Veneuze pathologie / Ulcus cruris venosum

Initiatief: NVDV / NVVH Aantal modules: 32

UCV - preventie en nabehandeling

Uitgangsvraag

Preventie en nabehandeling

  • Sanering van het oppervlakkige veneuze systeem

Aanbeveling

In het geval van geisoleerde significante oppervlakkige veneuze insufficientie bij een ulcus cruris venosum waardoor de veneuze terugvloed verstoord is, beveelt de werkgroep chirurgische sanering van het oppervlakkige systeem aan in combinatie met ambulante compressietherapie, om recidief te voorkomen.

Overwegingen

In de praktijk lijkt behandeling van het oppervlakkige veneuze systeem bij het ulcus cruris, met behulp vanendovasculaire thermische ablatie, stripping en/of flebectomie, of echogeleide foamsclerose , de recidiefkans te verminderen. Omdat ook diverse studies aantonen dat incidentie van het ulcus cruris op basis van uitsluitend veneuze insufficiëntie lijkt te stagneren dan wel af te nemen, ten gevolge van het tijdig behandelen van veneuze insufficiëntie van (stam)varices, adviseert de werkgroep om patiënten met veneuze insufficiëntie vroegtijdig te behandelen om kans op het ontwikkelen van een ulcus cruris te beperken. Als er geen contra-indicaties zijn kan de behandeling plaats vinden als het ulcus nog open is

Onderbouwing

Het belangrijkste bij het voorkomen van veneuze ulcera is de opheffing van de onderliggende veneuze pathologie. Het is aangetoond dat behandeling van oppervlakkige veneuze insufficiëntie de recidiefkans vermindert. De waarde van sanering van het veneuze systeem als maatregeling ter preventie van (recidiveren van) veneuze ulcera zal in dit hoofdstuk worden besproken. Niet bij alle patiënten is behandeling mogelijk of noodzakelijk, de functie van onder andere het diepe systeem speelt hierbij een rol. Bij deze patiëntengroep, of wanneer het veneuze systeem onvoldoende kan worden gesaneerd of gesaneerd is, is toepassing van compressie noodzakelijk. Voor een uitgebreide beschrijving compressietherapie in de behandeling van chronische veneuze ziekte (CVD) wordt verwezen naar de module compressietherapie. Deze module beperkt zich tot aanbevelingen over sanering van het oppervlakkige veneuze systeem bij patiënten met veneuze ulcera.

Niveau 2

Het is aannemelijk dat behandeling van oppervlakkige veneuze insufficiëntie het recidiefpercentage van veneuze ulcera vermindert.

 

A1 Howard 2008, Bevis 2011

 

Er is een aantal gerandomiseerde studies, die het effect op recidiefkans van behandeling van oppervlakkige veneuze insufficiëntie bij een ulcus cruris met geïsoleerde veneuze insufficiëntie bestuderen.

 

In een systematisch review [1] werden tussen 2000 en 2008 5 RCT’s beschreven, waarvan er 4 van voldoende kwaliteit waren om te includeren. Recidief percentages in de diverse artikelen variëren van 9 tot 56% [1]. De grootste studie betrof de ESCHAR trial [2]. De gezamenlijke resultaten na chirurgische behandeling van het oppervlakkige veneuze systeem bij patiënten met chronische ulcera lieten een vermindering in recidivering van de veneuze ulcera zien ten opzichte van de controle groepen die alleen compressietherapie kregen, maar lieten daarentegen een vergelijkbare duur in wondgenezing zien [1].

 

Het effect van sanering van het oppervlakkige veneuze systeem bij patienten met ook diepe veneuze insufficiëntie (DVI) op wondgenezing is niet duidelijk, maar subgroep analyse in de ESCHAR trial [2] laat zien dat sanering ook bij deze patienten een verminderde kans op recidivering geeft, waarschijnlijkvanwege de hemodynamische en klinische voordelen die hieruit resulteren. Deze RCT laat ook zien dat een deel van de patiënten met veneuze ulcera niet in aanmerking komt voor sanering. Zeker bij de groep patiënten met oppervlakkige en diepe veneuze insufficiëntie is het continueren van compressietherapie wel noodzakelijk.

 

Een recenter systematische review [3] includeerde naast chirurgische behandeling van het oppervlakkige systeem ook studies naar endoveneuze therapieën. Deze leverde geen extra bewijs op ten opzichte van de systematische review van Howard et al.

  1. 1 - Howard DP, Howard A, Kothari A, Wales L, Guest M, Davies AH. The role of superficial venous surgery in the management of venous ulcers: a systematic review. Eur J Vasc Endovasc Surg 2008 Oct;36(4):458-65.
  2. 2 - Gohel MS, Barwell JR, Taylor M, Chant T, Foy C, Earnshaw JJ, et al. Long term results of compression therapy alone versus compression plus surgery in chronic venous ulceration (ESCHAR): randomised controlled trial. BMJ 2007 Jul 14;335(7610):83.
  3. 3 - Bevis P, Earnshaw J. Venous ulcer review. Clin Cosmet Investig Dermatol 2011;4:7-14.

Chirurgische sanering van het oppervlakkige veneuze systeem

Auteur,

jaartal

Mate van bewijs

Type

onderzoek

Setting

Populatie (classificatie; steekproef- grootte incl. aantal benen)

In- en

Exclusiecriteria

Interventie groep (incl. duur)

Controle groep (incl. duur)

Outcome

(effectmaat)

Follow-up

Resultaat

Opmerkingen / conclusie

Gohel

2007

A2

RCT

 

500 pte

 

Compressie en chirurgie van het oppervlakkige veneuze systeem

Alleen

compressie

Wondgenezin g van het ulcus en recivering

3 jaar

Co: 89% genezing, 56% recidivering Intv: 93% genezing, 31% recidivering

Chirurgische correctie van oppervlakkige veneuze reflux bij veneuze ulcera kan recidief kans doen afnemen

Howard

2008

SR

5 RCT's sinds 2000, waarvan 4 van voldoende kwaliteit: Guest 2003, Zamboni 2003, Gohel 2007, van Gent 2006

De RCT's laten een vergelijkbare wondgenezing zien maar een vermindering in recidivering van de veneuze ulcera met chirurgie van het oppervlakkige systeem. Het effect van diepe veneuze insufficientie (CVI) op wondgenezing is niet duidelijk, maar subgroep analyse in de ESCHAR trial (Gohel 2007) laat zien dat hoewel chirurugie resulteert in een minder indrukwekkende daling van recidivering van veneuze ulcera bij patienten met CVI, deze patiënten toch baat lijken te hebben van operatie vanwege de hemodynacische en klinische voordelen die hieruit resulteren. Deze RCT laat ook zien dat een sustantieel deel van de patienten met veneuze ulcera niet in aanmerking komt voor chirurgische sanering.

Bevis

2011

SR

5 RCT's 4 gelijk aan Howard 2008 en 1 RCT (Viarengo 2007) naar endoveneuze therapie

Alleen endoveneuze behandeling lijkt wondgenezing te ondersteuenen maar alle vormen van chirurgische behandeling van het oppervlakkige systeem verminderen recidivering van veneuze ulcera.

Autorisatiedatum en geldigheid

Laatst beoordeeld  : 01-01-2014

Laatst geautoriseerd  : 01-01-2014

Geplande herbeoordeling  :

Een richtlijn heeft alleen zeggingskracht als op continue basis onderhoud plaatsvindt, op grond van systematische monitoring van zowel de medisch wetenschappelijke literatuur als praktijkgegevens en door gebruikers van de richtlijn aangeleverde commentaren. Voor deze richtlijn is afgesproken één keer per jaar de literatuur te bekijken om nieuwe ontwikkelingen te volgen. Bij essentiële ontwikkelingen kan besloten worden om een gehele richtlijnwerkgroep bij elkaar te roepen en tussentijdse elektronische amendementen te maken en deze onder de verschillende beroepsgroepen te verspreiden. Tevens zullen de hoofdstukken ‘Bekkenvarices’ en ‘Recidief varices na operatie’ in de nabije toekomst nog worden herzien, aangezien deze teksten nog dateren uit 2007. In de huidige richtlijn zijn er geen multidisciplinaire indicatoren ontwikkeld. De ontwikkeling van indicatoren is een aandachtspunt bij een toekomstige herziening van de richtlijn.

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie
  • Nederlandse Vereniging voor Heelkunde
Geautoriseerd door:
  • Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie
  • Nederlandse Vereniging voor Heelkunde
  • Nederlandse Vereniging voor Radiologie

Algemene gegevens

Autorisatie

De richtlijn is geautoriseerd door:

  • Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV)
  • Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVvH)
  • Nederlandse Vereniging voor Vaatchirurgie (NVvV)
  • Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG)
  • Nederlandse Vereniging voor Radiodiagnostiek
  • Nederlands / Belgische Vereniging voor Non-Invasieve Vaatdiagnostiek
  • Verpleegkundig Specialisten Vaatchirurgie Nederland
  • Verenso Vereniging van specialisten in ouderengeneeskunde
  • Nederlandse Vereniging van Huidtherapeuten
  • Nederlandse Organisatie Voor Wondprofessionals
  • V&VN Wondconsulenten
  • Nederlandse Vereniging van Orthopaedisten en Bandagisten (Orthobanda)
  • Vereniging voor Aanmeters van Therapeutische Elastische Kousen (VATEK)

 

De richtlijn is geautoriseerd door (beoogd):

  • Hart & Vaatgroep
  • ZN.

 

Innovatie

In het veld van veneuze pathologie is er sterke behoefte aan persisterende innovatie. Om innovatie te stimuleren en faciliteren is het voorstel (conform een reeds via Achmea lopende afspraak) nieuwe ontwikkelingen te bekostigen in trial verband conform de bestaande DOT’s, mits een METC dit onderzoek goedgekeurd heeft. Naast deze klinische kosten zijn er aanvullende kosten aan de desbetreffende trial gerelateerd, die dan via een unrestricted grant worden vergoed. Dit laatste om bias als gevolg van inmenging van de industrie te voorkomen. Op deze wijze bestaat er een goede mogelijkheid om onder gecontroleerde omstandigheden een nieuw product te testen. Mocht uit een dergelijke studie geconcludeerd worden dat het nieuwe product een aanvulling is op het bestaande therapeutische arsenaal, dan kan de therapie aansluitend in een herziening van de richtlijnen opgenomen worden en daarmee vergoed worden als standard care.

 

Advies voor onderzoek

Er is een gebrek aan goed uitgevoerde studies met lange (> 5 jaar) follow-up voor de behandeling van patiënten met veneuze problematiek. Het verrichten van dergelijke studies die gericht zijn op het aantonen van de effectiviteit van behandeling zijn aan te bevelen. Mogelijk gaan in de toekomst ook registratiesystemen uitkomst bieden om deze data te verkrijgen. De beroepsverenigingen zijn van plan op korte termijn registratiesystemen op dit gebied op te zetten.

Doel en doelgroep

Doelstelling

Deze richtlijn is een document met aanbevelingen ter ondersteuning van de dagelijkse praktijkvoering. De richtlijn berust op de resultaten van wetenschappelijk onderzoek en aansluitende meningsvorming, gericht op het vaststellen van goed medisch handelen. De richtlijn geeft aanbevelingen over de begeleiding en behandeling van patiënten met varices, diepe veneuze ziekte en ulcus cruris.

De financiering van deze richtlijn is tot stand gekomen met gelden die de NVDV en de NVvH uit hun SKMS-programma’s hebben vrijgemaakt. De uitgangsvragen zijn daarmede vooral gericht op de effectiviteit van de verschillende interventies. Aan de samenwerking met de eerste lijn (verwijscriteria voor eerste naar tweede lijn en vice versa) en de organisatie van zorg (bv welke zorg hoort bij welke zorgverlener thuis) is in deze herziening geen extra aandacht geschonken. Dit zou bij een volgende herziening of in de vorm van een separaat project kunnen worden aangepakt.

Doelgroep

De richtlijn is bestemd voor leden van de medische en paramedische beroepsgroepen, waartoe behoren: dermatologen, chirurgen, specialisten ouderengeneeskunde, vaatlaboranten, huisartsen, verpleegkundigen en bandagisten. Voor patiënten is een afgeleide tekst van de richtlijn beschikbaar.

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijn werd een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordiging van de bij veneuze pathologie betrokken disciplines. De werkgroep is opgesplitst in twee werkroepen: werkgroep “vances en diepe veneuze ziekte” en de werkgroep ‘ulcus cruris venosum en compressietherapie’. Bij het samenstellen van de werkgroepen is rekening gehouden met de geografische spreiding van de werkgroepleden en met een evenredige vertegenwoordiging van academische en niet-academische werkgroepleden. De werkgroepleden hebben onafhankelijk gehandeld en geen enkel werkgroeplid ontving gunsten met het doel de richtlijn te beïnvloeden.

 

dr.M. B. Maessen-Visch

voorzitter (ulcus cruris) namens Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV)*

dr. K. van der Wegen­Franken

voorzitter (compressie therapie) namens Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV)

prof.dr. H.A.M. Neumann

voorzitter (Compressietherapie) namens Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV)

drs. A.B. Halk

ondersteuner/secretaris namens Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV)

drs. C. Eggen

ondersteuner/secretaris namens Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV)

dr. J.J.E. van Everdingen

Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV)

dr. C. van Montfrans

Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV)

dr. P. van Neer

Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV)*

dr. K. Munte

Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV)

dr. L. Huisman

Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVvH), Nederlandse Vereniging voor Vaatchirurgie (NVvV)*

dr. A. Krasznai

Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVvH), Nederlandse Vereniging voor Vaatchirurgie (NVvV)

dr. P. Buis

Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG)

drs. M.W.F. van Leen

Verenso Vereniging van specialisten in ouderengeneeskunde

Mw. E.J.M. Kuijper-Kuip

Nederlandse Vereniging van Huidtherapeuten (NVH)

Mw. S. Amesz

Nederlandse Organisatie Voor Wondprofessionals (NOVW)

Mw. Y. Siebers

V&VN Wondconsulenten

Mw. T. Jongerius

Kenniscentrum WCS

Mw. I. Sissingh

Nederlandse Vereniging van Orthopaedisten en Bandagisten (Orthobanda)

Mw. C. von Meijenfeldt

Vereniging voor Aanmeters van Therapeutische Elastische Kousen (VATEK)

Inbreng patiëntenperspectief

Aan de start van het richtlijntraject zijn de Hart&Vaatgroep en de NPCF (Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie) uitgenodigd voor deelname aan de Invitational Conference, vertegenwoordigers van de Hart&Vaatgroep waren bij deze bijeenkomst aanwezig. De Hart&Vaatgroep is tevens uitgenodigd voor participatie in de werkgroepen. Zij heeft besloten van actieve deelname af te zien en gaf de voorkeur aan een schriftelijke te reactie in de commentaarfase. De Hart&Vaatgroep heeft haar fiat gegeven aan de inhoud van de richtlijn.

Methode ontwikkeling

Evidence based

Implementatie

In de verschillende fasen van de ontwikkeling van het concept van de richtlijn is zoveel mogelijk rekening gehouden met de implementatie van de richtlijn en de daadwerkelijke uitvoerbaarheid van de aanbevelingen. De richtlijn wordt verspreid onder alle bij varices betrokken beroepsgroepen. Ook wordt een samenvatting van de richtlijn gepubliceerd en er zal in verschillende specifieke vaktijdschriften aandacht aan worden besteed. Daarnaast wordt de richtlijn onder de aandacht gebracht via de betrokken patiëntenverenigingen.

Werkwijze

Doelstelling

Deze richtlijn is een document met aanbevelingen ter ondersteuning van de dagelijkse praktijkvoering. De richtlijn berust op de resultaten van wetenschappelijk onderzoek en aansluitende meningsvorming, gericht op het vaststellen van goed medisch handelen. De richtlijn geeft aanbevelingen over de begeleiding en behandeling van patiënten met varices, diepe veneuze ziekte en ulcus cruris.

De financiering van deze richtlijn is tot stand gekomen met gelden die de NVDV en de NVvH uit hun SKMS-programma’s hebben vrijgemaakt. De uitgangsvragen zijn daarmede vooral gericht op de effectiviteit van de verschillende interventies. Aan de samenwerking met de eerste lijn (verwijscriteria voor eerste naar tweede lijn en vice versa) en de organisatie van zorg (bv welke zorg hoort bij welke zorgverlener thuis) is in deze herziening geen extra aandacht geschonken. Dit zou bij een volgende herziening of in de vorm van een separaat project kunnen worden aangepakt.

 

Doelgroep

De richtlijn is bestemd voor leden van de medische en paramedische beroepsgroepen, waartoe behoren: dermatologen, chirurgen, specialisten ouderengeneeskunde, vaatlaboranten, huisartsen, verpleegkundigen en bandagisten. Voor patiënten is een afgeleide tekst van de richtlijn beschikbaar.

Zoekverantwoording

Zoekacties zijn opvraagbaar. Neem hiervoor contact op met de Richtlijnendatabase.

Volgende:
UCV - leefstijl interventies en begeleiding