Kennis-kwaliteitscyclus

Goede zorg vraagt om een continue wisselwerking tussen praktijk, onderzoek en richtlijnen. De kennis-kwaliteitscyclus beschrijft hoe deze onderdelen elkaar opvolgen, aanvullen en versterken. De cyclus is als volgt opgebouwd:

Kennisontwikkeling

Nieuwe richtlijnen ontstaan vaak vanuit vragen uit de praktijk. In de dagelijkse zorg lopen zowel patiënten als zorgverleners namelijk tegen vragen en knelpunten aan. Richtlijnen kunnen helpen om deze vragen te beantwoorden. Hiervoor brengen werkgroepen wetenschappelijke kennis, praktijkervaring en patiëntperspectieven samen en vertalen deze naar aanbevelingen voor de praktijk.

Soms is uit wetenschappelijk onderzoek al duidelijk wat de beste zorg is. In dat geval kunnen richtlijnen zorgverleners ondersteunen om bewezen effectieve zorg vaker toe te passen (groene pijl, implementatie). Richtlijnen kunnen ook laten zien dat bepaalde zorg weinig of geen aantoonbare meerwaarde heeft. In dat geval helpt de richtlijn om deze zorg af te bouwen (rode pijl, de-implementatie).

Kennisagenda en zorgevaluatieonderzoek

Niet voor iedere vraag is al een duidelijk antwoord beschikbaar. Soms ontbreekt voldoende bewijs om te bepalen wat de beste zorg is waardoor er een kennisvraag ontstaat die vraagt om aanvullend onderzoek. Wetenschappelijke verenigingen verzamelen en prioriteren deze vragen in kennisagenda’s. Via zorgevaluatieonderzoek wordt nieuwe kennis ontwikkeld om antwoord te geven op de kennisvraag en eventueel te verwerken in nieuwe richtlijnen.

Kennistoepassing

Daarna volgt implementatie in de praktijk. Met behulp van gegevens uit de praktijk, bekend als spiegelinformatie, kan in sommige gevallen worden gevolgd in hoeverre aanbevelingen daadwerkelijk worden toegepast. Deze inzichten kunnen laten zien waar implementatie goed verloopt en waar nieuwe knelpunten eventueel ontstaan.

Zo ontstaat een voortdurende wisselwerking tussen praktijk, onderzoek en richtlijnen. Waarbij de kennis-kwaliteitscyclus ervoor zorgt dat inzichten uit onderzoek hun weg vinden naar de praktijk én dat nieuwe vragen uit de praktijk weer leiden tot verdere kennisontwikkeling.