Kennisvragen

Tijdens de ontwikkeling van deze module is gebleken dat er binnen deze module nog te weinig bewijs is voor de onderbouwing van de aanbeveling en dus kennisvragen bestaan. Het cluster meent dat (vervolg)onderzoek wenselijk is om in de toekomst een duidelijker antwoord te kunnen geven op vragen uit de praktijk. 

Kennisvraag anno 2017:

  1. Wat is de meerwaarde van bilaterale toepassing van BCD’s ten opzichte van unilaterale toepassing bij volwassenen en kinderen met bilateraal conductief gehoorverlies, in termen van binaurale functies, patiënttevredenheid, complicaties en kosteneffectiviteit?

Toelichting:

Aanvullend onderzoek naar bilaterale toepassing van BCDs bij bilateraal conductief gehoorverlies is aangewezen. Bilaterale toepassing kan bijdragen aan (gedeeltelijk) herstel van binaurale functies. Er bestaan echter aanzienlijke interindividuele verschillen in de mate van binaurale winst, wellicht mede door cross-stimulatie. Daarom is nader onderzoek nodig naar de determinanten van deze interindividuele variatie (etiologie), preoperatieve voorspellende meetmethoden voor binaurale meerwaarde, kosteneffectiviteit, complicaties en alsmede de ontwikkeling van uniforme meetprotocollen. Dit resulteerde anno 2026 in deze aangepaste kennisvraag:

 

  1. Wat zijn bij patiënten met gehoorverlies de verschillen in effectiviteit en uitkomsten tussen luchtgeleidingshoortoestellen (LGHT), bone conduction devices (BCD), actieve middenoorimplantaten (MOI) en cochleaire implantaten (CI)?

Toelichting:

Vanwege de device-specifieke insteek van deze richtlijn ontbreekt hierin anno 2026 een module waarin LGHT, BCD, actieve middenoorimplantaten en CI met elkaar worden vergeleken.