Kennisvragen

Tijdens de ontwikkeling van deze module is gebleken dat er nog te weinig bewijs is voor de onderbouwing van de aanbeveling en dat er dus kennisvragen blijven bestaan. De werkgroep meent dat (vervolg)onderzoek wenselijk is om in de toekomst een duidelijker antwoord te kunnen geven op vragen uit de praktijk.

Kennisvraag:

Meer onderzoek naar de effectiviteit van CGT specifiek voor pijn bij patiënten met kanker is nodig. Op dit moment is slechts een beperkt aantal RCT’s beschikbaar, veelal met kleine patiëntengroepen en andere methodologische problemen. In de meeste studies is uitsluitend naar effecten op de korte termijn gekeken, en vooral naar pijnintensiteit. Andere gebieden van functioneren zijn niet voldoende aan bod gekomen in deze studies. Langere follow-up is ook aan te bevelen.

Cognitieve gedragstherapie is niet een eenduidige therapievorm. Deze kan uit verschillende componenten bestaan, verschillen in duur en op verschillende manieren worden aangeboden (individueel of in groepsverband, in persoon of online/digitaal). Bovendien bestaat er naast de traditionele vorm van CGT, ook de zogenaamde “third wave” CGT. Acceptance and commitment therapie (ACT) en mindfulness-based cognitieve therapie zijn hier voorbeelden van. Toekomstig onderzoek moet rekening houden met het feit dat de effectiviteit kan variëren met de specifieke vorm van CGT die wordt aangeboden en dat patiëntkarakteristieken van invloed kunnen zijn op de succeskans van de behandeling.

Hierbij is een belangrijke vraag, voor welke patiënten CGT (het meest) effectief kan zijn. Gemiddelde effecten over groepen patiënten kunnen individuele effecten maskeren. Naast het presenteren van een gemiddelde score over de gehele groep wordt aanbevolen om te rapporteren hoeveel patiënten een klinisch relevante verbetering laten zien. Bovendien is het van belang om te onderzoeken welke patiënten het meest baat bij de interventie zouden kunnen hebben. Bepaalde patiëntkenmerken, zoals hoge mate van angst of zich zorgen maken over de pijn (ook wel catastroferen genoemd), of anderzijds psychosociale “distress” zijn mogelijk voorspellend voor therapiesucces. Tot op heden zijn daar geen gegevens over beschikbaar.

Toelichting:

Wanneer meer bekend is of en welke vorm van CGT effectief is voor patiënten met kanker-gerelateerde pijn, en op welke uitkomstmaten, kan een meer gerichte en sterkere aanbeveling worden gegeven.