Implementatietabel

Tabel A: (De-)Implementatietabel met impuls analyse

Aanbeveling – 1

 

  1. Wat was het onderliggende probleem om deze uitgangsvraag uit te werken?

 

X Ongewenste praktijkvariatie

□ Nieuwe evidentie

X Anders

 

Toelichting:

De nazorg na borstkanker omvat uiteenlopende lichamelijke, locoregionale, cognitieve, psychosociale en sociale gevolgen. De modules beogen meer eenduidigheid in het tijdig signaleren en bespreken van deze problemen, het informeren van patiënten en het zo nodig verwijzen naar passende nazorg.

  1. Maak een inschatting over hoeveel patiënten het ongeveer gaat waar de aanbeveling betrekking op heeft?

□ < 1000

□ < 5000

□ 5000-40.000

X > 40.000

 

  1. Maakt de aanbeveling deel uit van een set van interventies voor hetzelfde probleem?

 

X Ja: Hoe verhoudt deze aanbeveling zich tot de andere aanbevelingen uit deze module/ richtlijn of uit andere richtlijnen(modules)? Dient hier rekening mee gehouden te worden bij de implementatie of kan dit worden gezien als een losstaande aanbeveling?

 

Toelichting: De aanbevelingen uit modules ‘Algemene aandachtspunten tijdens nazorg’, ‘Lichamelijke problemen’, ‘Locoregionale problemen bij borstkanker’, ‘Vermoeidheid, cognitieve en psychosociale problemen’ en ‘Overige gevolgen van borstkanker’ hangen sterk met elkaar samen en dienen gezamenlijk te worden meegenomen bij de implementatie. Implementatie vraagt om een integrale benadering van nazorg, met samenhangende afspraken over signalering, begeleiding en verwijzing en aansluiting op relevante andere richtlijnmodules en zorgpaden.

 

□ Nee

 

 

 

  1. Belemmeringen en kansen op verschillende niveaus voor landelijke toepassing van de aanbeveling:

Voorbeelden van factoren

Wat zijn mogelijke belemmerende factoren?

Wat zijn mogelijke bevorderende factoren?

  1. Richtlijn/ klinisch traject (innovatie)

Voortschrijding/vooruitgang in de praktijk, haalbaarheid, geloofwaardigheid, toegankelijkheid, aantrekkelijkheid

N.v.t.

Goede haalbaarheid, omdat de aanbevelingen grotendeels aansluiten bij bestaande nazorg en geen grote aanpassingen in de huidige werkwijze vragen.

  1. Zorgverleners (artsen en verpleegkundigen)

Bewustzijn, kennis, houding, motivatie om te veranderen, gedragsroutines

Tijdsdruk, bekendheid met late gevolgen en verschillen in kennis van signalering, triage en verwijsmogelijkheden kunnen toepassing belemmeren.

Binnen borstkankerzorg bestaan multidisciplinaire teams en bestaande instrumenten zoals PROMs en de Lastmeter die signalering en triage kunnen ondersteunen.

  1. Patiënt/ cliënt (naasten)

Kennis, vaardigheden, houding, compliance

Patiënten kunnen zich onvoldoende bewust zijn van klachten. Daarnaast kunnen informatiebehoeften verschillen tussen patiënten.

Goede voorlichting, samen beslissen en het actief uitvragen van klachten kunnen patiënten ondersteunen om problemen tijdig te signaleren en bespreekbaar te maken.

  1. Sociale context

Mening van collega’s, cultuur van het netwerk, samenwerking, leiderschap

Nazorg is multidisciplinair en kan verdeeld zijn over verschillende zorgverleners en lijnen. Onduidelijkheid over verantwoordelijkheden kan leiden tot versnippering van zorg.

Bestaande samenwerking binnen borstkankerteams en met eerstelijns en paramedische zorgverleners biedt een basis voor duidelijke taak- en verwijsafspraken.

  1. Organisatorische context

Organisatie van zorgprocessen, personeel, capaciteiten, middelen, structuren

Lokale verschillen in taakverdeling, beschikbaarheid van gespecialiseerde nazorg en verwijsroutes kunnen de uitvoerbaarheid beïnvloeden.

De aanbevelingen kunnen grotendeels worden ingebed in bestaande zorgprocessen.

 

  1. Economische en politieke context

Financiële regelingen, regelgeving, beleid (vergoede zorg, betaaltitel)

N.v.t.

Er worden geen substantiële financiële gevolgen verwacht.

  1. Welke personen/partijen zijn van belang bij het toepassen van de aanbeveling in de praktijk?

 

X Patiënt/ cliënt (naaste)

X Professional

X Beroepsvereniging

X Ziekenhuis(bestuurder)

□ Zorgverzekeraars/ NZa

□ Zorginstituut [duiding nodig]

X Overige: huisartsen, eerstelijns en paramedische zorgverleners

  1. Wat zouden deze personen/ partijen moeten veranderen in hun gedrag of organisatie om de aanbeveling toe te passen?

 

Zorgverleners:
• Structureel aandacht besteden aan nazorg.

• Patiënten gericht informeren over mogelijke korte- en langetermijngevolgen, wat zij zelf kunnen doen en welke ondersteuning beschikbaar is.

• Duidelijke afspraken maken over verantwoordelijkheden, aanspreekpunt, triage, onderlinge afstemming en verwijzing, zodat patiënten tijdig naar passende zorg worden verwezen en de overdracht tussen betrokken zorgverleners is geborgd.

Patiënten:
• Actief bespreken van klachten en zorgbehoeften bij zorgverleners.

 

Ziekenhuizen/netwerken:
• Borgen lokale verwijsroutes en samenwerking tussen betrokken disciplines en de eerste lijn.

 

  1. Binnen welk tijdsbestek moet de aanbeveling zijn geïmplementeerd? 

X < 1 jaar

□ < 2 jaar

□ < 3 jaar

 

De aanbevelingen betreffen grotendeels bestaande zorg.

  1. Conclusie: is er extra aandacht nodig voor implementatie van de aanbeveling (anders dan publicatie van deze richtlijnmodule)?

□ Ja* X Nee

 

Toelichting:

De aanbevelingen sluiten grotendeels aan bij bestaande nazorg.

 

*Deze aanbeveling komt in aanmerking voor plaatsing op de Implementatie Agenda van het programma Zorg Evaluatie & Gepast Gebruik (ZE&GG). In het programma ZE&GG werken patiënten, zorgverleners, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en overheid samen aan de bewezen beste zorg voor de patiënt. Daarmee is ZE&GG een programma van alle betrokken partijen in de Medisch Specialistische Zorg. FMS is één van deze betrokken partijen.

 

De implementatieagenda van ZE&GG bevat onderwerpen over wat de bewezen beste zorg is en die in de dagelijkse zorgpraktijk geïmplementeerd zouden moeten worden.  Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en de Nederlandse Vereniging voor Ziekenhuizen (NVZ) hebben landelijke afspraken gemaakt over de implementatie van de onderwerpen van de implementatieagenda. Deze afspraken zijn onderdeel van de zorginkoopafspraken tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders.

 

Vanuit FMS worden sterke, goed onderbouwde aanbevelingen, getoetst op de behoefte aan een implementatie impuls aangedragen. Voor de beoordeling van onderwerpen uit richtlijnen wordt gekeken naar bovenstaande tabel voor een inschatting van de implementatie impuls. Met de ingevulde implementatietabel kunnen we vanuit FMS de andere HLA-MSZ partijen goed informeren om zo samen te beslissen of de aanbeveling daadwerkelijk op de implementatie agenda zal worden geplaatst.