise ten tijde van het SCEN-consult in sommige gevallen ongewenst was omdat het dan laat is voor nieuwe inzichten.  Het was onduidelijk of dit leidde tot de gewenste expertise input tijdens het gehele traject.

 

  1. Maak een inschatting over hoeveel patiënten het ongeveer gaat waar de aanbeveling betrekking op heeft?

x < 1000

□ < 5000

5000-40.000

> 40.000

 

  1. Maakt de aanbeveling deel uit van een set van interventies voor hetzelfde probleem?

 

x Ja: hoe verhoudt deze aanbeveling zich tot de andere aanbevelingen uit deze module/ richtlijn of uit andere richtlijnen(modules)? Dient hier rekening mee gehouden te worden bij de implementatie of kan dit worden gezien als een losstaande aanbeveling?

 

Toelichting: Bewust wordt tegelijkertijd module 4.1 Second opinion door onafhankelijk psychiater herzien. Deze module gaat over deze eerdere fase in het proces. Door in 4.1 een aanpassing te doen in de aanbeveling waarbij vanuit een breder perspectief (inclusief dat van een onafhankelijk psychiater) wordt gekeken, kan de aanbeveling in deze module meer in lijn komen met de andere geldende richtlijnen. Dus het implementeren van deze modules hangt samen.

 

□ Nee

 

  1. Belemmeringen en kansen op verschillende niveaus voor landelijke toepassing van de aanbeveling:

Wat zijn mogelijke belemmerende factoren?

Wat zijn mogelijke bevorderende factoren?

  1. Richtlijn/ klinisch traject (innovatie)

Geen, meer in lijn met de standaardzorg en algemene praktijk.

De huidige module is meer in lijn met de algemeen geldende richtlijnen en praktijk.

  1. Zorgverleners (artsen en verpleegkundigen)

Geen, meer in lijn met de standaardzorg en algemene praktijk.

De huidige module is meer in lijn met de algemeen geldende richtlijnen en praktijk.

  1. Patiënt/ cliënt (naasten)

Geen, meer in lijn met de standaardzorg en algemene praktijk.

De huidige module is meer in lijn met de algemeen geldende richtlijnen en praktijk.

  1. Sociale context

Geen, meer in lijn met de standaardzorg en algemene praktijk.

De huidige module is meer in lijn met de algemeen geldende richtlijnen en praktijk.

  1. Organisatorische context

Geen, meer in lijn met de standaardzorg en algemene praktijk.

De huidige module is meer in lijn met de algemeen geldende richtlijnen en praktijk.

  1. Economische en politieke context

Geen, meer in lijn met de standaardzorg en algemene praktijk.

De huidige module is meer in lijn met de algemeen geldende richtlijnen en praktijk.

  1. Welke personen/partijen zijn van belang bij het toepassen van de aanbeveling in de praktijk?

 

Patiënt/ cliënt (naaste)

x Professional

 x Beroepsvereniging

□ Ziekenhuis(bestuurder)

□ Zorgverzekeraars/ NZa

□ Zorginstituut [duiding nodig]

  1. Wat zouden deze personen/ partijen moeten veranderen in hun gedrag of organisatie om de aanbeveling toe te passen?

 

Weinig aanpassing nodig, met de huidige aanbeveling komt het meer in lijn met de algemene werkwijze zoals al omschreven in de KNMG richtlijn voor SCEN-artsen.

  1. Binnen welk tijdsbestek moet de aanbeveling zijn geïmplementeerd? 

x < 1 jaar

□ < 2 jaar

□ < 3 jaar

 

Op dit moment onwenselijke werksituatie en de nieuwe aanbeveling is meer in lijn met algemene werkwijze.

 

  1. Conclusie: is er extra aandacht nodig voor implementatie van de aanbeveling (anders dan publicatie van deze richtlijnmodule)?

□ Ja* x Nee

 

Toelichting:

Niet voor deze module, maar voor module 4.1 zijn er wel uitdagingen en deze modules kunnen alleen gezamenlijk geïmplementeerd worden.

 

*Deze aanbeveling komt in aanmerking voor plaatsing op de Implementatie Agenda van het programma Zorg Evaluatie & Gepast Gebruik (ZE&GG). In het programma ZE&GG werken patiënten, zorgverleners, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en overheid samen aan de bewezen beste zorg voor de patiënt. Daarmee is ZE&GG een programma van alle betrokken partijen in de Medisch Specialistische Zorg. FMS is één van deze betrokken partijen. 

De implementatieagenda van ZE&GG bevat onderwerpen over wat de bewezen beste zorg is en die in de dagelijkse zorgpraktijk geïmplementeerd zouden moeten worden.  Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en de Nederlandse Vereniging voor Ziekenhuizen (NVZ) hebben landelijke afspraken gemaakt over de implementatie van de onderwerpen van de implementatieagenda. Deze afspraken zijn onderdeel van de zorginkoopafspraken tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders. 

Vanuit FMS worden sterke, goed onderbouwde aanbevelingen, getoetst op de behoefte aan een implementatie impuls aangedragen. Voor de beoordeling van onderwerpen uit richtlijnen wordt gekeken naar bovenstaande tabel voor een inschatting van de implementatie impuls. Met de ingevulde implementatietabel kunnen we vanuit FMS de andere HLA-MSZ partijen goed informeren om zo samen te beslissen of de aanbeveling daadwerkelijk op de implementatie agenda zal worden geplaatst.