Veneuze pathologie / Ulcus cruris venosum

Initiatief: NVDV / NVVH Aantal modules: 32

UCV - leefstijl interventies en begeleiding

Uitgangsvraag

Leefstijl interventies en begeleiding

Aanbeveling

De werkgroep is van mening dat het geven van voorlichting en adviezen met betrekking tot leefstijl bij de behandeling van ulcus cruris onmisbaar is.

 

Aan de volgende aandachtspunten moet ten minste aandacht worden gegeven:

  • vermijden van immobiliteit;
  • stimuleren van gebruik van kuitspierpomp (lopen, adequaat schoeisel);
  • vermijden van (ontstaan van) overgewicht;
  • stimuleren van adequate voeding;
  • ontraden van roken.
  • aandacht voor het stimuleren van therapietrouw.

Overwegingen

De mate van therapietrouw is een belangrijke factor in de behandeling van veneuze ulcera. Alhoewel er geen direct bewijs is dat actieve ondersteuning en advisering effect heeft op preventie, genezing en therapietrouw, blijft dit een punt van aandacht. Aandacht voor de onderliggende oorzaak van therapieontrouw (intentioneel of non-intentioneel) en motivatie tot een gezonde leefstijl behoren tot de verantwoordelijkheid van de behandelaar. Er moet aandacht zijn voor adviezen en therapietrouw in de reguliere behandelsetting. Het lijkt niet zinvol te investeren in dure begeleidingsprojecten.

Onderbouwing

De laatste jaren is er steeds meer aandacht voor het belang van de algehele conditie van de patiënt. Onder andere met betrekking tot preventieve maatregelen, maar zeker ook in het kader van het bevorderen van wondgenezing, algemeen klinisch beeld en kwaliteit van leven. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het belang van adviezen met betrekking tot de leefstijl van patiënten tijdens de behandeling en in de nazorgfase van ulcus cruris.

 

Onder de voor ulcus cruris relevant geachte leefstijl factoren vallen in deze richtlijn oefeningen ter verbetering van de kuitspierpompfunctie, been elevatie en gezonde voeding. Daarnaast behoren ondersteunende interventies gericht op het vergroten van kennis en therapietrouw en psychosociale ondersteuning van patiënten tot dit domein. Het uiteindelijke effect van verandering van leefstijl interventies is niet makkelijk meetbaar. Daarbij zijn internationale studies niet altijd eenvoudig toepasbaar op de Nederlandse situatie.

Leefstijl interventies

Niveau 2

Geen enkele studie toont een directe relatie tussen snelheid in wondgenezing en oefeningen, gezonde voeding en been elevatie.

 

B Heinen 2004, Jull 2009 b C Finlayson 2011, Padberg 2004

 

Niveau 2

Er wordt in enkele studies een indirect bewijs geleverd dat leefstijl interventies een positieve bijdrage zouden kunnen leveren aan de genezing en preventie van veneuze ulcera.

 

B Heinen 2004, Jull 2009 b C Finlayson 2011, Padberg 2004

 

Ondersteunende / begeleidende interventies

Niveau 2

Geen enkele studie toont een directe relatie tussen snelheid in wondgenezing en ondersteunende/ begeleidende interventies

 

Heinen 2012 (A2)

Szwezick 2010 (C)

 

Niveau 2

Er is geen bewijs dat actieve leefstijl begeleidende interventies de therapietrouw op compressietherapie verbetert.

 

Heinen 2012 (A2)

Leefstijl interventies

Ondanks diverse studies is er in de literatuur weinig bewijs te vinden voor de invloed van leefstijl factoren op de preventie en de genezing van ulcus cruris. Een systematische review van matige kwaliteit [1] onderzocht het effect van voeding, beenstand (m.n. elevatie) en oefeningen op de genezing van veneuze ulcera.

 

Wat betreft voeding was er slechts één pilot studie die het effect van een individueel voedingsprogramma beschreef op de genezing van chronische veneuze ulcera waarbij 6 patiënten gedurende 1 jaar werden vervolgd. Deze studie suggereerde dat voedingsondersteuning een positief effect op de genezing kan hebben. Verder werden 6 observationele studies besproken die de voedingsstatus van patiënten met veneuze ulcera evalueerden. Veel patiënten bleken een vitamine A, C, zink en caroteen tekort te hebben. Metabole deficiëntie (inname van te weinig calorieën) komt veelvuldig voor. Daarnaast is in veel gevallen sprake van sprake van obesitas. Deze onderzoeken leverden geen direct bewijs voor een verband tussen voeding, gebruik van voedingssupplementen en de genezing van veneuze ulcera.

 

In 2 studies werd het effect van beenoefeningen (voornamelijk door middel van voetheffingen) besproken. In beide studies werd een verbeterde kuitspierpompfunctie, uithoudingsvermogen, kracht en efficiëntie aangetoond.

 

Deze resultaten worden bevestigd door de resultaten van een recentere observationele studie [2] waarin gegevens over voeding, fysieke activiteit, psychosociale factoren en preventieve activiteiten bij 80 patiënten met een genezen ulcus retrospectief werden onderzocht. Deze studie toonde aan dat patiënten die tenminste 1 uur per dag beenheffingen doen en patiënten die een hogere sociale support- en zelfredzaamheid score hebben, significant minder risico hebben op een recidief ulcus.

 

Tot slot beschreven Heinen e.a. nog in 4 observationele studies over het effect van beenstand (met name elevatie) besproken. Samengevat kunnen de volgende conclusies getrokken worden. Compressie heeft in staande positie een positief effect op de TcPO2 van de onderbenen. Zonder compressie geeft rugligging met rechte benen de hoogste TcPO2 in vergelijking met beenheffing, zitten of staan. Dit verschil in TcPO2 wordt echter alleen gevonden bij patiënten die extra zuurstof toegediend krijgen.

Been elevatie had daarentegen wel een positief effect op de microcirculatoire stroomsnelheid in liposclerotische huid en op been volume van CVI patiënten. 

 

Aanvullend werden nog 5 artikelen op het gebied van leefstijl interventies en begeleiding gevonden, waarvan 4 RCTs. Eén RCT [3] onderzocht bij 31 CVI patiënten (CEAP 4-6) een 6 maanden durend trainingsprogramma op kuitspierkracht en veneuze hemodynamica. Zij namen hierbij aan dat verslechtering van de kuitspierfunctie gepaard gaat met verergering van de veneuze insufficiëntie. De kuitspierfunctie en hemodynamische waarden (gemeten met lucht plethysmografie) verbeteren significant door de oefeningen. De kwaliteit van leven en het klinisch beeld (VCSS) verbeteren echter niet in deze groep.

 

Een recentere pilot RCT (40 patiënten) [4] toonde net als Padberg e.a. aan dat de kuitspierfunctie, gemeten met lucht plethysmografie, verbeterde door het volgen van een thuistrainingsprogramma met simpele oefeningen met steeds zwaardere gewichten. Echter, het effect op wondgenezing (complete genezing, oppervlakte en duur tot genezing) leek in deze studie eerder in het voordeel van de standaard behandelde controle groep. Een definitieve uitspraak kan deze pilot-studie niet geven door het kleine aantal patiënten en de korte studieduur (12 weken).

 

Ondersteunende / begeleidende interventies

Om de algehele conditie te bevorderen, is het stimuleren van dagelijkse beweging belangrijk. Deze begeleiding kan onder andere geboden worden door een fysiotherapeut en/of andere ondersteunende zorgverleners.

 

Een RCT (n=32) [5] vergeleek het effect van een begeleid versus een onbegeleid trainingsprogramma op de mobiliteit van het enkelgewricht bij patiënten met veneuze ulcera. Bij beide groepen verbeterde de enkelmobiliteit, uitgedrukt op een schaal van 0 tot 180 graden gemeten met een goniometer, aanzienlijk. Bij de groep die trainde onder supervisie van een verpleegkundige verbeterde de mobiliteit significant meer. Wondoppervlak, mate van lipodermatosclerose en klinische ernst bleken in deze studie significant gerelateerd aan enkelmobiliteit

 

Een goed opgezette RCT (n=184) [6] onderzocht het effect van een speciaal ontworpen leefstijl- informatievoorzieningsprogramma (lively legs program) op therapietrouw bij patiënten met een (eventueel pas genezen) veneus ulcus. Secundair werd de totale wondduur en duur tot een recidief ulcus bekeken. De interventiegroep kreeg naast de standaard behandeling leefstijl begeleiding, bestaande uit onder andere gezondheidseducatie, demonstratie van oefeningen en motiveringsgesprekken. Het gedrag van de patiënt omtrent fysieke activiteit, beenoefeningen, trouw aan compressie therapie en wondstatus werden gedurende 18 maanden elke 6 maanden vervolgd. De interventiegroep deed het significant beter op het gebied van lichaamsbeweging en beenoefeningen. Ook de totale wondduur was korter in de interventiegroep. Er was echter geen significant verschil tussen de groepen in therapietrouw voor het dragen van elastische kousen en in duur tot een ulcus recidief.

  1. 1 - Heinen MM, van AT, op Reimer WS, van de Kerkhof PC, de LE. Venous leg ulcer patients: a review of the literature on lifestyle and pain-related interventions. J Clin Nurs 2004 Mar;13(3):355-66.
  2. 2 - Finlayson K, Edwards H, Courtney M. Relationships between preventive activities, psychosocial factors and recurrence of venous leg ulcers: a prospective study. J Adv Nurs 2011 Oct;67(10):2180- 90.
  3. 3 - Padberg FT, Jr., Johnston MV, Sisto SA. Structured exercise improves calf muscle pump function in chronic venous insufficiency: a randomized trial. J Vasc Surg 2004 Jan;39(1):79-87.
  4. 4 - Jull A, Parag V, Walker N, Maddison R, Kerse N, Johns T. The prepare pilot RCT of home-based progressive resistance exercises for venous leg ulcers. J Wound Care 2009 Dec;18(12):497-503. (Jull b.)
  5. 5 - Szewczyk MT, Jawien A, Cwajda-Bialasik J, Cierzniakowska K, Moscicka P, Hancke E. Randomized study assessing the influence of supervised exercises on ankle joint mobility in patients with venous leg ulcerations. Arch Med Sci 2010 Dec;6(6):956-63.
  6. 6 - Heinen M, Borm G, van d, V, Evers A, Oostendorp R, van AT. The Lively Legs self-management programme increased physical activity and reduced wound days in leg ulcer patients: Results from a randomized controlled trial. Int J Nurs Stud 2012 Feb;49(2):151-61.

Leefstijl

Auteur, jaartal

Mate van bewijs

Type onderzoek

Setting

Populatie (classificatie;

steekproefgrootte incl aantal benen)

Inclusie-criteria

Exclusie-criteria

Interventie-groep (incl duur)

Controle-groep (incl duur)

Outcome (effectmaat)

Follow-up

Resultaat

Opmerkingen/ conclusies

Heinen

B

SR

Er is geen echt bewijs over de effectiviteit van de onderzochte leefstijl interventies (voiding, oefeningen en been elevatie). Er zijn aanwijzingen dat

2004

 

 

leefstijl interventies bij kunnen dragen aan genezing of preventive van veneuze been ulcers.

 

 

Padberg

2004

A2

RCT

Ambula

Nte ouderen

kliniek.

31 pte met

Vergevorderd chronische’ veneuze insufficientie

Inclusie: CEAP 4- 6

CVI vastgesteld met

duplex en lucht

plethysmografie

(APG)

Exclusie: Diameter

ulcer

> 4 cm,

Pijnlijke ulceratie,

actieve locale

infectie, non-

compliance, niet

veneuze oorzaak

cardiorespiratoire insuff ABI < 0.7

recente

veneuze thrombose.

18

Fysiotherapie

om de

kuitspier te

versterken.

3mnd onder

supervisie, 3

maanden

zonder

supervisie. +

klasse 2

steunkousen.

13

6 mnd klasse

2

steunkousen.

QOL

VCSS (0-30)

Gemiddelde

residue

volume

fractie (RVF),

Gemiddelde

ejectie fractie

(EF),

Reflux

6 mnd

Geen

verschillen in

QOL en VCSS

gem..RVF int

vs co. = -8.75

+- 4.6 vs 3.4

+- 2.9 P <

.029)

gem. EF int. vs

co =3.48 +-

2.7 vs -1.4 +-

2.1 in P <

.026).

Reflux was

onveranderd

QOL and VCSS waren

geen primaire

uitkomstmaten in deze

studie.

Matige rapportage data

Indirect bewijs

 

 

Jull

2009

B

RCT (pilot)

Thuisge

baseerd

progresi

eve

weersta

nd

oefen progra mma om de kuitspie r te

versterk

en

40 pte met

veneuze

ulcera

ABPI >0.8.

> 18jr, die compressi e

verdroege n, capabel tot doen hielheffing

Reumatoi de artritis, of

contraindi

c.

interventie

21 pte

12-week

progressieve

weerstand

oefenprogra

mma +

compressie

resistance

Thuiszorg

volgens

normal

schema

19 pte Alleen

compressive

en

thuisbezoeke n op

hetzelfde schema al int.compressi on

Thuiszorg

volgens

normaal

schema

kuitspierfunct ie gemeten door APG (ejectieratio)

ulcer oppervl.

Wondgenezi ng (complete epithelialisati

e)

Tijd tot

complete

wondgenezin

g

12 weeks

Gem

ejectieratio 18.5 ml/sec hoger in int. groep (95% CI 0.03-36.6 :p<0.05).

Geen sign. verschillen in gemiddeld wondoppervl, (tijd tot) complete genezing. Kleine trend in voordeel van co. groep.

Geen primaire uitkomstmaten (pilot) Kleine sample size (pilot) indirect bewijs.

Heinen

2012

A2

RCT

11ambu

latie

dermato

logie

praktijk

in

Nederla

nd.

184 pte met chronische ulcera die de kliniek

bezochten, vnl met veneuze etiologie.

Huidig

been

ulcer of

genezen

in de

maand

voor

inclusive.

Gemixte

of

veneuze

etiologie

ABPI>0.8.

Immobilite

it,

insufficient

e

menatale

capaciteit

of

ontoereike

nde

taalbeheer sing. i

92

Standaard therapie volgens cbo richtlijn 2005

92

Standard

therapie

+

Lively legs counseling sessies: een door

verpleegkund ige geleid zelfmanagem ent

hulpverlening s programma over fysieke activiteit en compressieth erapie

Therapietrou w aan

compressive,

loopgedrag

en

beenoefenin

gen,

tijd tot

wondgenezin , wondduur tijdens de gehele studie periode.

Max 18 mnd

Geen

significante verschillen in therapietrouw (beide groepen verbetering) Int. groep sig. meer been­oefeningen

(p < 0.01)

Mnd tot 25% recidivering: Int. 13 (CI: 7­17.5) vs. control 5 (CI: 3-8) HR 0.61 (0.35-1.06)

Int. groep had 10% minder wondagen tijdens follow- up (CI 4 to

16% (p < 0.01))

Goede rapportage, lange follow up. Heterogeniteit in wondduur door verschillen op baseline.

Effecten op wondduur zouden mogelijk homogener geweest zijn als ze alleen pte met een wond hadden geincludeerd.

Szewczy

k

2010

B

RCT

Een

ambula

nte

veneuz e ulcera praktijk van

academ isch zkh in Polen

32 pte met

veneuze

ulcera

ABPI 0.9­13,.

ulcers van onbekend e origine, chronisch e

aandoenin

gen

16 pte Een

gesupervisee

rd

oefenprogra mma + dubbellaags compressie

16 pte

Oefeningen

zonder

supervisie

+

dubbellaags

compressie

Enkel

gewricht

mobiliteit

(32cm

goniometer)

2008-2009

Sig.

verbetering enkel mob. in beide groepen Sig. grotere verbetring in de

gesuperviseer de groep.

 

Finlayso

n

2011

C

Observatio

neel,

prospectief

cohort

Follow

up van

cohort

pte die

meeded

en aan

onderzo

ek voor

effect

verschil

ende

compre

ssiemet

hoden.

80 pte met genezen veneuze ulcera

ABPI > 0,8 <1,3

Ulcer genezen >2 wk

Immobilite it, gebrek aan

taalvaardi

gheid,

mentale

beperking

en

geen interventie

2006-2009

data uit

dossiers:

demografie,

medische

voorgeschied

enis,

Afnemen

enquete over

fysieke

activiteit,

voeding,

preventieve

maatregelen

en

psychosocial

e

maatregelen.

Follouw-up tot 12 maanden na genezen ulcer

Been heffen van tenminste 1 uur per dag, minder recidivering: HR 0.06 CI: 0,01-3,39 P = 0,004

Pte met hogere sociale ondersteuning sscores en hogere

algemene zelf- efficicacy hebben een kleiner risico op recifivering. (P < 0,05)

Data over het type of de ernst van de veneuze ulcera waren niet beschikbaar.

Autorisatiedatum en geldigheid

Laatst beoordeeld  : 01-01-2014

Laatst geautoriseerd  : 01-01-2014

Geplande herbeoordeling  :

Een richtlijn heeft alleen zeggingskracht als op continue basis onderhoud plaatsvindt, op grond van systematische monitoring van zowel de medisch wetenschappelijke literatuur als praktijkgegevens en door gebruikers van de richtlijn aangeleverde commentaren. Voor deze richtlijn is afgesproken één keer per jaar de literatuur te bekijken om nieuwe ontwikkelingen te volgen. Bij essentiële ontwikkelingen kan besloten worden om een gehele richtlijnwerkgroep bij elkaar te roepen en tussentijdse elektronische amendementen te maken en deze onder de verschillende beroepsgroepen te verspreiden. Tevens zullen de hoofdstukken ‘Bekkenvarices’ en ‘Recidief varices na operatie’ in de nabije toekomst nog worden herzien, aangezien deze teksten nog dateren uit 2007. In de huidige richtlijn zijn er geen multidisciplinaire indicatoren ontwikkeld. De ontwikkeling van indicatoren is een aandachtspunt bij een toekomstige herziening van de richtlijn.

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie
  • Nederlandse Vereniging voor Heelkunde
Geautoriseerd door:
  • Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie
  • Nederlandse Vereniging voor Heelkunde
  • Nederlandse Vereniging voor Radiologie

Algemene gegevens

Autorisatie

De richtlijn is geautoriseerd door:

  • Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV)
  • Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVvH)
  • Nederlandse Vereniging voor Vaatchirurgie (NVvV)
  • Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG)
  • Nederlandse Vereniging voor Radiodiagnostiek
  • Nederlands / Belgische Vereniging voor Non-Invasieve Vaatdiagnostiek
  • Verpleegkundig Specialisten Vaatchirurgie Nederland
  • Verenso Vereniging van specialisten in ouderengeneeskunde
  • Nederlandse Vereniging van Huidtherapeuten
  • Nederlandse Organisatie Voor Wondprofessionals
  • V&VN Wondconsulenten
  • Nederlandse Vereniging van Orthopaedisten en Bandagisten (Orthobanda)
  • Vereniging voor Aanmeters van Therapeutische Elastische Kousen (VATEK)

 

De richtlijn is geautoriseerd door (beoogd):

  • Hart & Vaatgroep
  • ZN.

 

Innovatie

In het veld van veneuze pathologie is er sterke behoefte aan persisterende innovatie. Om innovatie te stimuleren en faciliteren is het voorstel (conform een reeds via Achmea lopende afspraak) nieuwe ontwikkelingen te bekostigen in trial verband conform de bestaande DOT’s, mits een METC dit onderzoek goedgekeurd heeft. Naast deze klinische kosten zijn er aanvullende kosten aan de desbetreffende trial gerelateerd, die dan via een unrestricted grant worden vergoed. Dit laatste om bias als gevolg van inmenging van de industrie te voorkomen. Op deze wijze bestaat er een goede mogelijkheid om onder gecontroleerde omstandigheden een nieuw product te testen. Mocht uit een dergelijke studie geconcludeerd worden dat het nieuwe product een aanvulling is op het bestaande therapeutische arsenaal, dan kan de therapie aansluitend in een herziening van de richtlijnen opgenomen worden en daarmee vergoed worden als standard care.

 

Advies voor onderzoek

Er is een gebrek aan goed uitgevoerde studies met lange (> 5 jaar) follow-up voor de behandeling van patiënten met veneuze problematiek. Het verrichten van dergelijke studies die gericht zijn op het aantonen van de effectiviteit van behandeling zijn aan te bevelen. Mogelijk gaan in de toekomst ook registratiesystemen uitkomst bieden om deze data te verkrijgen. De beroepsverenigingen zijn van plan op korte termijn registratiesystemen op dit gebied op te zetten.

Doel en doelgroep

Doelstelling

Deze richtlijn is een document met aanbevelingen ter ondersteuning van de dagelijkse praktijkvoering. De richtlijn berust op de resultaten van wetenschappelijk onderzoek en aansluitende meningsvorming, gericht op het vaststellen van goed medisch handelen. De richtlijn geeft aanbevelingen over de begeleiding en behandeling van patiënten met varices, diepe veneuze ziekte en ulcus cruris.

De financiering van deze richtlijn is tot stand gekomen met gelden die de NVDV en de NVvH uit hun SKMS-programma’s hebben vrijgemaakt. De uitgangsvragen zijn daarmede vooral gericht op de effectiviteit van de verschillende interventies. Aan de samenwerking met de eerste lijn (verwijscriteria voor eerste naar tweede lijn en vice versa) en de organisatie van zorg (bv welke zorg hoort bij welke zorgverlener thuis) is in deze herziening geen extra aandacht geschonken. Dit zou bij een volgende herziening of in de vorm van een separaat project kunnen worden aangepakt.

Doelgroep

De richtlijn is bestemd voor leden van de medische en paramedische beroepsgroepen, waartoe behoren: dermatologen, chirurgen, specialisten ouderengeneeskunde, vaatlaboranten, huisartsen, verpleegkundigen en bandagisten. Voor patiënten is een afgeleide tekst van de richtlijn beschikbaar.

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijn werd een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordiging van de bij veneuze pathologie betrokken disciplines. De werkgroep is opgesplitst in twee werkroepen: werkgroep “vances en diepe veneuze ziekte” en de werkgroep ‘ulcus cruris venosum en compressietherapie’. Bij het samenstellen van de werkgroepen is rekening gehouden met de geografische spreiding van de werkgroepleden en met een evenredige vertegenwoordiging van academische en niet-academische werkgroepleden. De werkgroepleden hebben onafhankelijk gehandeld en geen enkel werkgroeplid ontving gunsten met het doel de richtlijn te beïnvloeden.

 

dr.M. B. Maessen-Visch

voorzitter (ulcus cruris) namens Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV)*

dr. K. van der Wegen­Franken

voorzitter (compressie therapie) namens Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV)

prof.dr. H.A.M. Neumann

voorzitter (Compressietherapie) namens Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV)

drs. A.B. Halk

ondersteuner/secretaris namens Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV)

drs. C. Eggen

ondersteuner/secretaris namens Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV)

dr. J.J.E. van Everdingen

Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV)

dr. C. van Montfrans

Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV)

dr. P. van Neer

Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV)*

dr. K. Munte

Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV)

dr. L. Huisman

Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVvH), Nederlandse Vereniging voor Vaatchirurgie (NVvV)*

dr. A. Krasznai

Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVvH), Nederlandse Vereniging voor Vaatchirurgie (NVvV)

dr. P. Buis

Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG)

drs. M.W.F. van Leen

Verenso Vereniging van specialisten in ouderengeneeskunde

Mw. E.J.M. Kuijper-Kuip

Nederlandse Vereniging van Huidtherapeuten (NVH)

Mw. S. Amesz

Nederlandse Organisatie Voor Wondprofessionals (NOVW)

Mw. Y. Siebers

V&VN Wondconsulenten

Mw. T. Jongerius

Kenniscentrum WCS

Mw. I. Sissingh

Nederlandse Vereniging van Orthopaedisten en Bandagisten (Orthobanda)

Mw. C. von Meijenfeldt

Vereniging voor Aanmeters van Therapeutische Elastische Kousen (VATEK)

Inbreng patiëntenperspectief

Aan de start van het richtlijntraject zijn de Hart&Vaatgroep en de NPCF (Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie) uitgenodigd voor deelname aan de Invitational Conference, vertegenwoordigers van de Hart&Vaatgroep waren bij deze bijeenkomst aanwezig. De Hart&Vaatgroep is tevens uitgenodigd voor participatie in de werkgroepen. Zij heeft besloten van actieve deelname af te zien en gaf de voorkeur aan een schriftelijke te reactie in de commentaarfase. De Hart&Vaatgroep heeft haar fiat gegeven aan de inhoud van de richtlijn.

Methode ontwikkeling

Evidence based

Implementatie

In de verschillende fasen van de ontwikkeling van het concept van de richtlijn is zoveel mogelijk rekening gehouden met de implementatie van de richtlijn en de daadwerkelijke uitvoerbaarheid van de aanbevelingen. De richtlijn wordt verspreid onder alle bij varices betrokken beroepsgroepen. Ook wordt een samenvatting van de richtlijn gepubliceerd en er zal in verschillende specifieke vaktijdschriften aandacht aan worden besteed. Daarnaast wordt de richtlijn onder de aandacht gebracht via de betrokken patiëntenverenigingen.

Werkwijze

Doelstelling

Deze richtlijn is een document met aanbevelingen ter ondersteuning van de dagelijkse praktijkvoering. De richtlijn berust op de resultaten van wetenschappelijk onderzoek en aansluitende meningsvorming, gericht op het vaststellen van goed medisch handelen. De richtlijn geeft aanbevelingen over de begeleiding en behandeling van patiënten met varices, diepe veneuze ziekte en ulcus cruris.

De financiering van deze richtlijn is tot stand gekomen met gelden die de NVDV en de NVvH uit hun SKMS-programma’s hebben vrijgemaakt. De uitgangsvragen zijn daarmede vooral gericht op de effectiviteit van de verschillende interventies. Aan de samenwerking met de eerste lijn (verwijscriteria voor eerste naar tweede lijn en vice versa) en de organisatie van zorg (bv welke zorg hoort bij welke zorgverlener thuis) is in deze herziening geen extra aandacht geschonken. Dit zou bij een volgende herziening of in de vorm van een separaat project kunnen worden aangepakt.

 

Doelgroep

De richtlijn is bestemd voor leden van de medische en paramedische beroepsgroepen, waartoe behoren: dermatologen, chirurgen, specialisten ouderengeneeskunde, vaatlaboranten, huisartsen, verpleegkundigen en bandagisten. Voor patiënten is een afgeleide tekst van de richtlijn beschikbaar.

Zoekverantwoording

Zoekacties zijn opvraagbaar. Neem hiervoor contact op met de Richtlijnendatabase.

Volgende:
Organisatie van zorg