Veneuze pathologie / Ulcus cruris venosum

Initiatief: NVDV / NVVH Aantal modules: 32

UCV - lichamelijk onderzoek

Uitgangsvraag

Lichamelijk onderzoek Ulcus cruris venosum

Aanbeveling

Kwantificeren van het klinisch beeld met de CEAP leidt alleen tot juiste classificatie indien deze in zijn geheel wordt ingevuld, hetgeen in de praktijk niet haalbaar is gebleken.

De werkgroep beveelt daarom aan tijdens het eerste bezoek tenminste de C van de CEAP- classificatie vast te leggen, in ieder geval aangevuld met de VCSS-score om de visuele symptomen te kwantificeren. In combinatie met duplex-onderzoek leidt dit tot een correcte diagnose.

 

Tijdens de follow-up (na behandeling) dient bij elk bezoek de dynamische VCSS-score te worden bepaald, en kan de statischere CEAP worden verlaten.

 

Indien praktisch haalbaar strekt het registreren van de kwaliteit van leven (QoL) voor en na behandeling tot aanbeveling (bv door middel van de AVVQ).

 

In het geval van ulcus cruris lijkt naast een goede klinische beschrijving het fotografisch vastleggen een meerwaarde voor follow up.

Overwegingen

Het hanteren van een uniforme indeling bevordert de transparantie en communicatie onder zorgverleners. De CEAP classificatie wordt nog veel gebruikt voor wetenschappelijke doeleinden.

Het voornaamste doel van de CEAP in de kliniek is het maken van een onderscheid in etiologie: primaire veneuze ziekte, congenitale varicositas en secundaire, postrombotische veneuze insufficiëntie. Dit onderscheid is van belang omdat benadering en behandeling van deze patiënten wezenlijk verschillen. Het volledig invullen van de CEAP is een omvangrijk werk en de ervaring uit de dagelijkse praktijk leert dat dit vaak niet haalbaar is, hetgeen potentieel kan leiden tot foutieve classificatie van ziekte. C2(s), Ep, As, Pr2,3 en C2,3,4a,6, Es, As/p/d, Pr2,3,13,14,15,17,18 /o13,14 zijn twee voorbeelden hoe een volledige CEAP classificatie er bij een patiënt uit zouden kunnen zien en illustreren dit. Om aan te sluiten bij de dagelijkse praktijk is de werkgroep van mening dat het tot aanbeveling strekt om de VCSS als kwantificering van de visuele symptomen toe te passen. De VCSS geeft een gedetailleerde en longitudinaal te vervolgen beschrijving en van het klinisch beeld. Om tot een correcte diagnose te komen is aanvulling met duplex-onderzoek nog noodzakelijk. Voor een volledig beeld van het welzijn van de patiënt is aanvulling met een QoL instrument (voor en na behandeling) gewenst. De werkgroep is zich er echter van bewust dat dit erg tijdrovend is en daarom in de dagelijkse praktijk vaak niet uitvoerbaar. Het meten van QoL strekt daarom tot aanbeveling indien dit in de dagelijkse praktijk mogelijk is.

Onderbouwing

Het lichamelijk onderzoek bestaat uit het adequaat beschrijven van zowel het ulcus, als ook het gehele been. Met name dienen ook de locatie en aspect van het ulcus en de mobiliteit van patiënt, alsmede de bewegelijkheid van enkelgewricht aan de orde te komen. In de huidige tijd is het digitaal vastleggen door middel van een kleurenfoto bij voorkeur met centimeter van het ulcus een waardevolle aanvulling. De beschrijving van veneuze pathologie in bredere zin wordt gestuurd door CEAP classificatie, welke is ontworpen om eenduidigheid te krijgen in beschrijving van patiënten [3]. De VCSS (venous clinical severity score) is in 2000 geïntroduceerd (in 2007 gereviseerd door een comité van de AVF), en is opgebouwd uit onderdelen van de CEAP classificatie [4]. Ter evaluatie van de kwaliteit van leven bestaan generieke QoL instrumenten die een globale indruk geven van het welzijn van de patiënt, en ziektespecifieke instrumenten die gerichter kijken naar effecten van de ziektelast en behandeling bij veneuze ziekte [5].

 

Niveau 3

De CEAP-classificatie is een relatief statische beschrijving van zichtbare veneuze symptomen die niet de ziektelast classificeren. De VCSS en QoL metingen zijn instrumenten waarmee men wel de ziektelast en behandeleffecten van veneuze ziekte longitudinaal kan meten.

 

C Eklöf 2004, Vasquez 2010, Carradice 2011

 

 

Niveau 4

De CEAP-classificatie heeft alleen toegevoegde waarde wanneer deze in zijn geheel wordt ingevuld.

 

Mening werkgroep

 

 

Niveau 4

Het klinisch beeld (de ’C’) kan gekwantificeerd worden door middel van de VCSS- classificatie. De VCSS is alleen geschikt om patiënten individueel in de tijd te volgen, niet om ze onderling te vergelijken.

 

Mening werkgroep

CEAP-classificatie

In 1994 is de CEAP classificatie opgesteld om een reproduceerbare klinische rapportage ten aanzien van chronische veneuze afwijkingen mogelijk te maken. In 2004 is deze gereviseerd door een comité van het American Venous Forum (AVF). De CEAP classificatie biedt de mogelijkheid om het volledige klinische spectrum van morfologische en functionele abnormaliteiten van het veneuze systeem, van teleangiëctasiën tot veneuze ulcera, te beschrijven [6]. Vandaar dat in de eerste richtlijn geadviseerd werd om tenminste C van deze classificatie in het dossier vast te leggen.

 

Tabel 1. Basis CEAP classificatie

C

E

A

P

Clinical status (kliniek)

Etiologie

Anatomie

Pathofysiologie

C0 geen zichtbare afwijkingen

 

 

 

C1 teleangiëctasieën of reticulaire venen

Ec congenitaal

As superficieel

Pr reflux

C2 varices

Ep primair

Ap perforerend

Po obstructie

C3 oedeem

Es secundair (posttrombotisch)

Ad diep

Pr,o combinatie

C4a pigmentatie, eczeem C4b lipodermatosclerosis, atrofie blanche

En geen veneuze oorzaak bekend

An geen veneuze locatie bekend

Pn geen veneuze

pathofysiologie

bekend

C5 genezen ulcus

 

 

 

C6 actief, veneus ulcus

 

 

 

S symptomatisch

 

 

 

A asymptomatisch

 

 

 


De CEAP classificatie is echter een beschrijvende classificatie zonder dat deze inzicht geeft in daadwerkelijke klachten, klinische relevantie en impact op kwaliteit van leven en is daarmee niet geschikt als uitkomstmaat voor behandelingen. Zo kan een patiënt wel in het klinisch beeld opschuiven van C3 (varices met oedeem) naar C4 (huidveranderingen). Andersom zal, ook na succesvolle behandeling, niet gebeuren, immers iemand met een genezen ulcus cruris venosum zal weliswaar van C6 naar C5 teruggaan, maar verder altijd als C5 geregistreerd blijven.

Bovendien is deze classificatie niet geheel statisch, bij elk bezoek van de patiënt dient deze opnieuw geëvalueerd te worden.

 

VCSS-score

De VCSS (venous clinical severity score) is in 2000 geïntroduceerd (in 2007 gereviseerd door een comité van de AVF), en is opgebouwd uit onderdelen van de CEAP classificatie. De VCSS werd ontwikkeld als aanvulling op de relatief statische CEAP-classificatie om seriële beoordeling bij een patiënt mogelijk te maken  [4]. De VCSS is een dynamisch instrument waarmee men de klinische ziektelast en behandeleffecten van veneuze ziekte longitudinaal en in respons op behandeling kan meten. Deze classificatie toont een goede intra- en interobserver betrouwbaarheid, reageert op (ook subtiele) veranderingen in het klinisch beeld en is gemakkelijk te hanteren in de spreekkamer [4,7].De score wordt door de clinicus afgenomen maar ook het oordeel van de patiënt wordt meegewogen. Voor een goede indruk van de kwaliteit van leven dient een ander instrument te worden gebruikt. In de toekomst zal nog verdere verfijning van de VCSS plaatsvinden.

Met de VCSS is het echter niet mogelijk om groepen patiënten te evalueren en te volgen.

 

Tabel 2: gereviseerde VCSS classificatie*

Clinical descriptor

Absent (0)

Mild (1)

Moderate (2)

Severe (3)

Pain

None

Occasional

Daily not limiting

Daily limiting

Varico.se veins

None

Few

Calf or thigh

Calf and thigh

Venous edema

None

Foot and ankle

Below knee

Knee and above

Skin pigmentation

None

Limited perimalleolar

Diffuse lower 1/3 calf

Wider above lower 1 /3 calf

Inflammation

None

Limited perimalleolar

Diffuse lower 1 /3 calf

Wider above lower 1/3 calf

Induration

None

Limited perimalleolar

Diffuse lower 1/3 calf

Wider above lower 1 /3 calf

No. active ulccrs

None

1

2

3 or more

Ulcer duration

None

<3 mo

3 -12 mo

>ly

Acrive ulcer size

None

<2 cm

2-6 cm

>6 cm

Compression therapy

None

Intermittent

Most days

Fully comply

Bron: Vasquez MA, Rabe E, McLafferty RB, Shortell CK, Marston WA, Gillespie D, Meissner MH, Rutherford RB; American Venous Forum Ad Hoc Outcomes Working Group. Revision of the venous clinical severity score: venous outcomes consensus statement: special communication of the American Venous Forum Ad Hoc Outcomes Working Group. J Vasc Surg. 2010 Nov;52(5):1387-96.

* Voor de uitgebreide tabel van de revised VCSS en de instructies hoe te scoren wordt verwezen naar de evidence tabellen in de verscheidene modules

 

Kwaliteit van leven scores

Varices en ulcus cruris hebben een grote negatieve impact op de kwaliteit van leven, in de vergevorderde stadia vergelijkbaar met chronisch hartfalen en COPD [5]. Instrumenten om de generieke QoL te meten zijn bijvoorbeelde de SF-36, EQ-5D en NHP, voorbeelden van ziektespecifieke instrumenten zijn de de AVVQ, VEINES en CIVIQ. 

 

Samenvatting

De VCSS is evaluatief en longitudinaal, terwijl de CEAP-classificatie descriptief is en relatief statisch, met name in de hogere C-klassen (C4-C6). De VCSS is niet bedoeld als vervanging van de CEAP, maar is een aanvulling ten behoeve van seriële beoordeling van de patiënt in de loop van de tijd en in respons op behandeling.

 

De VCSS en ziektespecifieke QOL geven samen een inzicht in de ziektelast en effecten van behandeling zoals door de patiënt ervaren. Deze uitkomstmaat is in toenemende mate van belang omdat blijkt dat deze niet altijd strookt met de klinische uitkomsten.

  1. 1 - Callam MJ, Ruckley CV, Dale JJ, Harper DR. Hazards of compression treatment of the leg: an estimate from Scottish surgeons. Br Med J (Clin Res Ed) 1987 Nov 28;295(6610):1382.
  2. 2 - Neumann, HAM. Handboek Flebologie. Houten 2009; hoofdstuk 12: 165-80.
  3. 3 - Classification and grading of chronic venous disease of the lower limb: a consensus statement. Flebology 1995;10:42-5.
  4. 4 - Vasquez MA, Rabe E, McLafferty RB, Shortell CK, Marston WA, Gillespie D, et al. Revision of the venous clinical severity score: Venous outcomes consensus statement: Special communication of the American Venous Forum Ad Hoc Outcomes Working Group. J Vasc Surg. 2010 Oct 31 ;52(5):1387-96.
  5. 5 - Carradice D, Mazari FAK, Samuel N, Allgar V, Hatfield J, Chetter IC. Modelling the effect of venous disease on quality of life. Br J Surg. 2011 Aug;98(8):1089-98.
  6. 6 - Eklöf B, Rutherford RB, Bergan JJ, Carpentier PH, Gloviczki P, Kistner RL, Meissner MH, Moneta GL, Myers K, et al. Revision of the CEAP classification for chronic venous disorders: Consensus statement. J vasc Surg 2004; 40: 1248-52
  7. 7 - Vasquez MA, Munschauer CE. Venous Clinical Severity Score and quality-of-life assessment tools: application to vein practice. Phlebology. 2008;23(6):259-75.
  8. 8 - Baker SR, Burnand KG, Sommerville KM, Thomas ML, Wilson NM, Browse NL. Comparison of venous reflux assessed by Duplex scanning and descending phlebography in chronic venous disease. Lancet 1993, 341[8842], 400-403.
  9. 9 - Magnusson M, Kalebo P, Lukes P, Sivertsson R, Risberg B. Colour Doppler ultrasound in diagnosing venous insufficiency. A comparison to descending phlebography. Eur J Vasc.Endovasc.Surg 1995, 9[4], 437-443.
  10. 10 - Baldt MM, Bohler K, Zontsich T, Bankier AA, Breitenseher M, Schneider B, et al. Preoperative imaging of lower extremity varicose veins: color coded Duplex sonography or venography. J Ultrasound Med 1996, 15[2], 143-154.
  11. 11 - Meyer T, Cavallaro A, Lang W. Duplex ultrasonography in the diagnosis of incompetent Cockett veins. Eur J Ultrasound 2000, 11[3], 175-180.
  12. 12 - Labropoulos N, Tiongson J, Pryor L, et al. Definition of venous reflux in lower-extremity veins. J Vasc Surg. 2003;38(4):793-798.
  13. 13 - Blomgren L, Johansson G, Bergqvist D. Randomized clinical trial of routine preoperative Duplex imaging before varicose vein surgery. Br J Surg 2005, 92[6], 688-694.
  14. 14 - Haenen JH, van Langen H, Janssen MCH, Wollersheim H, van 't Hof MA, van Asten WNJC, Skotnicki SH, Thien T. Venous Duplex scanning of the leg; range, variability and reproducibility. Clin Sci 96: 271-277, 1999
  15. 15 - Gohel MS, Barwell JR, Taylor M et al. Long term results of compression therapy alone versus compression plus surgery in chronic venous ulceration (ESCHAR): randomised controlled trial. BMJ 2007;335: 83
  16. 16 - Callam MJ, Harper DR, Dale JJ, Ruckley CV. Chronic ulcer of the leg: clinical history. Br Med J (Clin Res Ed) 1987 May 30;294(6584):1389-91.
  17. 17 - Brearley S, Shearman CP, Simms MH. Peripheral pulse palpation: an unreliable physical sign. Ann R Coll Surg Engl 1992 May;74(3):169-71.
  18. 18 - Magee TR, Stanley PR, al MR, Simpson L, Campbell WB. Should we palpate foot pulses? Ann R Coll Surg Engl 1992 May;74(3):166-8.
  19. 19 - Moffat CJ, Oldroyd MI, Greenhalgh, RM, Franks PJ. Palpating ankle pulses is insufficient in detecting arterial insufficiency in patients with leg ulceration. Phlebology 1994;9:170-2.
  20. 20 - Stoffers HE, Kester AD, Kaiser V, Rinkens PE, Kitslaar PJ, Knottnerus JA. The diagnostic value of the measurement of the ankle-brachial systolic pressure index in primary health care. J Clin Epidemiol 1996 Dec;49(12):1401-5.
  21. 21 - Ubbink DT. Toe blood pressure measurements in patients suspected of leg ischaemia: a new laser Doppler device compared with photoplethysmography. Eur J Vasc Endovasc Surg 2004 Jun;27(6):629-34.
  22. 22 - Eriksson G, Eklund AE, Kallings LO. The clinical significance of bacterial growth in venous leg ulcers. Scand J Infect Dis 1984;16(2):175-80.
  23. 23 - Korber A, Schmid EN, Buer J, Klode J, Schadendorf D, Dissemond J. Bacterial colonization of chronic leg ulcers: current results compared with data 5 years ago in a specialized dermatology department. J Eur Acad Dermatol Venereol 2010 Sep;24(9):1017-25.
  24. 24 - Hansson C, Hoborn J, Moller A, Swanbeck G. The microbial flora in venous leg ulcers without clinical signs of infection. Repeated culture using a validated standardised microbiological technique. Acta Derm Venereol 1995 Jan;75(1):24-30.
  25. 25 - Madsen SM, Westh H, Danielsen L, Rosdahl VT. Bacterial colonization and healing of venous leg ulcers. APMIS 1996 Dec;104(12):895-9.
  26. 26 - Margolis DJ, Berlin JA, Strom BL. Which venous leg ulcers will heal with limb compression bandages? Am J Med 2000 Jul;109(1):15-9.
  27. 27 - Schmidt K, Debus ES, St J, Ziegler U, Thiede A. Bacterial population of chronic crural ulcers: is there a difference between the diabetic, the venous, and the arterial ulcer? Vasa 2000 Feb;29(1):62-70.
  28. 28 - Skene AI, Smith JM, Dore CJ, Charlett A, Lewis JD. Venous leg ulcers: a prognostic index to predict time to healing. BMJ 1992 Nov 7;305(6862):1119-21.
  29. 29 - Alinovi A, Bassissi P, Pini M. Systemic administration of antibiotics in the management of venous ulcers. A randomized clinical trial. J Am Acad Dermatol 1986 Aug;15(2 Pt 1):186-91.
  30. 30 - Fazli M, Bjarnsholt T, Kirketerp-Moller K, Jorgensen B, Andersen AS, Krogfelt KA, et al. Nonrandom distribution of Pseudomonas aeruginosa and Staphylococcus aureus in chronic wounds. J Clin Microbiol 2009 Dec;47(12):4084-9.
  31. 31 - Yang D, Morrison BD, Vandongen YK, Singh A, Stacey MC. Malignancy in chronic leg ulcers. Med J Aust 1996 Jun 17;164(12):718-20.
  32. 32 - Barbaud A, Collet E, Le Coz CJ, Meaume S, Gillois P. Contact allergy in chronic leg ulcers: results of a multicentre study carried out in 423 patients and proposal for an updated series of patch tests. Contact Dermatitis 2009 May;60(5):279-87.
  33. 33 - Beliauskiene A, Valiukeviciene S, Sitkauskiene B, Schnuch A, Uter W. Contact sensitization to the allergens of European baseline series in patients with chronic leg ulcers. Medicina (Kaunas ) 2011 ;47(9):480-5.
  34. 34 - Renner R, Simon JC, Treudler R. Contact sensitization to modern wound dressings in 70 patients with chronic leg ulcers. Dermatitis 2013 Mar;24(2):60-3.
  35. 35 - Barbaud A, Collet E, Le Coz CJ, Meaume S, Gillois P. Contact allergy in chronic leg ulcers: results of a multicentre study carried out in 423 patients and proposal for an updated series of patch tests. Contact Dermatitis. 2009 May;60(5):279-87.
  36. 36 - Beliauskiené A, Valiukeviciené S, Sitkauskiené B, Schnuch A, Uter W. Contact sensitization to the allergens of European baseline series in patients with chronic leg ulcers. Medicina (Kaunas).2011 ;47(9):480-5.
  37. 37 - Fraki JE, Peltonen L, Hopsu-Havu VK. Allergy to various components of topical preparations in stasis dermatitis and leg ulcer. Contact Dermatitis 1979 Mar;5(2):97-100.
  38. 38 - Katsarou-Katsari A, Armenaka M, Katsenis K, Papageorgiou M, Katsambas A, Bareltzides A. Contact allergens in patients with leg ulcers. J Eur Acad Dermatol Venereol 1998 Jul;11(1):9-12.
  39. 39 - Malten KE, Kuiper JP, van der Staak WB. Contact allergic investigations in 100 patients with ulcus cruris. Dermatologica 1973;147(4):241-54.
  40. 40 - Wilson CL, Cameron J, Powell SM, Cherry G, Ryan TJ. High incidence of contact dermatitis in leg- ulcer patients--implications for management. Clin Exp Dermatol 1991 Jul;16(4):250-3.
  41. 41 - Lange IS, Pilz B, Geier J, Frosch PJ. Contact allergy in patients with stasis dermatitis or leg ulcers. Results of the Informational Network of the Departments of Dermatology and the German Contact Allergy Group Dermatosen-in-Beruf-und-Umwelt. 1996;44:1-22.
  42. 42 - Lange IS, Pilz B, Geier J, Frosch PJ. Contact allergy in patients with stasis dermatitis or leg ulcers. Results of the Informational Network of the Departments of Dermatology and the German Contact Allergy Group Dermatosen-in-Beruf-und-Umwelt. 1996;44:1-22.

Autorisatiedatum en geldigheid

Laatst beoordeeld  : 01-01-2014

Laatst geautoriseerd  : 01-01-2014

Geplande herbeoordeling  :

Een richtlijn heeft alleen zeggingskracht als op continue basis onderhoud plaatsvindt, op grond van systematische monitoring van zowel de medisch wetenschappelijke literatuur als praktijkgegevens en door gebruikers van de richtlijn aangeleverde commentaren. Voor deze richtlijn is afgesproken één keer per jaar de literatuur te bekijken om nieuwe ontwikkelingen te volgen. Bij essentiële ontwikkelingen kan besloten worden om een gehele richtlijnwerkgroep bij elkaar te roepen en tussentijdse elektronische amendementen te maken en deze onder de verschillende beroepsgroepen te verspreiden. Tevens zullen de hoofdstukken ‘Bekkenvarices’ en ‘Recidief varices na operatie’ in de nabije toekomst nog worden herzien, aangezien deze teksten nog dateren uit 2007. In de huidige richtlijn zijn er geen multidisciplinaire indicatoren ontwikkeld. De ontwikkeling van indicatoren is een aandachtspunt bij een toekomstige herziening van de richtlijn.

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie
  • Nederlandse Vereniging voor Heelkunde
Geautoriseerd door:
  • Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie
  • Nederlandse Vereniging voor Heelkunde
  • Nederlandse Vereniging voor Radiologie

Algemene gegevens

Autorisatie

De richtlijn is geautoriseerd door:

  • Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV)
  • Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVvH)
  • Nederlandse Vereniging voor Vaatchirurgie (NVvV)
  • Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG)
  • Nederlandse Vereniging voor Radiodiagnostiek
  • Nederlands / Belgische Vereniging voor Non-Invasieve Vaatdiagnostiek
  • Verpleegkundig Specialisten Vaatchirurgie Nederland
  • Verenso Vereniging van specialisten in ouderengeneeskunde
  • Nederlandse Vereniging van Huidtherapeuten
  • Nederlandse Organisatie Voor Wondprofessionals
  • V&VN Wondconsulenten
  • Nederlandse Vereniging van Orthopaedisten en Bandagisten (Orthobanda)
  • Vereniging voor Aanmeters van Therapeutische Elastische Kousen (VATEK)

 

De richtlijn is geautoriseerd door (beoogd):

  • Hart & Vaatgroep
  • ZN.

 

Innovatie

In het veld van veneuze pathologie is er sterke behoefte aan persisterende innovatie. Om innovatie te stimuleren en faciliteren is het voorstel (conform een reeds via Achmea lopende afspraak) nieuwe ontwikkelingen te bekostigen in trial verband conform de bestaande DOT’s, mits een METC dit onderzoek goedgekeurd heeft. Naast deze klinische kosten zijn er aanvullende kosten aan de desbetreffende trial gerelateerd, die dan via een unrestricted grant worden vergoed. Dit laatste om bias als gevolg van inmenging van de industrie te voorkomen. Op deze wijze bestaat er een goede mogelijkheid om onder gecontroleerde omstandigheden een nieuw product te testen. Mocht uit een dergelijke studie geconcludeerd worden dat het nieuwe product een aanvulling is op het bestaande therapeutische arsenaal, dan kan de therapie aansluitend in een herziening van de richtlijnen opgenomen worden en daarmee vergoed worden als standard care.

 

Advies voor onderzoek

Er is een gebrek aan goed uitgevoerde studies met lange (> 5 jaar) follow-up voor de behandeling van patiënten met veneuze problematiek. Het verrichten van dergelijke studies die gericht zijn op het aantonen van de effectiviteit van behandeling zijn aan te bevelen. Mogelijk gaan in de toekomst ook registratiesystemen uitkomst bieden om deze data te verkrijgen. De beroepsverenigingen zijn van plan op korte termijn registratiesystemen op dit gebied op te zetten.

Doel en doelgroep

Doelstelling

Deze richtlijn is een document met aanbevelingen ter ondersteuning van de dagelijkse praktijkvoering. De richtlijn berust op de resultaten van wetenschappelijk onderzoek en aansluitende meningsvorming, gericht op het vaststellen van goed medisch handelen. De richtlijn geeft aanbevelingen over de begeleiding en behandeling van patiënten met varices, diepe veneuze ziekte en ulcus cruris.

De financiering van deze richtlijn is tot stand gekomen met gelden die de NVDV en de NVvH uit hun SKMS-programma’s hebben vrijgemaakt. De uitgangsvragen zijn daarmede vooral gericht op de effectiviteit van de verschillende interventies. Aan de samenwerking met de eerste lijn (verwijscriteria voor eerste naar tweede lijn en vice versa) en de organisatie van zorg (bv welke zorg hoort bij welke zorgverlener thuis) is in deze herziening geen extra aandacht geschonken. Dit zou bij een volgende herziening of in de vorm van een separaat project kunnen worden aangepakt.

 

Doelgroep

De richtlijn is bestemd voor leden van de medische en paramedische beroepsgroepen, waartoe behoren: dermatologen, chirurgen, specialisten ouderengeneeskunde, vaatlaboranten, huisartsen, verpleegkundigen en bandagisten. Voor patiënten is een afgeleide tekst van de richtlijn beschikbaar.

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijn werd een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordiging van de bij veneuze pathologie betrokken disciplines. De werkgroep is opgesplitst in twee werkroepen: werkgroep “vances en diepe veneuze ziekte” en de werkgroep ‘ulcus cruris venosum en compressietherapie’. Bij het samenstellen van de werkgroepen is rekening gehouden met de geografische spreiding van de werkgroepleden en met een evenredige vertegenwoordiging van academische en niet-academische werkgroepleden. De werkgroepleden hebben onafhankelijk gehandeld en geen enkel werkgroeplid ontving gunsten met het doel de richtlijn te beïnvloeden.

 

dr.M. B. Maessen-Visch

voorzitter (ulcus cruris) namens Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV)*

dr. K. van der Wegen­Franken

voorzitter (compressie therapie) namens Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV)

prof.dr. H.A.M. Neumann

voorzitter (Compressietherapie) namens Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV)

drs. A.B. Halk

ondersteuner/secretaris namens Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV)

drs. C. Eggen

ondersteuner/secretaris namens Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV)

dr. J.J.E. van Everdingen

Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV)

dr. C. van Montfrans

Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV)

dr. P. van Neer

Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV)*

dr. K. Munte

Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV)

dr. L. Huisman

Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVvH), Nederlandse Vereniging voor Vaatchirurgie (NVvV)*

dr. A. Krasznai

Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVvH), Nederlandse Vereniging voor Vaatchirurgie (NVvV)

dr. P. Buis

Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG)

drs. M.W.F. van Leen

Verenso Vereniging van specialisten in ouderengeneeskunde

Mw. E.J.M. Kuijper-Kuip

Nederlandse Vereniging van Huidtherapeuten (NVH)

Mw. S. Amesz

Nederlandse Organisatie Voor Wondprofessionals (NOVW)

Mw. Y. Siebers

V&VN Wondconsulenten

Mw. T. Jongerius

Kenniscentrum WCS

Mw. I. Sissingh

Nederlandse Vereniging van Orthopaedisten en Bandagisten (Orthobanda)

Mw. C. von Meijenfeldt

Vereniging voor Aanmeters van Therapeutische Elastische Kousen (VATEK)

Inbreng patiëntenperspectief

Aan de start van het richtlijntraject zijn de Hart&Vaatgroep en de NPCF (Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie) uitgenodigd voor deelname aan de Invitational Conference, vertegenwoordigers van de Hart&Vaatgroep waren bij deze bijeenkomst aanwezig. De Hart&Vaatgroep is tevens uitgenodigd voor participatie in de werkgroepen. Zij heeft besloten van actieve deelname af te zien en gaf de voorkeur aan een schriftelijke te reactie in de commentaarfase. De Hart&Vaatgroep heeft haar fiat gegeven aan de inhoud van de richtlijn.

Methode ontwikkeling

Evidence based

Implementatie

In de verschillende fasen van de ontwikkeling van het concept van de richtlijn is zoveel mogelijk rekening gehouden met de implementatie van de richtlijn en de daadwerkelijke uitvoerbaarheid van de aanbevelingen. De richtlijn wordt verspreid onder alle bij varices betrokken beroepsgroepen. Ook wordt een samenvatting van de richtlijn gepubliceerd en er zal in verschillende specifieke vaktijdschriften aandacht aan worden besteed. Daarnaast wordt de richtlijn onder de aandacht gebracht via de betrokken patiëntenverenigingen.

Werkwijze

Doelstelling

Deze richtlijn is een document met aanbevelingen ter ondersteuning van de dagelijkse praktijkvoering. De richtlijn berust op de resultaten van wetenschappelijk onderzoek en aansluitende meningsvorming, gericht op het vaststellen van goed medisch handelen. De richtlijn geeft aanbevelingen over de begeleiding en behandeling van patiënten met varices, diepe veneuze ziekte en ulcus cruris.

De financiering van deze richtlijn is tot stand gekomen met gelden die de NVDV en de NVvH uit hun SKMS-programma’s hebben vrijgemaakt. De uitgangsvragen zijn daarmede vooral gericht op de effectiviteit van de verschillende interventies. Aan de samenwerking met de eerste lijn (verwijscriteria voor eerste naar tweede lijn en vice versa) en de organisatie van zorg (bv welke zorg hoort bij welke zorgverlener thuis) is in deze herziening geen extra aandacht geschonken. Dit zou bij een volgende herziening of in de vorm van een separaat project kunnen worden aangepakt.

 

Doelgroep

De richtlijn is bestemd voor leden van de medische en paramedische beroepsgroepen, waartoe behoren: dermatologen, chirurgen, specialisten ouderengeneeskunde, vaatlaboranten, huisartsen, verpleegkundigen en bandagisten. Voor patiënten is een afgeleide tekst van de richtlijn beschikbaar.

Zoekverantwoording

Zoekacties zijn opvraagbaar. Neem hiervoor contact op met de Richtlijnendatabase.

Volgende:
Aanvullende diagnostiek bij UCV