Implementatieplan

Tabel A: (De-)Implementatietabel met impuls analyse

Aanbeveling – 1

 

  1. Wat was het onderliggende probleem om deze uitgangsvraag uit te werken?

 

X Ongewenste praktijkvariatie

□ Nieuwe evidentie

□ Anders

 

Toelichting:

Er bestaat geen eenduidige aanbeveling over indicaties en timing van het plaatsen van een tracheacanule bij beademde Intensive Care patiënten. Dit heeft tot gevolg dat er een grote variatie is tussen verschillende Intensive Care afdelingen en binnen deze afdelingen zelfs tot variatie tussen individuele intensivisten.

  1. Maak een inschatting over hoeveel patiënten het ongeveer gaat waar de aanbeveling betrekking op heeft?

< 1000

□ < 5000

X  5000-40.000

> 40.000

Precieze schatting ontbreekt, maar aantal langdurig geïntubeerde IC-patiënten rechtvaardigt brede toepassing.

  1. Maakt de aanbeveling deel uit van een set van interventies voor hetzelfde probleem?

 

Ja: hoe verhoudt deze aanbeveling zich tot de andere aanbevelingen uit deze module/ richtlijn of uit andere richtlijnen(modules)? Dient hier rekening mee gehouden te worden bij de implementatie of kan dit worden gezien als een losstaande aanbeveling?

X Nee

Toelichting: Staat op zichzelf, maar heeft wel raakvlakken met modules over weaning, IC-organisatie en comfortzorg.

  1. Belemmeringen en kansen op verschillende niveaus voor landelijke toepassing van de aanbeveling:

Voorbeelden

Wat zijn mogelijke belemmerende factoren?

Wat zijn mogelijke bevorderende factoren?

  1. Richtlijn/ klinisch traject (innovatie)

Voortschrijding/vooruitgang in de praktijk, haalbaarheid, geloofwaardigheid, toegankelijkheid, aantrekkelijkheid

Geen uniforme definitie of criteria voor "spoedige extubatie"; voortschrijdend inzicht in praktijk vereist herziening lokale protocollen.

Conditionele aanbeveling geeft ruimte voor klinische besluitvorming op basis van gedeelde besluitvorming en actuele zorgpraktijk.

  1. Zorgverleners (artsen en verpleegkundigen)

Bewustzijn, kennis, houding, motivatie om te veranderen, gedragsroutines

Gewoonten of voorkeur voor vroege tracheostomie of juist aarzeling ten aanzien hiervan, op basis van ervaring; onzekerheid over indicaties.

Scholing over timing en communicatie vergroot bewustzijn en consistentie.

  1. Patiënt/ cliënt (naasten)

Kennis, vaardigheden, houding, compliance

Verwachting dat tracheostomie direct leidt tot bewustzijn of herstel van spraak of snellere weaning; risico op misvattingen.

Gestructureerde voorlichting kan verwachtingen managen en gedeelde besluitvorming ondersteunen.

  1. Sociale context

Mening van collega’s, cultuur van het netwerk, samenwerking, leiderschap

Variatie binnen en tussen teams over wanneer tracheostoma gewenst is.

IC-teams kunnen leren van elkaars casuïstiek via MDO of complicatiebesprekingen.

  1. Organisatorische context

Organisatie van zorgprocessen, personeel, capaciteiten, middelen, structuren

Capaciteit of expertise voor het uitvoeren van een PDT kan per instelling verschillen.

Procedure is gangbaar en implementatie hoeft geen grote systeemaanpassing te vereisen.

  1. Economische en politieke context

Financiële regelingen, regelgeving, beleid (vergoede zorg, betaaltitel)

Geen concrete kosten-batenanalyses beschikbaar, onzekerheid over impact.

Beperkte kosten en mogelijke reductie in beademingsduur en complicaties kunnen inzet rechtvaardigen.

5. Welke personen/partijen zijn van belang bij het toepassen van de aanbeveling in de praktijk?

 

X Patiënt/ cliënt (naaste)

X Professional

X Beroepsvereniging

X Ziekenhuis(bestuurder)

□ Zorgverzekeraars/ NZa

□ Zorginstituut [duiding nodig]

□  …………………………………… (graag aanvullen met alle relevante partijen, e.g., industrie)

6. Wat zouden deze personen/ partijen moeten veranderen in hun gedrag of organisatie om de aanbeveling toe te passen?

- Bewustwording en bijstelling van bestaande ‘reflex’ om vroeg een tracheacanule te plaatsen.
- Scholing over tijdig herkennen van stagnatie in weaning.
- Standaardiseren van communicatie over indicatie met patiënt en naasten.

7. Binnen welk tijdsbestek moet de aanbeveling zijn geïmplementeerd? 

< 1 jaar

X < 2 jaar

□ < 3 jaar

 

Toelichting: Aanbeveling sluit aan bij bestaande praktijk; kleine aanpassing in besluitvormingsproces is voldoende.

8. Conclusie: is er extra aandacht nodig voor implementatie van de aanbeveling (anders dan publicatie van deze richtlijnmodule)?

□ Ja* X Nee

 

Toelichting: Publicatie van module met duidelijke toelichting en samenvatting volstaat.

*Deze aanbeveling komt in aanmerking voor plaatsing op de Implementatie Agenda van het programma Zorg Evaluatie & Gepast Gebruik (ZE&GG). In het programma ZE&GG werken patiënten, zorgverleners, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en overheid samen aan de bewezen beste zorg voor de patiënt. Daarmee is ZE&GG een programma van alle betrokken partijen in de Medisch Specialistische Zorg. FMS is één van deze betrokken partijen. 

De implementatieagenda van ZE&GG bevat onderwerpen over wat de bewezen beste zorg is en die in de dagelijkse zorgpraktijk geïmplementeerd zouden moeten worden.  Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en de Nederlandse Vereniging voor Ziekenhuizen (NVZ) hebben landelijke afspraken gemaakt over de implementatie van de onderwerpen van de implementatieagenda. Deze afspraken zijn onderdeel van de zorginkoopafspraken tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders. 

Vanuit FMS worden sterke, goed onderbouwde aanbevelingen, getoetst op de behoefte aan een implementatie impuls aangedragen. Voor de beoordeling van onderwerpen uit richtlijnen wordt gekeken naar bovenstaande tabel voor een inschatting van de implementatie impuls. Met de ingevulde implementatietabel kunnen we vanuit FMS de andere HLA-MSZ partijen goed informeren om zo samen te beslissen of de aanbeveling daadwerkelijk op de implementatie agenda zal worden geplaatst.