Implementatieplan

Implementatietabel

Aanbevelingen

Streef om samen (patiënt en behandelaar) beslissingen te nemen over de behandeling met antitrombotica, nadat:

•de patiënt op de individuele situatie afgestemd en naar behoefte is geïnformeerd;

•de voorkeuren van patiënt zijn besproken;

•persoonlijke omstandigheden van de patiënt zijn meegenomen.

 

Deze beslissingen zijn gebaseerd op diverse patiëntfactoren zoals de onderliggende ziekte/indicatie voor de antitrombotica en patiëntfactoren zoals comorbiditeit, functioneren van nier- en lever, wensen en persoonlijke omstandigheden.

 

Wijs de patiënt op bestaande informatiebronnen, zoals het Nederlands Kennisplatform Antistolling, de Hartstichting, Thuisarts.nl, Trombosestichting, de Federatie van Nederlandse Trombosediensten, kijksluiter.nl en apotheek.nl.

 

Bespreek samen (patiënt en behandelaar) tenminste de volgende zaken bij het voorschrijven van het antitromboticum:

•therapietrouw;

•wie het aanspreekpunt is voor de patiënt;

•actueel medicatieoverzicht (incl. eventuele comedicatie);

•afspraken over controles en periodieke opvolging;

•beleid bij eventuele wens om te stoppen met medicatie;

•belang dat patiënt bij een evt. (tandheelkundige of chirurgische) ingreep aangeeft dat er een antitromboticum  gebruikt wordt;

•mogelijkheid om een antistollingspas aan te vragen.

 

Bespreek samen (patiënt en apotheker) tenminste de volgende zaken bij het voorschrijven van het antitromboticum:

  • duur behandeling;
  • de noodzaak om maagbeschermers te gebruiken bij NSAIDs;
  • kijksluiter.nl;

bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd: vermeld dat DOACs, VKAs en P2Y12-remmers gestopt moeten worden bij een eventuele zwangerschap(swens). Zie module keuze anticoagulantia tijdens de zwangerschap.

 

Bespreek samen (patiënt en verstrekker) tenminste de volgende zaken bij de periodieke controles:

•therapietrouw;

•actueel medicatieoverzicht (incl. eventuele comedicatie);

•of de indicatie voor het antitromboticum nog actueel is;

•beleid bij eventuele wens om te stoppen met medicatie;

•of er trombo-embolische complicaties of juist bloedingen/andere bijwerkingen zijn geweest.

 

Wijs de (ouders/verzorgers/naasten van) kinderen en adolescenten met trombose op bestaande informatiebronnen, zoals de cyberpoli, kindertrombose.nl en de Stichting Zeldzame Bloedziekten.

 

Informeer niet alleen de ouders/verzorgers/naasten, maar ook het kind zelf, afhankelijk van leeftijd en ontwikkeling, over de volgende zaken:

 

Bij voorschrijven

  • therapietrouw;
  • wie het aanspreekpunt is voor de ouders/verzorgers/naasten en patiënt;
  • actueel medicatieoverzicht (incl. eventuele comedicatie);
  • afspraken over controles en periodieke opvolging;
  • belang dat patiënt bij een evt. (tandheelkundige of chirurgische) ingreep aangeeft dat er een antitromboticum  gebruikt wordt;
  • mogelijkheid om een antistollingspas aan te vragen;
  • duur van de behandeling;
  • geen NSAID-gebruik;
  • invloed op sporten, school en menstruatie.

 

Bij controles

  • of er trombo-embolische complicaties of juist bloedingen/andere bijwerkingen zijn geweest, o.a. menstruatie;
  • therapietrouw;
  • actueel medicatieoverzicht (incl. eventuele comedicatie);
  • of de indicatie voor het antitromboticum nog actueel is;

beleid bij eventuele wens om te stoppen met medicatie.

  1. Wat was het onderliggende probleem om deze uitgangsvraag uit te werken?

 

□ Ongewenste praktijkvariatie

□ Nieuwe evidentie

X Anders

 

Toelichting:

De huidige module over communicatie was niet meer volledig en bovendien teveel geschreven vanuit het perspectief van de zorgverlener. Er was behoefte om de gezamenlijke besluitvorming ook nadrukkelijker in de formulering van de teksten naar voren te laten komen en een deel voor de doelgroep kinderen en adolescenten op te stellen.

  1. Maak een inschatting over hoeveel patiënten het ongeveer gaat waar de aanbeveling betrekking op heeft?

X < 1000 à deel kinderen en adolescenten

□ < 5000

5000-40.000

X  > 40.000 à deel volwassenen

 

  1. Maakt de aanbeveling deel uit van een set van interventies voor hetzelfde probleem?

 

□ Ja: hoe verhoudt deze aanbeveling zich tot de andere aanbevelingen uit deze module/ richtlijn of uit andere richtlijnen(modules)? Dient hier rekening mee gehouden te worden bij de implementatie of kan dit worden gezien als een losstaande aanbeveling?

 

Toelichting: n.v.t.

 

X Nee: Wel is de module een belangrijke aanvulling op veel andere modules, zoals de modules over periprocedureel beleid.

 

  1. Belemmeringen en kansen op verschillende niveaus voor landelijke toepassing van de aanbeveling:

Voorbeelden

Wat zijn mogelijke belemmerende factoren?

Wat zijn mogelijke bevorderende factoren?

  1. Richtlijn/ klinisch traject (innovatie)

Voortschrijding/vooruitgang in de praktijk, haalbaarheid, geloofwaardigheid, toegankelijkheid, aantrekkelijkheid

 

 

  1. Zorgverleners (artsen en verpleegkundigen (verpleegkundig specialisten))

Bewustzijn, kennis, houding, motivatie om te veranderen, gedragsroutines

Onvoldoende kennis en vaardigheden t.a.v. gezamenlijke besluitvorming en informatievoorziening.

Het op een goede manier betrekken van patiënten in besluitvorming, maar ook het volledig informeren van patiënten, kan leiden tot een betere behandelrelatie, meer openheid en motivatie vanuit patiënten etc. Dit kan zorgverleners motiveren om zich hiervoor in te zetten.

  1. Patiënt/ cliënt (naasten)

Kennis, vaardigheden, houding, compliance

Patiënten kunnen het gevoel hebben dat ze onvoldoende vaardigheden hebben om met een zorgverlener in gesprek te gaan en/of de informatie goed te begrijpen.

In de module over samen beslissen en informatievoorziening wordt aandacht gegeven aan de vragen die er leven bij de patiënt en is er aandacht voor hoe de arts, verpleegkundig specialist en patiënt samen tot een passende beslissing kunnen komen over de antistollingsbehandeling.

Zie boven

  1. Sociale context

Mening van collega’s, cultuur van het netwerk, samenwerking, leiderschap

 

 

  1. Organisatorische context

Organisatie van zorgprocessen, personeel, capaciteiten, middelen, structuren

Onvoldoende tijd en/of hulpmiddelen, bijvoorbeeld om een uitgebreider gesprek te voeren met de patiënt en daarnaast om het gesprek met de patiënt goed voor te bereiden.

Het op een goede manier betrekken van patiënten in besluitvorming, maar ook het volledig informeren van patiënten, kan bij patiënten ertoe leiden dat zij zich meer begrepen voelen. Dit kan vervolgens bijdragen aan meer openheid bij patiënten evenals een grotere bereidwilligheid/motivatie om mee te denken/te werken. Hierdoor kunnen zorgverleners uiteindelijk meer bereiken.

  1. Economische en politieke context

Financiële regelingen, regelgeving, beleid (vergoede zorg, betaaltitel)

 

 

  1. Welke personen/partijen zijn van belang bij het toepassen van de aanbeveling in de praktijk?

 

X Patiënt/ cliënt (naaste)

X Professional

X Beroepsvereniging

□ Ziekenhuis(bestuurder)

□ Zorgverzekeraars/ NZa

□ Zorginstituut [duiding nodig]

 

  1. Wat zouden deze personen/ partijen moeten veranderen in hun gedrag of organisatie om de aanbeveling toe te passen?

 

Van patiënten wordt gevraagd dat zij zich open opstellen in de communicatie met hun zorgverlener en zich waar mogelijk ook goed voorbereiden op de gesprekken en controles. Van zorgverleners wordt gevraagd dat zij helder en volledig communiceren richting de patiënten en zich open stellen voor gezamenlijke besluitvorming. Hiervoor kunnen zij ook tools gebruiken, zoals deze in de moduletekst zijn aangewezen. Beroepsverenigingen kunnen hier ook een rol in spelen door tips, ervaringen etc. te delen. 

  1. Binnen welk tijdsbestek moet de aanbeveling zijn geïmplementeerd? 

< 1 jaar

X < 2 jaar

□ < 3 jaar

 

De strekking van de inhoud van de module is niet veel gewijzigd t.o.v. de vorige versie. Wel duurt het vaak langer voordat dit soort niet-medisch inhoudelijke aanbevelingen zijn geïmplementeerd in de praktijk.

  1. Conclusie: is er extra aandacht nodig voor implementatie van de aanbeveling (anders dan publicatie van deze richtlijnmodule)?

□ Ja* X Nee

 

Toelichting:

Zie boven

 

*Deze aanbeveling komt in aanmerking voor plaatsing op de Implementatie Agenda van het programma Zorg Evaluatie & Gepast Gebruik (ZE&GG). In het programma ZE&GG werken patiënten, zorgverleners, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en overheid samen aan de bewezen beste zorg voor de patiënt. Daarmee is ZE&GG een programma van alle betrokken partijen in de Medisch Specialistische Zorg. FMS is één van deze betrokken partijen. 

De implementatieagenda van ZE&GG bevat onderwerpen over wat de bewezen beste zorg is en die in de dagelijkse zorgpraktijk geïmplementeerd zouden moeten worden.  Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en de Nederlandse Vereniging voor Ziekenhuizen (NVZ) hebben landelijke afspraken gemaakt over de implementatie van de onderwerpen van de implementatieagenda. Deze afspraken zijn onderdeel van de zorginkoopafspraken tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders. 

Vanuit FMS worden sterke, goed onderbouwde aanbevelingen, getoetst op de behoefte aan een implementatie impuls aangedragen. Voor de beoordeling van onderwerpen uit richtlijnen wordt gekeken naar bovenstaande tabel voor een inschatting van de implementatie impuls. Met de ingevulde implementatietabel kunnen we vanuit FMS de andere HLA-MSZ partijen goed informeren om zo samen te beslissen of de aanbeveling daadwerkelijk op de implementatie agenda zal worden geplaatst.